Minder klachten over bankdiensten

Print
Minder klachten over bankdiensten

Foto: rr

De ombudsman in financiële geschillen, Ombudsfin, heeft vorig jaar 2.319 dossiers geopend op vraag van consumenten. Het gaat om een daling met 10,70 procent of 278 dossiers tegenover 2010. Het aantal dossiers blijft wel duidelijk hoger dan voor de crisis (2.173 dossiers in 2007).

Dat blijkt dinsdag bij de voorstelling van het jaarverslag van de dienst, waar ook de naamsverandering van Bemiddelingsdienst Banken-Kredieten-Beleggingen naar Ombudsfin aangekondigd werd.

Van de dossiers ingediend door consumenten werden er vorig jaar 634 ontvankelijk verklaard, een cijfer dat wel in de buurt kom van dat voor de crisis. Vierenveertig procent van die ontvankelijk verklaarde klachten bleek gegrond, en negentig procent van de gegronde klachten kon opgelost worden. Concreet gaat het om zo'n 250 dossiers.

De klachten over financiële instrumenten komen bij de consumenten nog steeds op de eerste plaats en vertegenwoordigen 27 procent van de ontvankelijke dossiers. De klachten met betrekking tot de diefstal van bankkaarten komen op de tweede plaats (24,13 procent) en die in de rubriek kredieten (23,34 procent) op de derde plaats. Wat de klachten van beleggers betreft, lijkt de weerslag van de crisis volgens Ombudsfin stilaan uit te doven.

De ombudsdienst merkt op dat de klachten over het frauduleus gebruik van betaalkaarten talrijk blijven. Waar de gevallen van skimming blijven afnemen, is dat niet zo voor de meer klassieke gevallen van diefstal. De grote meerderheid van de gevallen betreft "shoulder surfing", waarbij de dief voorafgaand aan de diefstal de code van de bankkaart van het slachtoffer afkijkt.

De ombudsman raadt kaartgebruikers dan ook aan om de gebruikslimieten van hun kaart aan hun behoeften aan te passen, zich niet te laten afleiden door een derde en om tijdig Card Stop te contacteren, zelfs in het geval van een "ingeslikte" kaart.

 Ombudsfin kreeg vorig jaar ook 79 dossiers (85 in 2010) ingediend door professionelen, waarvan er 36 ontvankelijk verklaard werden. Van die laatsten bleek 68 procent gegrond, waarvan voor nog eens 68 procent een oplossing gevonden kon worden en voor de overige 32 procent nog onderhandeld wordt.

Bij de professionelen hadden de meeste klachten betrekking op de wederbeleggingsvergoeding (funding loss) die door de banken aangerekend wordt ingeval van de vervroegde terugbetaling van een krediet. Die vergoeding kan onverwacht hoog oplopen.