Annemie Struyf keerde terug naar het Kenia waar haar adoptiedochter Hope vandaan komt

‘Ik verdraag geen zeurpieten meer rond mij’

‘Ik verdraag geen zeurpieten meer rond mij’

Foto: fb

‘Een meisje van 13 dat wordt verkracht, dat raak je nooit gewoon.’ En je hoort de verontwaardiging in haar stem. Annemie Struyf keerde na vier jaar terug naar het Kenia waar haar adoptiedochter Hope vandaan komt. Ze draaide er ‘De zussen van mijn dochter’. ‘Soms zeggen mijn kinderen echt tegen mij: uw tv-programma, dat interesseert ons niet.’

‘Ik, een moeder Teresa? Zo zie ik mezelf helemaal niet.’ En ze kijkt ons lachend aan met twee ogen die een stuk lichter en doordringender zijn dan je ze verwacht tussen die lijntjes zwarte make-up. ‘Maar als kind wilde ik wel altijd zuster worden in de ontwikkelingslanden. Of vroedvrouw. Dat klopt.’

Toch, er zit een merkwaardig heilig vuur in die 49-jarige vrouw uit Pellenberg met vijf kinderen en een verpleger als man. Daar werd heel Vlaanderen eerder dit jaar nog eens met de neus op gedrukt, via In godsnaam, dat veelbesproken kijkcijfersucces waarvoor Struyf diverse religies onderzocht. Maar we wisten het al eerder, door tv-reeks De moeder van mijn dochter uit 2006, waarvoor de journaliste naar Kenia trok op zoek naar de roots van haar dochter Hope. Dat meisje had Struyf in 2004 geadopteerd na een hartverscheurende ontmoeting met Hopes pleegmoeder, de seropositieve en ten dode opgeschreven Achieng.

Die ontmoeting betekende het begin van een droom voor zowel Struyf als Achieng. Niet alleen zou Struyf de kleine Hope opvoeden, samen met Achieng begon ze tevens aan de opbouw van een opvanghuis voor kinderen: Hope Home. Struyf maakte het vanop stand allemaal mogelijk met de stichting Hope For Kabondo. Achieng, die dankzij de juiste aidsremmers een nieuw leven kreeg, deed het werk ter plaatse, met de voeten in de Keniaanse aarde. Nu keerde Struyf terug, en draaide er De zussen van mijn dochter. ‘Eerst wilden we De moeder van mijn dochter heruitzenden. Maar na mijn bezoek aan Kenia wist ik: er is te veel. Dit mag ik niet laten liggen.’

Je was, toen je na vier jaar voor het eerst opnieuw in Kenia stond, de eerste twee uur tot niet veel meer in staat dan huilen.

Annemie Struyf: ‘Dat klopt. Ik brak echt. Vanop afstand ben ik heel actief bezig geweest met Hope Home, maar ik was er nooit geweest. Daar dan voor de eerste keer staan, was enorm emotioneel. Na al die inspanningen zag ik bijna zoals in een sprookje, een droom die werkelijkheid was geworden. Natuurlijk had ik de foto’s wel gezien, maar dit was toch nog iets anders. Het was meer dan ik in mijn stoutste dromen had verwacht. Het had niets van miserie of och, kijk die arme weeskindjes in een land vol aids. Nee, Hope Home was een oase van warmte. Ik had al zoveel weeshuizen bezocht en altijd hing er een geweldige tristesse. Hier was het warm en goed.’

‘Dat bezoek vond een jaar geleden plaats. De reeks hebben we nu na de zomer gemaakt. Dat was emotioneel zwaar op een andere manier. Ik ervaarde aan den lijve wat het betekent als er een zoveelste kind te vondeling wordt gelegd. Als je van het politiekantoor een telefoon krijgt: kunnen jullie komen want niemand wil die baby hebben. Dat is zo absurd. En het gebeurt zo vaak. En dan te weten dat in België de kranten vol staan als er ocharme één vondeling wordt gevonden. Het besef ook dat als Achieng daar niet zou zijn, dat kind sterft en er niemand naar zal kraaien. Die emoties waren heel zwaar om dragen.’

