Regeringspartijen zegevieren bij parlementsverkiezingen in Serviê

Print
Servië wachtte maandagnamiddag nog steeds op de officiële uitslag van de parlementsverkiezingen. De kiescommissie hult zich in zwijgen. Verkiezingswaarnemers zien winst voor de pro-Europese regeringspartijen. Dat meldde het Centrum voor Vrije Verkiezingen en Democratie CeSID, het onafhankelijke orgaan dat instaat voor het goede verloop van de verkiezingen, maandag in Belgrado.

Bij de gelijklopende presidentsverkiezing kon geen van de kandidaten de absolute meerderheid veroveren. Daarom moet de langzetelende staatspresident Boris Tadic het over twee weken in een tweede en beslissende ronde opnemen tegen Tomislav Nikolic van de nieuw opgerichte Vooruitgangspartij (SNS). In de eerste stembusgang had Tadic 26,7 procent en de vroegere nationalist en nu pro-Europa Nikolic 25,5 procent van de stemmen gewonnen.

De SNS zou bij de parlementsverkiezingen volgens CeSID 73 van de 250 zetels behaald hebben. Hoewel ze de grootste politieke macht is geworden, zal de partij door de afwezigheid van coalitiepartners geen regeringsmeerderheid tot stand kunnen brengen, aldus Servische commentatoren.

De Democraten (DS) van Tadic strandden op de tweede plaats met 68 afgevaardigden. Derde werden de socialisten (SPS) van de huidige minister van Binnenlandse Zaken Ivica Dacic met 45 zetels. DS en SPS kunnen samen met enkele kleinere partijen opnieuw de regering vormen.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle ziet de pro-Europese krachten in Servië na de verkiezingen fundamenteel versterkt. "Dat is goed nieuws voor alle Europeanen", zei de FDP-politicus maandag in Berlijn. Een normalisering van de situatie in Servië blijkt ook doordat het thema Kosovo bij de verkiezingen niet zo’n grote rol meer heeft gespeeld.

De grootste winnaar van de verkiezingen zijn de socialisten, die hun aantal stemmen meer dan hebben kunnen verdubbelen. Hun voorzitter Dacic had al tijdens de verkiezingsnacht aanspraak gemaakt op de functie van premier.

De toppoliticus heeft zijn verkiezingszege samen met de leider van de voetbalsupportersclub Alkatraz van Partizan Belgrado, Aleksandar Vavic, gevierd, aldus de media. Vavic, die in februari wegens een messteek tot een jaar gevangenis werd veroordeeld en tegen wie nog twaalf klachten lopen, was bij de feestelijkheden verantwoordelijk voor de muziek en het vuurwerk. Het Openbaar Ministerie had in 2009 al geëist dat Alkatraz werd opgedoekt. De rechtbank heeft daarover echter nog geen beslissing genomen.

De radicale partij (SRS) van de ultranationalist Vojislav Seselj geraakte niet in het parlement. Ze haalde de kiesdrempel van vijf procent niet. Het is de eerste keer sinds 1991 dat de SRS niet in het parlement zetelt. In 2008 was de partij nog goed voor 78 van de 250 zetels.

In 2003 begaf Seselj zich vrijwillig naar Den Haag om er door het internationaal Joegoslavië-tribunaal (ICTY) berecht te worden voor oorlogsmisdaden in Bosnië en Kroatië tussen 1991 en 1993 tegen de niet Servische bevolking. Hij bleef evenwel zijn partij besturen vanuit zijn cel. De SRS van Seselj was de belangrijkste Servische oppositiepartij tot 2008, toen zijn rechterarm Tomislav Nikolic zijn eigen partij oprichtte en het merendeel van de SRS-kiezers meenam.