Bartel Van Riet leert je composteren

Het staat wellicht niet bij iedereen in de top drie van de tofste tuinbezigheden. Toch kan composteren in eigen tuin, mits een juiste strategie, een heel boeiende bezigheid zijn. Goed voor het milieu en goed voor de portemonnee: onze groenman Bartel Van Riet kruipt deze week samen met zijn kompanen Gie, Nander en Tomas van tuinbedrijf 'De Tree Musketiers' de composthoop op.

Het stinkt, het palmt kostbare plaats in en het neemt al even kostbare tijd in beslag. De clichés van het composteren zijn niet bepaald van dien aard, dat ze een mens zin geven om eraan te beginnen. Gelukkig kan het ook zonder dat die clichés eraan te pas komen: een juiste werkwijze zal zorgen voor een goed geoliede recyclagemachine die niet ruikt naar overjaarse vis. Uw tuin zal er beter van worden, de planten zullen u dankbaar zijn. Composteren is meer dan wat afval in een put of op een hoop gooien en afwachten. Misschien een goed idee om compost te begrijpen, voor we eraan beginnen.

Een compostbak of -hoop is eigenlijk een bron van leven: hoe meer activiteit, hoe beter. Micro-organismen, kleine ongewervelde dieren, schimmels, bacteriën, wormen, pissebedden, mijten en springstaarten: zij zijn de echte composteerders. Zij verteren het afval en vertellen hoe gezond de composthoop is. Het fabriekje moet draaien en daarvoor moeten we onze arbeiders tevredenstellen. Net als wij hebben zij nood aan drie dingen: voedsel, lucht en water. De juiste combinatie tussen deze drie elementen geeft de perfecte levensomstandigheden in de compostbak. Daar zijn een paar simpele trucjes voor.

Groen en bruin
De enige echte modekleuren voor compost? Groen en bruin. Groen materiaal zoals maaisel, groente- en fruitresten betekenen vocht en voeding. Maar: dat geeft weinig structuur aan de compost. Louter groenafval zal de boel snel doen dichtslibben. Het bruine materiaal op zijn beurt –takken, dennennaalden en schors– zorgt voor de luchtcirculatie. Zonder deze twee kleuren is uw composthoop ten dode opgeschreven en zal hij een trage, stinkende dood sterven. Bruin materiaal bevat houtstof of ligine: een cruciale bouwstof voor humus. Groen- en bruinafval zijn dus beide van even groot belang!

In 1 vat of in 3 bakken
Eigenlijk is composteren een zeer persoonlijke bezigheid. Niet alleen de grootte van je tuin, ook de snelheid waarmee je afval produceert en de aard van het afval zullen bepalen op welke manier je best te werk gaat. Algemeen kunnen we stellen dat mensen met een kleine tuin (kleiner dan 400 m*) best af zijn met een compostvat. In een grotere tuin hanteer je beter een reeks compostbakken. Op grote of kleine schaal, het principe van composteren blijft altijd hetzelfde. Zorg voor een constante aanwezigheid van de drie basiselementen –voedsel, vocht, lucht– door zowel in groen als bruin materiaal te voorzien. Vervolgens moet je –zoals de compostmeesters in het vak zeggen– geregeld 'omzetten'. Het geheel omwoelen dus. Dit zal het verteringsproces aanzienlijk versnellen. Het is een fysiek intensief karwei, maar het hoeft maartweemaal te gebeuren gedurende het hele compostproces dat –ruw gerekend– negen maanden duurt. In die negen maanden kan je best tweemaal 'omzetten'.

Is er plaats genoeg, dan biedt werken met drie bakken een mooi overzicht. In bak 1 zit het ruwe materiaal, in bak 2 het resultaat van de eerste omzetting en in bak 3, tadaa: de compost. Dek de laatste bak zeker af, zodat het mengsel mooi kan drogen! In een compostvat moeten de drie processen in één en dezelfde ruimte plaatsvinden, maar toch zijn er ook veel mensen die op deze manier succes boeken en mooie compost produceren. Het is een prima oplossing als je wat minder plaats hebt. Zorg er wel voor dat je vat genoeg zon krijgt en maak geregeld met een lange stok luchtkokers in de brij: zo krijg je toegangswegen voor lucht. Luchtcirculatie in een vat is immers veel minder goed, dan in open bakken.

De vuisttest
Om te weten te komen of de compost een juiste verhouding heeft aan groen en bruin materiaal, is er de zogenaamde vuisttest. Neem een handje compost en bal je vuist. Wanneer je je hand opnieuw opent en de compost blijft in een bolletje liggen dat makkelijk afbrokkelt, beschikt je over mooie compost. Indien de compost te nat is, zal hij door de vingers geperst worden. Te droge compost zal dan weer zeer snel uiteenvallen. Tenslotte, wanneer je best van start gaat met het composteren is niet echt van noemenswaardig belang. De winter is niet de beste periode omdat alle leven dan op een laag pitje draait. Maar die periode hebben we nu toch achter de rug, dus ons devies is: hoe sneller je begint, hoe beter!

Weetjes
- Je hoeft geen wormen en microorganismen te kopen! Deze komen vanzelf in uw composthoop. Sluit daarom uw vat niet hermetisch af maar zorg ervoor dat ze binnen kunnen. Is er niet genoeg leven kan je wat rijke , levendige compost toevoegen. Regenwormen moet je niet in je vat gooien die zullen recht weer naar buiten kruipen. Laat die maar in je tuin zitten! Die zijn daar van groter nut.
- Zet uw compostvat op stenen. Zo krijg je meer luchtcirculatie.
- Stinkt uw compost dan moet je meer bruinmateriaal toevoegen.
- Gooi vooral geen vlees en vis op je composthoop indien je geen ratten wilt. Ook vettige sauzen kan je beter vermijden.
- Ook honden en kattendrollen hoor niet thuis op je composthoop.
- In een compostvat kan de temp stijgen tot 50 graden Celsius! Ziektekiemen en onkruidzaden zijn hiertegen niet bestand.
- Zorg voor een voorraad bruinmateriaal voor in de winter.

Niet te missen