Spanje, Italië en Nederland betalen meer voor leningen

Print
Zowel Spanje, Italië als Nederland hebben dinsdag staatspapier uitgegeven en moesten daarvoor een hogere rente betalen dan bij de vorige uitgifte.

De toestand op de financiële markten is weer meer gespannen, zeker nu Nederland verkiezingen plant en daardoor mogelijk zijn begrotingsdoelstelling voor volgend jaar niet haalt.

Onze noorderburen haalden dinsdag, in een eerste veiling sinds de val van het kabinet-Rutte 2 miljard euro op. De overheid spreekt van "een succes" want de eigen doelstelling lag tussen de 1,5 en 2,5 miljard.

Voor obligaties met een looptijd van twee jaar werd een gemiddelde rente van 0,52 pct betaald. De rente op 25 jaar bedroeg 2,78 procent. Een analist van Rabobank: "de rente is wat gestegen, omdat de markt wel vindt dat Nederland een probleem heeft met het oog op de verkiezingen. Maar men vindt de basis van Nederland sterk."

De rente in Spanje en Italië ligt wel nog steeds een pak hoger dan die van Nederland. Spanje haalde dinsdag 1,933 miljard euro op, via obligaties met een looptijd van drie en zes maanden. De rente lag wel bijna dubbel zo hoog als bij een gelijkaardige operatie einde maart, respectievelijk op 0,634 pct en 1,580 pct.

De Spaanse minister van Begroting Cristobal Montoro gaf dinsdag toe dat het land zich in een "extreem delicate en kwetsbare toestand bevindt".

Ook Italië zag zijn staatspapier flink duurder worden. Het land haalde dinsdag 3,44 miljard euro op, aan de bovenkant van de doelstelling. Voor obligaties met een looptijd van twee jaar moest een rente van 3,355 pct worden betaald. Dat is veel meer dan de 2,352 pct einde maart. Staatspapier dat afloopt in 2017 kostte Rome 3,88 pct, bijna het dubbele van eind maart.