‘Of een meisje dat verkracht wordt op haar dertiende. Dat stelt niets voor ginder. Mochten wij daar niet toevallig passeren om die reeks te maken, dan zou zij haar verhaal niet vertellen. Niemand zou er om geven. Ze zou het wellicht niet eens aan haar moeder zeggen. Dat blijft schokkend. Ook al ben ik al in heel wat moeilijke landen geweest. In plaats van gehard te raken tegen dat soort gebeurtenissen, besef ik dat ik er hoe langer hoe minder tegen kan.’

Het hele wonderlijke verhaal is begonnen bij dat kleine meisje Hope, dat jij adopteerde. Ze is zeven ondertussen en woont bij jou. Toch wordt zij in de nieuwe reeks buiten beeld gehouden.

‘Ik had altijd gedacht dat ze zich vragen zou gaan stellen op haar vijftiende, maar ze is er al heel vroeg mee begonnen. Ze was nog een kleuter. Ze zat in bad met haar broertje en begon ineens te wenen: o mama, waarom ben ik zwart en is Milan wit? Ik wil ook wit zijn! Vanaf haar derde is ze zich vragen beginnen stellen. Ze ontdekt op een heel natuurlijke manier hoe haar verhaal in elkaar zit en ik wil dat het ongestoord kan blijven verlopen. Binnen de veilige omgeving van ons gezin. Ik wil haar privacy beschermen.’

Ze is nog niet terug geweest naar Kenia?

‘Nee, maar ik ben er zeker van het vroeger zal gebeuren dan ik ooit had verwacht. Ze vraagt me nu al: wanneer denk je dat we naar Kenia zullen gaan? Maar tegelijk zegt ze: ik ga nog wat wachten, want als ik wat ouder ben ga ik het allemaal beter snappen en beter onthouden.’

Rob Vanoudenhoven kan na zijn expeditie in het Amazonewoud voor ‘Missie Amazone’ niet meer naar ‘De rode loper’ kijken. ‘Die tuttebellen die het hebben over hun Gucci’, verdraagt hij niet meer. Waar kan jij niet meer tegen?

‘Mensen die klagen en zagen over niets. Die verdraag ik niet meer in mijn omgeving. Ik wil positieve mensen om mij heen. Allez, over wat zagen mensen niet allemaal? Over de grootste futiliteiten! Als je kan zagen en klagen, is dat toch een ongelofelijke luxe? Want dat wil zeggen dat er niets anders is waar je je zorgen over kunt maken. En let maar eens op: de mensen die objectief gezien het meeste recht hebben om te klagen, omdat ze gezondheidsproblemen hebben of lastige dingen in hun leven meemaken, zijn dikwijls de mensen die je het minst hoort klagen.’

‘Iemand als Achieng heeft alle reden om in haar bed te gaan liggen en de rest van haar leven depressief te zijn. Ze logeert nu veertien dagen bij mij. Wel: wij maken plezier en lachen ons te pletter. Ze blaakt van de energie. Dát zijn de mensen met wie ik mij wil omringen, en zo wil ik ook zijn. Ik verdraag geen zeurpieten meer rond mij.’

Wat zie je als je na vier jaar opnieuw in Kenia komt? Toen was je heel radicaal. Nu hoorde ik je al zeggen: het is allemaal niet zo simpel als we denken.

‘Ik ben minder zwart/wit geworden. Ik zie meer de nuance. Ook omdat ik heb beseft dat wij in een cultuur leven waar iedereen enorm snel oordeelt. Er gebeurt iets en onmiddellijk staan de kranten vol met commentaren: ik ben voor, ik ben tegen. Op de internetfora maakt iedereen zich meteen druk, en voor je het weet is er een Facebookgroep opgericht. Twee zelfs: voor én tegen. Eigenlijk zit daar een grote arrogantie in. Want je zegt: ik weet het. Maar eigenlijk doe je niets meer dan meelopen met een groep van geestesgenoten die hetzelfde denken. Er is niets bijzonders aan als je zo radicaal voor of tegen iets bent.’

