GETEST. Rijden met de nieuwe Audi Q3

Print
De krachtige diesel van de Audi Q3 heeft pakken punch en maar zoveel dorst als een bij, maar... hij is niet praktisch, niet plezant om mee te rijden en technisch niet goed doordacht.

Het is verbazend te moeten vaststellen hoe dikwijls een gezelschap goed opgeleide volwassenen een onderwerp in hun vakgebied bespreekt om tot een conclusie komen die compleet warrig en dwaas is. Je ziet het vaak in de politiek. Onlangs nog kwam parlementslid Keith Vaz op tv zeggen dat de immigratiebalies op Heathrow 'meer gepersoond' moesten worden. Ik spoelde terug en bekeek het fragment nog eens. Maar er was geen twijfel mogelijk. Deze man –een parlementslid met een universitair diploma van Cambridge– had duidelijk in een vergadering gezeten waarin andere bewuste mensen hem ervan overtuigd hadden woorden te gebruiken die niemand anders begrijpt. Dan was er de oorlog in Irak. Slimme, nuchter denkende mensen hadden toegang tot alle mogelijke informatie die de satellieten konden vergaren. Niettemin namen ze een beslissing die idioot en verkeerd was.

Enkele jaren geleden beging Coca-Cola dezelfde fout, zij het met minder verstrekkende gevolgen, toen het besloot cola te doen smaken als een gebruikt wattenstaafje. British Airlines deed het met zijn staartvleugels. Gerald Ratner omschreef een product dat hij zelf verkocht als 'absolute rommel'. Paul McCartney nam Ebony and ivory op. Philips verrichtte pionierswerk met de laserdisc. Clive Sinclair investeerde zijn hele hebben en houden in een elektrische pantoffel. John Prescott bedacht de busbaan op de M4. De San Francisco Chronicle weigerde het Watergateverhaal met de uitleg dat het enkel mensen van de oostkust zou interesseren. En Top gear draaide een film over een kunstgalerij in Middlesbrough.

Mijn fout. Ik suggereerde het in een vergadering en in plaats van insecten te halen om eitjes te leggen in mijn haar, knikte de productieploeg braafjes. We zouden een kunstgalerij overnemen, ze vullen met kunst rond voertuigen en bewijzen dat auto's meer mensen aantrekken dan niet opgemaakte bedden en haaien op formol. Op de een of andere manier daagde het niemand van ons dat het een zeer lange en vervelende film zou worden, tot hij in de show werd vertoond. 'Dat duurde lang en was vervelend', zeiden we achteraf in koor. Natuurlijk is de autowereld bezaaid met meer vergissingen dan gelijk welke andere industrietak. Iemand van Pontiac bekeek het design van de Aztek en zei: 'Mmm. Ja. Uitstekend.' En in de directiekamer van Ford weerklonken gelijkaardige geluiden toen de ontwerpers per ongeluk hun als grap bedoelde plannen onthulden voor wat de Ford Scorpio werd.

Daimler geloofde echt dat het kon concurreren met de Rolls-Royce Phantom door wat kersenhout in een Mercedes S-klasse te stoppen en het een Maybach te noemen. Toyota lanceerde de MR2 zonder erbij stil te staan dat zich dat in het Frans –MR deux– vertaalde als 'stront'. En Audi dacht dat het de airbag kon verbeteren door een systeem te ontwikkelen dat procon-ten heette en een ongelooflijk ingewikkeld kluwen van kabels gebruikte om het stuur naar voren te trekken bij een frontale botsing. Ik zou zo kunnen doorgaan, dus doe ik dat maar. Austin bouwde een auto die aerodynamischer achteruit reed dan vooruit. Ford maakte een auto die ontplofte als er een blad op viel en Lancia maakte een model met Russisch staal dat even lang meeging als een stuk fruit. En nog maar onlangs was Volkswagen van zin om zijn nieuwe auto de Black Up! te dopen. Het lijkt wel alsof elke vergadering in de auto-industrie er specifiek op is gericht om rationeel denken uit te sluiten en dat brengt me bij de bijeenkomst van slimme koppen die enkele jaren geleden moet hebben plaatsgevonden in de directiekamer van Audi. Ze beslisten dat het een goede grap zou zijn om een nieuw type middelgrote hatchback te ontwerpen die eruitzag alsof hij off-road kon gaan, maar dat niet kon. 'Ja', moet iemand hebben gezegd. 'Dat is een briljant idee. Nog niemand anders zal eraan gedacht hebben om zoiets te maken.'

