Weg met gazonstress

Foto: Foto: Adrie Mouthaan/Hollandse H

Niks leuker dan op je rug in het gras te liggen of 's ochtends met je blote voeten door de voortuin naar de brievenbus te strompelen. Onze groenman Bartel Van Riet en zijn kompanen Gie, Tomas en Nander leven zich uit op het gazon, genieten van de geur van het maaien en bewonderen, met een frisse pint erbij, het resultaat.

Hoewel geen Vlaming zonder een stukje pelouse kan in zijn tuin, hebben veel mensen een haat-liefdeverhouding met hun grasmat. Al ziet het er misschien niet zo uit: het gazon is het meest arbeidsintensieve deel van de tuin en wie de slaaf wordt van zijn gras, zal eindigen met een maagzweer.

Maaien, mesten, mossen, mollen, onkruid, rosse plekken, te droog, te nat, en dan de grasmat van de buurman ernaast die nét een tintje groener is en echt helemáál waterpas ligt... Dit is Onze goede raad: begin eraan met een gezonde dosis relativeringsvermogen en geef de gazonstress geen kans.

Groene long
Alvast interessant zijn deze twee feiten. Het gazon kan doorgaan als de groene long van de tuin, want, nog méér dan planten, zet gras CO* om in zuurstof. Maar uit milieuoverwegingen hoef je geen voetbalveld aan te leggen want hier is feit nummer twee: het maaien van grote oppervlakten gebeurt met energieverslindende en vervuilende machines, lawaai en benzinewalm inbegrepen.

Maaien. Het woord is gevallen. Hoe meer je maait, hoe dikker de grasmat zal worden: het gras wordt erdoor gestimuleerd om nieuwe sprieten aan te maken en onkruid en wilde gewassen krijgen in een dicht grastapijt minder kans. Maai in principe één keer per week. Als je af en toe een keertje overslaat, hoef je dit zeker niet te compenseren door extra kort te gaan maaien. Een te kort gazon is zwakker en zal makkelijker ten prooi vallen aan mossen. Als richtlijn geldt: niet meer dan een derde wegmaaien.

Er bestaan tal van grasmaaisystemen. De verdeler zal je helpen de juiste keuze te maken voor jouw gazon en jouw portemonnee. Toch één belangrijke bedenking: wat stinkt er harder dan rottend gras in de zon? Door te kiezen voor een mulchmaaier, die het gras niet verzamelt in een bak, maar het versnippert en weer uitstrooit, doe je twee keer winst. Geen bergen stinkend, rottend gras om weg te voeren en de versnipperde sprietjes zorgen voor een natuurlijke bescherming en bemesting van het gazon.

Bemesting is meteen de volgende heikele kwestie. Maaien en mesten is als een straatje zonder einde. Regelmatig maaien houdt je gazon jong en mooi, maar dat vraagt veel energie, dus moet je het gras mest geven om het sterk te houden. Dat stimuleert dan weer de groei, dus daar dringt de volgende maaibeurt zich alweer op. Onthou dat één keer mesten per jaar in principe moet volstaan, en dat doe je tussen maart en juni. Ideaal is vóór een regenbui, en dan een weekje wachten met maaien. Er bestaat ook 'minder maaien meststof': deze voedt en zorgt voor sterker en voller gras, zonder de groei drastisch te versnellen.

Klein en fijn
Een gazonnetje is prima, maar het hoeft echt niet de hele tuin te beslaan. Er zijn genoeg alternatieven die minder energie vragen en de tuin ook het hele jaar door groen kleuren. Een eenvoudig, maar lumineus idee, is om niet al het gras te maaien, maar er patronen in te maaien –een weggetje en een paar 'pleintjes' bijvoorbeeld. Op deze manier spaar je een deel maaiwerk uit, maak je het maaien spannend en een stuk lang gras is een biotoop op zich.

De strak gemaaide grasmat kan je ook doorbreken met siergrasplanten die voor niveauverschil zorgen en het maaioppervlak kleiner maken. Helemaal prachtig vinden wij de combinatie van een stukje strak onderhouden gazon in contrast met een mooie, wilde weide erachter. Wie van duidelijkheid houdt, kan met een natuurlijke scheiding –een haag, een rijtje wilgen of een strook water– een streep trekken tussen het gecultiveerde gazon en de wilde wei. Op het eerste gedeelte kan je al je energie botvieren om de biljartperfectie te benaderen, op het tweede deel stop je met maaien en mesten en verwijder je alleen nog storende elementen zoals distels.