‘Neem de rituelen in Afrika. Zoals het ritueel waarbij een weduwe gezuiverd moet worden door een man die de nacht met haar doorbrengt. Toen ik er voor het eerst kwam, was ik enorm geschokt. Omdat ik erg gefocust was op de gruwelijke consequenties ervan. Ondertussen ben ik gaan inzien dat veel van die rituelen ook een beschermende functie hebben. Ik werk minder veroordelend. Ik ga nu veel meer uit van nieuwsgierigheid.’

Toch: waar kan je nog steeds niet bij?

‘Aan de positieve kant: wat mij elke keer opnieuw frappeert is de ongelofelijke flexibiliteit van de mens. Hoe een mens zich kan aanpassen en kan overleven, vind ik heel straf. In de meest extreme omstandigheden blijven mensen rechtop.’

‘Aan de negatieve kant blijft de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen mij schokken. Het klinkt misschien raar en zelfingenomen, maar in Europa hebben we over het algemeen toffere mannen dan in Afrika. De man-vrouwverhoudingen zijn daar toch niet je dat. Wij hebben mannen die wél hun verantwoordelijkheid opnemen tegenover kinderen, die wél een rol spelen in het huishouden, die wél lief zijn voor vrouwen.’

‘Daarnaast blijf ik me eraan storen hoe weinig een kinderleven waard is in Afrika. Daar kan ik echt niet bij. Een kind is er zoals een dier. Hoe weinig mensen daar naar een vondeling omzien. Achieng is een uitzondering. Hoe zij als een leeuwin vecht voor een kind waar ze geen connectie mee heeft?

‘En dan die al verkrachtingen, en vooral die kinderverkrachtingen. Ik kan er niet bij dat een man een kind kan verkrachten. Wat kan daar nu het genot van zijn? En het gebeurt ginder nog zoveel. Ook omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze van aids af kunnen geraken door seks te hebben met een maagd. En die maagd kan dan 18 of 16 zijn, maar evengoed 10 of 8 of zelfs anderhalf jaar oud. Ik heb met een moeder gesproken wier kind van anderhalf jaar verkracht was. Dat kind heeft het niet overleefd. Want dat kind wordt opengescheurd en sterft. Dat gaat mijn verstand te boven. Ergens zitten er in die mensen toch beesten?’

Het is mooi dat je je zo over Achieng en haar opvangtehuis ontfermt. Maar nu wil Achieng ook al de Mont Ventoux op fietsen. Gaat dat niet een stap te ver, liefste moeder Theresa?

‘Ik heb haar dat ook al gezegd. (lacht) Maar ik doe het zelf al een paar jaar en ik vertel Achieng daar over. En elke keer zegt ze: I also want to do that. Ik probeer haar dan uit te leggen dat je daar maandenlang voor moet trainen. Ik ben geen sportvrouw en voor mij is dat elke keer een inspanning die het uiterste vraagt. Van in het voorjaar moet ik er drie keer per week voor trainen.’

‘Maar voor haar is niets onmogelijk en ergens vind ik dat heel mooi. En dus zoek ik nu met de mensen van Sporza naar een manier om het mogelijk te maken. Zij organiseren één keer per jaar die beklimming van de Mont Ventoux voor wielertoeristen. Al een paar jaar koppelen ze daar een goed doel aan en dat is Hope Home. We bekijken nu of we het niet samen op een tandem kunnen doen. Ook al schijnt dat nog stukken zwaarder te zijn. (lacht) Achieng heeft al zoveel dromen waargemaakt en al zoveel mensenlevens gered… Als ze dat nu echt graag wil, dan wil ik kijken hoe ik dat mogelijk kan maken.’

De waarheid komt uit een kindermond. Jij hebt er vijf thuis. Wat is het meest confronterende wat je van je kinderen al te horen kreeg?

