COLUMN. 'Gemaakte plannen worden in vraag gesteld en wijken tenslotte voor pret, zo puur, in sneeuw en ijs'

COLUMN. 'Gemaakte plannen worden in vraag gesteld en wijken tenslotte voor pret, zo puur, in sneeuw en ijs'

Foto: *

Annelies Rutten is niet onverdeeld blij met de sneeuw.

Hij heeft het over mij, besef ik. De foeterende chauffeur die op die eerste echte winterdag op de radio zijn frustraties ventileert. Dat ze te traag rijden, zegt hij. Typisch Vlaams. Ze durven hier niets. En dat het daardoor pas gevaarlijk wordt. De logica van zijn betoog ontgaat mij een beetje (ik zie vier ongevallen onderweg, te traag gereden allemaal?), maar ook als dat niet zo was, is de kans klein dat ik het gaspedaal verder had ingeduwd. Ik geef toe: sta ik doorgaans behoorlijk mijn mannetje in het verkeer, als vorst en ijzel zich laten gelden, is mietje een understatement. Dan is het van: handen stijf op het stuur, spieren gespannen, schouders verkrampt. Van: gestaag met lage snelheid verder tuffen, krampachtig pogend om elk manoeuvre te vermijden (de opgehoopte sneeuw tussen twee rijstroken kan ik alleen maar als een niet te overbruggen hindernis beschouwen), en remmen, ik mag vooral niet remmen, gonst het bezwerend door mijn hoofd. Ik heb het meegemaakt, misschien geeft dat enig begrip. Hoe, als de wagen eenmaal tolt, alleen de hoop nog rest. De hoop dat het tijdig stopt. En niet tegen een tegenligger, of tegen de gevel van een huis. Maar in je eigen handen ligt dat dan niet meer (vijf centimeter heeft het toen gescheeld, en, hoewel dik twintig jaar geleden, die angst kan ik nog altijd voelen).


Haaks daarop: de vreugde als ik (met bezwete handen van het parkeren, de laatste -- en niet te onderschatten -- krachtinspanning) thuiskom. De ogen die stralen, de slee die al is uitgehaald, de kleren -- drijfnatte getuigen van de geestdrift waarmee het langverwachte cadeau van koning winter is onthaald -- die overal te drogen hangen. En de kreten. 'Sneeuw! Mama, het heeft eindelijk gesneeuwd' (dat had ik, check mijn verkrampte schouders, natuurlijk nog niet opgemerkt). Maar goed. Dat weekend blijft de auto aan de kant. En ook de fiets, de eeuwige fiets. In plaats daarvan: de herontdekte magie van te voet gaan. Rode wangen, frisse kop, voetstappen, gedempt door knisperende sneeuw. En gemaakte plannen die in vraag worden gesteld -- moeten we daar echt heen? -- en die tenslotte wijken voor pret, zo puur, in sneeuw en ijs. Ik omarm hem dus, de winter (schoorvoetend, maar toch); en samen met hem de traagheid. Hoe daar ook op gefoeterd wordt.