De grond zal verarmen en al gauw zullen er madeliefjes en boterbloemen tevoorschijn komen. Je kan de natuur een handje helpen door zelf zaad bij te strooien en de eerste jaren maai je best toch nog een paar keer. Maar geholpen door vogels en wind zullen de bloemen zichzelf uitzaaien en jaar na jaar zal de bloemenweide er anders, leuker en wilder uitzien.

Zo begin je eraan
Bij het zaaien van een nieuw gazon moet je eerst en vooral het soort gras kiezen dat bij jouw gezin past: wil je een speelgazon, een sportgazon of een gazon puur voor de sier? Er zijn speciale mengsels op de markt voor droge, zanderige bodems, voor gronden met relatief veel schaduw en er bestaan ook traaggroeiende grassoorten. In sommige gemeenten worden die laatste zelfs gesubsidieerd, omdat ze minder afval en minder lawaai produceren. Om je op weg te zetten: dit zijn de tien stappen naar een nieuw, gezond gazon.

1. Maak het terrein schoon. Haal het oude gazon of de bestaande beplanting weg.
2. Spit of frees de grond tot 30cm diep en raap er puin, stenen en wortels uit.
3. Laat de grond een paar weken braak liggen, schoffel telkens het opkomende onkruid weg.
4. Meng de bovenlaag met compost of gazonmeststof, druk goed aan met de rol en hark fijn. Herhaal tot er geen putten of bulten meer zijn.
5. Strooi het graszaad uit, liefst na een regenbui. Zaai in twee keer, haaks op elkaar.
6. Hark 1 cm in, strooi er een dun laagje potgrond bovenop en druk of rol goed aan.
7. Hou de grond in de eerste drie weken permanent vochtig. Na twee weken kiemt het zaad.
8. Maai een eerste keer wanneer het gras 6 tot 8 cm hoog staat. Rol het gras de dag vooraf, om de sprieten sterker te maken.
9. Zet daarna de grasmaaier op 4cm. Het onkruid zal verminderen naargelang het gazon dichter groeit.
10. Bemest het voorjaar nadien de eerste keer.


Tips & tricks tegen degrootste gazonplagen
MOLLEN
Je kan er lyrisch over zitten doen, over wat voor prachtige beestjes het wel niet zijn en hoeveel ze verzetten. Maar hoe je het draait of keert, in de tuin zijn het grote ambetanteriken! Ze helpen het gazon om zeep en ze peuzelen bovendien de regenwormen op die zo nuttig zijn. Dus, heb je een mol op bezoek dan moet je er vanaf zien te geraken.

Onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen': ideaal is om rond het gazon een mollennet in te graven. In een sleuf van 60 cm diep stop je volièregaas met mazen van maximaal 2 cm om de mollen tegen te houden.

Wie liever het probleem oplost als het zich stelt: veel geld voor antimollenmiddelen heb je niet nodig, wel veel geduld. Van die apparaatjes met trilfunctie schrikt een mol hooguit een keertje en vervolgens doet hij zich tegoed aan al die wormen die ook door de trillingen zijn aangepord. Vangen is de boodschap: zet je met een schop naast de molshoop, wacht tot er iets beweegt en schep de boosdoener op.

Gooi hem vervolgens vooral níet over de muur bij je buurman met zijn nét dat tikkeltje groenere biljartgazon, want mollen vinden blindelings de weg terug naar hun erf.


MOS
Het houdt van schaduw en van een vochtige bodem. Dus als je een stuk gazon hebt waar geen zon bij kan, heb ik een gouden tip: leg je erbij neer. Ook letterlijk: het is lekker zacht. Als je gazon constant in de schaduw ligt, zal mos áltijd terugkomen en kan je het maar beter tolereren, of zelfs cultiveren.

In een gezond gazon waar de groeiomstandigheden goed zijn –zonneschijn en goede bodem– zal je zelden mos vinden. Is dat toch het geval, dan moet je de omstandigheden verbeteren en door bijvoorbeeld bemesting de grasmat sterker maken.


ONKRUID
Onkruid  van het soort dat je stoort, daarvoor hebben we maar één advies: wieden, die handel. Het sproeien met onkruidverdelgers zullen we hier niet promoten. Wat je wel kan doen, is een speciale onkruidtrekker aanschaffen in de winkel. Of je aardappelmesje gebruiken.

 

Niet te missen