‘Als mijn kinderen iets niet goed vinden, zullen ze het me onverbloemd zeggen. Want ik ben gewoon hun mama. Als ik thuiskom na veertien dagen Afrika, staan zij te wachten met hun verhalen. Dan willen ze niet dat ik begin over wat ik heb meegemaakt. Zij hebben hun moeder gemist en willen hun verhalen kwijt. Ze houden me met mijn voeten op de grond.’

‘Soms is het heel confronterend. Zo is mijn zoon Milan van 13 helemaal weg van voetbal. Vorige week stond er iets in de krant over mijn nieuwe reeks en toen ik daar iets over wilde zeggen, zei hij: mama, ik ben met mijn voetbal bezig. Weet je eigenlijk wel wat de uitslag was van onze laatste match? Weet je wel of ik gewonnen of verloren heb? En ik moest toegeven van niet. Ze hadden gewonnen. En weet je wel hoeveel goals ik gemaakt heb? Ik wist het niet. Twee goals! En dan besef ik tot mijn scha en schande: die twee goals die hij gemaakt heeft, dat is zijn wereld en zijn succes en daar zou ik van op de hoogte moeten zijn. Het doet er niet toe of hij in de gazet gelezen heeft waar mijn volgend programma over gaat.’

‘Twintig jaar geleden liep ik rond in zwartleren pakjes, met rood haar in een wilde coupe.’ Euh… Waar is je man bij jou voor gevallen?

‘Hij vraagt zich dat ook af. Hij zegt soms: hoe ik vroeger op jou ben kunnen vallen, ik versta daar niks van. (lacht) Als mijn kinderen foto’s van vroeger bekijken, zeggen ze steevast: mama, hoe zag jij eruit? Verschrikkelijk! Maar ja, het was de tijdgeest: de punkperiode. Je bent puber en je wordt dan ook punk. Ach ja. Als ik nu naar de beelden van vijf jaar geleden in Afrika kijk, zeg ik ook: maar hoe liep ik er daar toch bij? Het geeft aan hoe snel de dingen veranderen en hoe relatief alles is.’

Een verpleger en een journalist: hoe ontmoet dat elkaar?

‘Wij zijn groot geworden in de periode eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Waren allebei sociaal geëngageerd. Ik studeerde pedagogiek, hij ging de verpleging in. Maar er waren ook andere dingen die ons bonden. Hij speelde cello en was veel met klassieke muziek bezig. En daar hield ik ook van.’

‘Ik prijs mezelf enorm gelukkig dat mijn man een verpleger is en geen carrièreman met zware ambities, die veel uithuizig is. Hij biedt ons gezin enorm veel houvast. Hij is er veel vaker voor de kinderen dan ik. Mochten wij allebei mijn leven leiden? In een gezin met vijf kinderen? Dat zou een ramp zijn. Ik ben hem enorm dankbaar. Hij heeft mij enorm gesteund in de dingen die ik wilde doen. Maar zelfs met mijn drukke leven: de kinderen gaan voor. We zorgen er voor dat er altijd een van de ouders thuis is als ze van school komen. En de weekends zijn voor mij heilig.’
‘Hij is ook mijn eerste toetssteen. Als ik een boek af heb, of een tv-serie, dan krijgt hij die als eerste te lezen of te zien. En zijn oordeel is altijd juist, ook al zit hij in een heel andere sector. Hij weet altijd waar het hapert. Natuurlijk is dat soms hard om te horen en in eerste instantie steiger ik. Je hebt het niet gesnapt! Het is niet waar! Maar de volgende dag ben ik toch al aan het sleutelen, rekening houdend met zijn aanwijzingen.’

Je jongste boek gaat over je overleden vriendin Magdalena. Daarmee heb je inmiddels al vier boeken die over sterven gaan. Zelfs al mocht je een boek over clowns schrijven, dan kom je volgens mij toch weer uit bij de dood.

‘Dat denk ik wel, ja. (glimlacht) Het komt omdat je bij mensen die voor de dood staan, vaak veel wijsheid terugvindt, want ze hebben niets meer op te houden. Het gaat niet meer over uiterlijk of wat voor blabla dan ook. Alles wat niet essentieel is, valt weg.’

