LETTERLIJK: de persmededeling van minister Schauvliege

Print
In een persbericht legt minister Schauvliege uit waarom ze Uplace een milieuvergunning geeft. We bieden u de tekst letterlijk aan.

Na onderzoek van alle betreffende adviezen en het Project-MER heeft Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege in beroep beslist om de NV Uplace een milieuvergunning te verlenen voor de exploitatie van een gebouwencomplex in Machelen.

Aan de vergunning worden bijzondere voorwaarden (inzake o.m. afvalwater, bufferbekkens, geluid …) gekoppeld. Ook de verbintenissen wat de mobiliteit en de ontsluiting betreft, aangegaan door de exploitant, worden als bijkomende voorwaarde opgelegd.

Eerder al verleende de gemeente Machelen op 28 september 2010 een (sociaal-economische) vergunning voor een handelsvestiging en gaf de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening op 28 oktober 2011 een stedenbouwkundige vergunning aan de NV Uplace.

Een milieuvergunning werd op 14 september 2011 geweigerd door de Bestendige Deputatie van Vlaams-Brabant. Tegen die weigering gingen de NV Uplace en de gemeente Machelen in beroep bij de Vlaamse minister van Leefmilieu.


Bij een uitspraak in beroep tegen de weigering van een milieuvergunning door de provincie dient de Vlaamse minister van Leefmilieu een dubbele vraag te beantwoorden:
- Zijn de door de provincie aangebrachte weigeringsgronden rechtsgeldig (hier inzonderheid wat mobiliteit en reconversie betreft);
- Zijn er andere rechtsgeldige weigeringsgronden aanwezig (bijv. bodem of water).

De aanvraag voor een milieuvergunning ging over o.m. de lozing van huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering, van spuiwater uit de koelinstallaties en van zwembadwater; de installatie voor de zuivering van grondwater; elf noodstroomgroepen; het stallen van vrachtwagens; twaalf stookinstallaties op aardgas; een cinema met 1.640 zitplaatsen, een theater met 3.000 zitplaatsen, een geautomatiseerde kegelbaan en twee zwembaden van resp. 100 m² en 66 m².

Bij haar beoordeling van het ingediende beroep moest de minister tien elementen in acht nemen. Dat ging zowel om het ruimtelijk als het stedenbouwkundig aspect, als ook om o.m. mobiliteit en transport, lucht, bodem en grondwater, oppervlaktewater, geluid, geur en fauna en flora. Voor al die aspecten werden de adviezen ingewonnen van alle betrokken instanties en werd een Project-MER opgemaakt

Zo geeft de Administratie Wegen en Verkeer inzake mobiliteit en transport, een gunstig advies en beoordeelt ze ‘de meeste effecten tijdens de gemodelleerde avondspits als ‘gering’ tot ‘licht negatief’ omdat de impact van dit project relatief klein is bovenop de reeds verzadigde wegeninfrastructuur’. In de brownfieldconvenant van 5 juni 2009 en Principe-overeenkomst Mobiliteit van 29 april 2010 hebben de Vlaamse overheid en de exploitant zich uitdrukkelijk geëngageerd tot de realisatie van milderende maatregelen, zoals extra ontsluitingen en de uitbouw van het openbaar vervoer.

Wat de luchtkwaliteit betreft zouden volgens het Project-MER de meeste effecten ‘gering’ tot ‘matig negatief’ zijn, en na uitvoering van de overeengekomen mobiliteitsmaatregelen ‘gering negatief’ wat de resterende effecten aangaat.

Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege: “Alle elementen, het Project-MER en adviezen in acht genomen heb ik geoordeeld dat de milieuvergunning voor het project UPLACE kon worden verleend. Op milieuhygiënisch en ruimtelijk vlak is de kwaliteit van de leefomgeving gewaarborgd. De brownfieldconvenant en de Principe-overeenkomst Mobiliteit bevatten duidelijke engagementen van alle betrokken partijen om de ontsluiting tijdig te realiseren. In dat kader heb ik ook de verbintenissen wat de mobiliteit en de ontsluiting betreft, aangegaan door de exploitant, in de milieuvergunning opgenomen.”