En gelijk hadden ze. Er zijn geen andere zogezegde 'softroaders' op de markt. Behalve dan de Land Rover Freelander, de Range Rover Evoque, de Honda CR-V, de Toyota RAV4, de BMW X1, de Nissan Kumquat, de Nissan X-Trail, de Mitsubishi Outlander, de Volkswagen Tiguan, de Citroen Cross-Dresser, de Subaru Forester, de Hyundai Santa Fe, de Volvo XC60, de Kia Sportage, de Vauxhall Antara, de Ford Kuga, de Mazda CX-7, de Kia Sorento en de Jeep Compass. Mogelijk wisten ze de hele tijd dat er veel keuze is in dit deel van de markt. Maar dat is onwaarschijnlijk. Want als ze dat hadden geweten, zouden ze er zeer zeker voor hebben gezorgd dat hun nieuwe auto beter was dan al de andere. En dat is hij niet.

Laat ons beginnen in de koffer, die erg klein is. De reden waarom hij zo klein is, is dat er onder de vloer een grote basluidspreker steekt. Wat voor soort drug gebruikten ze tijdens de vergadering waarop iedereen vond dat dit een goed idee was? Wie stond recht en sprak: 'Een goed basgeluid is belangrijker dan de mogelijkheid om honden, boodschappen of een reservewiel te vervoeren'? Meer naar voren vinden we de achterbank, die ruim genoeg is voor drie personen – op voorwaarde dat ze wieltjes hebben in de plaats van benen. En vooraan, waar het te doen is, vinden we helemaal niets, behalve wat verwarmingsknoppen die zijn ontworpen om te irriteren. Mijn Quattro SE testwagen van 36.000 euro werd geleverd in 'loseruitvoering' met cruisecontrol als optie van 280 euro extra en, euh, dat was het. Telkens wanneer ik de een of andere aantrekkelijk functie op de boordcomputer selecteerde, volgde de boodschap 'Dit kon je je niet permitteren' of 'Je had op school maar wat harder moeten werken'. Er zat zelfs geen gps in. Het rijden dan? Wel, moeilijk te zeggen want de wielen waren niet goed uitgebalanceerd. En proberen rationeel te zijn terwijl je de wereld in wiebelvisie ziet, is als je proberen te concentreren op de betere kantjes van iemand die voortdurend met een bijl op je hoofd slaat.

Het enige wat ik kan zeggen, is dat de motor redelijk goed presteert. Ik had de krachtigere diesel die pakken punch heeft en maar zoveel dorst als een bij. Hij klonk ook goed, op een rauwe, rokerige, bluesy manier. 'sMorgens, na een nachtje slaap, had hij echter een seconde of twee nodig om zich te herinneren wie hij was en wat de zin van zijn leven was. Je draait de sleutel om en... er gebeurt niets. En dan, vlak voor hij zich herinnert dat hij een motor is, geef je het op en zet je het contact weer uit. Dat zorgt voor enig gevloek.
Maar let op: wat hopeloosheid betreft, is de versnellingsbak nog slechter. In de sportstand wilde hij helemaal niet van versnelling wisselen en in de normaalstand deed hij niets anders. Om de paar seconden. Zonder aanwijsbare reden. Dan is er nog de Efficiencymogelijkheid die ontkoppelt telkens als je het gas loslaat. In theorie klinkt deze brandstofbesparende ingreep als een goed idee. In de praktijk betekent het echter dat je op de snelweg onmogelijk een soepele vaart kan aanhouden.

De Q3 dus. Niet praktisch, niet plezant om mee te rijden. En technologisch ook al niet goed doordacht. Wat staat je dus te doen als je een auto wilt die eruitziet alsof hij off-road kan gaan, maar dat niet kan? Zeker niet als je de sportophanging wilt, die de rijhoogte reduceert tot die van een duizendpoot? Wel, het voor de hand liggende antwoord is de Range Rover Evoque. Als die te duur is naar je smaak en niet ruim genoeg: geen probleem, er is een beter alternatief. Het heet een sedan.

Onder de kap
Motor: 1.968 cc, 4 cilinders
Vermogen: 177 pk
Koppel: 380 Nm
Overbrenging: Automatisch, 7 versnellingen
Acceleratie: In 8,2 sec van 0 tot 100 km/u
Topsnelheid: 212 km/u
Verbruik: 5,9 l/100 km
CO*-uitstoot: 156g/km
Prijs: 40.940 euro

Clarksons verdict
Het geluid is goed, maar dat is alles.