Gella Vandecaveye: 'Sportman, trainer en ploeg van het jaar zijn gekend!'

Print
De Ronde van Frankrijk is triomf en tragedie, brood en spelen, waar de renners pionnetjes zijn in het commercieel spektakel met een folkloristisch tintje. Het doet me nostalgisch wegdromen naar mijn Olympisch verleden, minder pensenkermis, maar wel het grootste sportgebeuren ter wereld. Het circus van de Ronde verhuist dagelijks, de mondiale Spelen blijven ter plaatse. Het Olympisch credo deelnemen is belangrijker dan winnen is hier in la douce France evenmin van tel, maar het leeft! Sport, de belangrijkste bijzaak ter wereld! Het verenigt mensen en overstijgt landsgrenzen. Dat bewijst nogmaals de grote mediabelangstelling en de massale volksopkomst op de bergflanken. Het zijn net enkele van die legendarische bergflanken die ik heb verkend.

De algemene raad bij een beklimming van een col ongeacht welke categorie is niet in het rood gaan. Tijdens legendarische judokampen in onze eigen gewichtscategorie gingen wij dikwijls in het paars… Hier stopt de vergelijking tussen judo en wielrennen. Op de mat is het alles of niets. Op de fiets is het doseren; berekend en beredeneerd. Voor mij geen melkzuur tot achter mijn oren, evenmin zwalpen, maar lucide genoeg zijn om te genieten van de imposante berglandschappen en ook een klein beetje van de inspanning.

Een week de Tour de France volgen is onovertrefbaar! Met dank aan Marc Coucke en Omega Pharma. Ik zot van koers!? In beperkte mate. Koerspraat van ’s morgens tot ’s avonds en ik luistervink. Ik spits mijn oren, immer leergierig naar koersinzicht en koersdoorzicht. Het boeit me wel. Niet alleen de fysieke inspanning en tactische plannetjes, maar ook het mentale aspect.

De Aubisque


Voor Sporza en Vive le vélo rijd ik enkele uren vóór de doortocht van het tourpeloton de col d’Aubisque (16km, 1.709m) op langs de steilste kant. Ik krijg deskundig advies van ex-veldrijder Paul Herygers die de VRT-gasten begeleidt, en van professor Peter Hespel, inspanningsfysioloog. Ik rijd tussen een haag van joelende wielerliefhebbers die in hun camper al dagenlang post vatten op de bergflanken in afwachting van de passage van de renners. In tegenstelling tot de Nederlander Wim van Est in 1951 stort ik tijdens de afdaling gelukkig niet in de ravijn en blijven zowel mijn hart als mijn Pontiac tikken. Ken je Pappenheimers.

Omdat ik toch in de buurt ben beklim ik de volgende dag ook de Tourmalet (22km, 2.115m), eveneens langs de steilste kant met een lange aanloop, en overschrijd ik de magische grens van de 2.000m. Van ijle lucht heb ik geen last, wel van koeien en schapen op de weg. Afgetrainde lichamen stuiven mij voorbij; minder afgetrainde lichamen raap ik op. Het venijn zit duidelijk in de staart. De laatste kilometers zijn verschroeiend steil, maar gelukkig geeft trainer Eddy me regelmatig letterlijk en figuurlijk een duwtje in de rug. Elke kilometer staat er een bord met daarop de nog af te leggen afstand tot de top, de gemiddelde hellingsgraad voor de komende kilometer en de huidige hoogte. Dat kan aanmoedigend werken, maar kan evenzeer ontmoedigend zijn. Vale gieren cirkelen boven onze hoofden wachtend op slachtoffers of een lekker brokje, maar dat is als wachten op Godot.

Ik heb geen fietservaring in de bergen. Ik zou ook nooit de bergen intrekken voor een specifieke fietsvakantie. Fanatiek ben ik niet meer. Men beseft pas hoe zwaar het is als men zelf een col oprijdt. Men beseft pas welke weg men aflegt als men achterom kijkt. Men beseft pas hoe hoog de berg is als men de col terug naar beneden rijdt. De inspanning op het tv-scherm is niet voelbaar. De euforie vanuit de zetel eenmaal boven evenmin, en daarvoor doen we het uiteindelijk. Voor de voldoening achteraf. En voor de natuur en vergezichten; voor de Pyreneeën en de Alpen.

Op de rustdag mag ik van sportdirecteur Marc Sergeant met de renners van Omega Pharma-Lotto mee losfietsen. Een voorrecht! Een uurtje de spieren losrijden, voor mij een stevig tempo in het gezelschap van patron Gilbert die maturiteit uitstraalt, van de jeugdige onschuld Jelle Vanendert en de massieve spurtbom André Greipel die ten zeerste geïnteresseerd is in mijn reisverhalen.

In de volgwagen


Onze week Ronde van Frankrijk wordt afgesloten met het volgen van een bergetappe in de wagen van ploegleider Marc Wouters met wie ik samen in de Olympische ploeg van Sydney 2000 zat. We maken een bevoorrading in volle afdaling mee; ik houd mijn adem in. De wagens met gierende banden drummen in elke haarspeldbocht, een koers binnen de koers. Jürgen Roelandts neemt 6 drinkbussen voor ploeggenoten aan en mist op een haar na de bumper van een ASO-wagen, en dit aan een snelheid van 85km/h. Niet alleen nervositeit in het peloton, maar ook tussen de volgwagens van de verschillende ploegen, iets wat je in de huiskamer niet opmerkt. Mijn respect voor deze acrobaten op twee wielen is nog gestegen. Het verbaast me dat er niet meer ongevallen gebeuren.

Tot voor kort had ik alleen de Ventoux opgereden, nu staan ook de Aubisque en Tourmalet op mijn colpalmares. Ik ben stiekem trots dat ik deze grote bergreuzen heb klein gekregen en niet omgekeerd. Op 3 september komt daar normaal gezien nog de Télégraphe-Galibier bij. Ondertussen zijn sportman, trainer en sportploeg van het jaar gekend. Philippe Gilbert, Marc Sergeant en Omega Pharma-Lotto. Wat mij betreft staat dit buiten discussie.

Lees meer over Climbing for Life op www.nieuwsblad.be/galibier

Niet te missen