COLUMN. 'Het machtige monster van de nacht grijpt het duister te baat om de beelden vanuit het verste hoekje van mijn brein toch weer tevoorschijn te peuteren'

COLUMN. 'Het machtige monster van de nacht grijpt het duister te baat om de beelden vanuit het verste hoekje van mijn brein toch weer tevoorschijn te peuteren'

Foto: photoweb

Annelies Rutten kan de slaap niet vatten.

3.29 uur. Een bonzend hart. Ogen wijd open. En je weet zeker dat hij niet meteen terugkomt, de slaap. Ik dacht nochtans dat ik, met een resem dichte knuffels en afspraken om herhaling te voorkomen (en, toegegeven, een flink glas witte wijn), het kwaad bezworen had. En het boze voorval voor altijd uit mijn geest gebannen. Maar dat was dus buiten het machtige en niets ontziende monster van de nacht gerekend, dat -- zo laf! -- het duister te baat grijpt om de beelden vanuit het verste hoekje van mijn brein, toch weer tevoorschijn te peuteren. De drukke steenweg (die we anders nooit nemen, maar -- zo sus ik mij -- nu móésten we wel, vermits de vertrouwde weg door het park, zonder aanwijzing, voor werken afgesloten was).

Zijn grasgroene fiets, de BMX, waarvan hij een jaar nu de trotse bezitter is. De witte stippellijn die het fietspad van de rijweg scheidt. En dan, zo onverwacht: die fiets over die stippellijn. Te ver. Een auto die uitwijkt. Gelukkig geen tegenligger. Een volgende die remt. Een kreet die -- heel luid -- weerklinkt en die, gek genoeg, uit míjn mond blijkt te komen. Lange seconden waarin, zo lijkt het, het lot twijfelt wiens zijde het zal kiezen. En dan, de wereld die weer draait. De auto die, met veel getoeter en gefoeter (terecht), zijn weg weer verder zet. Zijn hoofd, verschrikte ogen, in mijn richting, terwijl hij zijn fiets weer naar het fietspad stuurt. Beduusd. Wat was dat? En dan, boos. Op mij. Op zichzelf. Op de wereld rond hem. Omdat ik zo heftig reageer en zijn schuldgevoel de kop opsteekt. En hij, zo groot toch al, mij ook niet teleurstellen wil. Een dame die het zag, sust. 'Er is niets gebeurd, mevrouw. Zijn we er niet allemaal wel eens dichtbij geweest?'


Zo is het natuurlijk. Dat moet je jezelf bezweren. Maar het zijn beelden die heel diep gaan. En hád het dit keer ook niet heel anders kunnen gaan? Als de chauffeur niet zo'n goede reflex had gehad? Als de volgende de remmen niet had dichtgegooid? Als hij amper één handlengte verder was gegaan?
5.35 uur heb ik het nog zien worden. Toen had de hartslag zijn normale ritme terug. Werden de ogen weer zwaar. Kon ik het weer geloven. Niets gebeurd, neen. Maar we zijn er dit keer wel... Neen, niet meer aan denken nu. En het lot heeft nog een pint tegoed.