‘Ik zoek dat grensgebied op omdat je in de buurt van die limieten de zin van het leven kunt vinden. Er valt heel veel te leren. Uiteindelijk wil je toch niet op je sterfbed liggen en tot de constatering komen: ik heb mijn leven verspild? En dus ga ik bij die mensen luisteren: wat is dan de essentie?’

‘Ik wil echt niet op het eind van mijn leven voor verrassingen komen te staan. Ik wil die wijsheid nu al proberen te zoeken. Dat is een beetje mijn zoektocht, ja. Ik doe het om intenser te kunnen leven. Wat is de essentie? Hoe kan ik uit al die oppervlakkigheid geraken? Ik wil mijn tijd en energie niet meer besteden aan dingen die er niet toe doen. Bijvoorbeeld… Sinds ik veertig ben geworden, komt elke journalist met een vraag over plastische chirurgie. Wel: ik kan er niet meer tegen. Omwille van de oppervlakkigheid daarvan.’

En heeft die zoektocht je ook al ergens gebracht? Schiet je ook iets op met de antwoorden die je vindt?

‘Ik denk het wel. Maar pas op: niet dat het om een groot geheim gaat. Het is niet dat ik plots de sleutel van een verborgen kist heb gevonden. Het is ook niet iets wat in twee zinnen samen te vatten valt. Ik weet inmiddels bijvoorbeeld wel waar je dat antwoord makkelijker zal vinden. In de stilte bijvoorbeeld vind je het makkelijker dan in de drukte of het gewoel. In het materiële, in het streven naar bezit, zal je het ook niet vinden.’

‘Nee: de zorg voor je naasten, dát is ongelofelijk belangrijk. Je moet de mensen die je graag ziet, koesteren. Dat is een constante bij mensen die sterven: vooral op dat vlak willen ze dingen nog rechttrekken, om in rust en vrede te kunnen gaan. Dingen die niet uitgepraat of die onafgewerkt zijn? Daar worstelen ze allemaal mee. Iedereen maakt fouten en barsten in zijn leven. Wel, het gaat om de kans om dat nog goed te maken. Om vergiffenis te schenken.’
‘Ik heb het zelf onlangs goed gemaakt met iemand met wie ik 10 jaar in conflict heb gelegen. We hebben beiden gezegd: zand erover. Dat kan dus. Je kan dingen herstellen die je kapot hebt gemaakt. Of wat Achieng in Afrika doet. Ook al geef je maar aan één kind een nieuwe toekomst, dan heb je toch iets met je leven gedaan. Dat is op het eind toch veel belangrijker dan veel rijkdom of succes verzameld te hebben?’

De tv-wereld is een harde wereld. Is er ooit al een producer of regisseur geweest die gezegd heeft: hier heb je het nummer van een logopedist; ga daar eens naar toe zodat je stem wat gezakt is tegen het volgend programma?

‘O ja. Absoluut. Daar werden niet alleen grapjes over gemaakt, daar moest ook echt iets aan gedaan worden. Ik heb veel logopedie gevolgd, en er is verbetering, maar op een gegeven moment heb ik beseft: ook al kan je er wat aan sleutelen, je stem is je stem, net zoals je ogen of je gezicht. Het is deel van het pakket. Ik kan er mij niet meer druk over maken. Het is wat het is. Het heeft ook allemaal te maken met dat streven naar perfectie: je moet het perfecte lijf hebben, de perfecte benen, de perfecte kleding én de perfecte stem. Daar gaat het uiteindelijk niet om. Als ik ooit omwille van mijn stem uit de tv-wereld wordt geschopt, dan is dat maar zo. Het gaat mijn geluk of mijn ongeluk niet uitmaken.’

‘De zussen van mijn dochter’, vanaf maandag op Eén, om 20.40 uur.
‘Zij en ik’ is verschenen bij Lannoo.
www.hopeforkabondo.org

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees