Jeremy Clarkson zoekt en vindt de zin van de Ford Focus Ecoboost

Print
Het enige waar ik niet moest van weten is de rijstrookassistent. Maar dat is dan ook het enige echte mankement dat ik kon vinden aan wat zonder twijfel de belangrijkste Ford is sedert de Cortina.

De Volkswagen Golf, de Vauxhall Astra. Die middenklasse Toyota die niet langer Corolla heet. Wat is de naam ook alweer? Alleszins een die helaas niet op het puntje van mijn tong ligt. Mijn hoofd is leeg. De Areola? Of is dat het kringetje rond je tepel? Hoe dan ook, de reden waarom ik dat soort auto's zelden test op deze pagina's, of op de tv, is simpel: wat valt er over te vertellen? Autofabrikanten zijn al een tijdje aan het watertrappen in stilstaand water. Als ze een nieuw model wilden lanceren ging dat gemakkelijk. Ze belden een bedrijf dat schokdempers maakt, een bedrijf dat zuigers maakt en een dat gps'en maakt. Vervolgens haalden ze er wat Polen of Slovaken bij om alles met kleefband aan elkaar te plakken – en voilà.

In de middenmoot was geen opschudding, geen drama, geen vindingrijkheid en geen risico te bespeuren. Het ging zo ver dat de ingenieurs van Ford hoog van de toren bliezen over het feit dat de Focus een onafhankelijke achterophanging had die duur was om te maken. En ja, het maakte de auto tot een plezier om te besturen bij het soort snelheid waarmee hij nooit zou rijden maar de echte reden waarom ze zo trots waren was dat ze een kleine interne strijd hadden gewonnen tegen de boekhouders, die ongetwijfeld liever hadden gezien dat ze een goedkopere vaste ophanging hadden gebruikt zoals iedereen. Auto's bouwen was boekhouden geworden. Maar net buiten Newbury, in Berkshire, was een man die naar de naam Swampy luisterde in een tunnel gaan wonen en beginnen te spreken over iets dat men 'het milieu' noemde. Nu waren er in het verleden heel wat Swampy's geweest die tegen de staat en tegen het systeem waren, en over werkmansrechten, vrede en communisme toeterden, maar geen van hen had enig gehoor gevonden bij de middenklassen. Ze waren dus een luidruchtig maar minoritair verschijnsel gebleven, zoals klokken luiden.

Swampy daarentegen was op een idee gestoten dat een gevoelige snaar raakte van 's lands confituurmakers. Ze hielden van tuinieren. Ze hielden van rust en vrede. Ze zagen het wel zitten dat deze jongeman in zijn vuile broek de overheid probeerde te beletten om een bypass aan te leggen. Dus werd hij in zijn campagne plots gesteund door vrouwen met kameelharen jassen. Het gebeurde overigens niet alleen in Newbury. Milieubewustzijn kwam overal ter wereld op. Leninisme had een nieuw gezicht, dat van een verdrinkende ijsbeer. En iedereen leek ervan te houden. Om te laten zien dat ze met hun tijd mee waren begonnen ook politici groene geluiden te laten horen. Meneer Cameron stapte op een vliegtuig naar Antarctica om naar een hond te kijken en plaatste vervolgens een kleine windmolen op zijn huis. In Amerika maakte voormalig presidentskandidaat Al Gore een film met de titel Arbeiderscontrole over fabrieken. En de opwarming van de aarde werd de nieuwe verschrikking.

Het laat zich raden dat de auto al gauw werd aangewezen als het grootste probleem. Niet alleen gaf hij de werkmensen persoonlijke vrijheid maar zijn uitlaat braakte ook grote hoeveelheden CO* uit... als direct gevolg van het feit dat milieuactivisten er in de jaren 80 hadden op aangedrongen om hem met een katalysator uit te rusten. Een apparaat dat gassen die de planeet niet opwarmen omzet in CO** dat dat blijkbaar wel doet. Elk jaar legden regeringen dus steeds strengere wetten op die autofabrikanten dwongen om wakker te worden. De wet verplichtte hen ertoe hun producten zuiniger te maken. Dat betekende dat ze zich vindingrijk moesten tonen. En alhoewel ik niet houd van de redenering die erachter zit, houd ik wel van de resultaten. Middenklassewagens worden weer interessant. We hebben nu hybriden en ik hou van de manier waarop die de letter van de wet gehoorzamen maar compleet de geest ervan negeren. Want hoe kan een auto met twee motoren nu goed zijn voor de planeet? Dat kan hij niet. Deze auto's zijn speelgoed voor gekken.

Sedert enige tijd zien we ook een paar slimme variaties op het hybride thema. Vauxhall heeft de Ampera en een klein bedrijf in Amerika de Fisker Karma, die werken als een elektrische diesellocomotief (waarbij een dieselmotor wordt verbonden met een elektrische generator om een elektrische motor aan te drijven, nvdr.) . Elders sleutelen mensen aan brandstofcellen op waterstof, en er bestaan ook puur elektrische auto's, zoals de Nissan Leaf. Maar hoe minder we daarover zeggen, hoe beter. Want laat ons duidelijk zijn. Ze zijn interessant om over te schrijven, maar... Ze. Werken. Niet. Ze zijn duur, hun ecologische voordelen zijn twijfelachtig –ze draaien op stroom van Drax B (Engelands grootste steenkoolcentrale, nvdr.)– en als je wil dat de dure batterijen lang meegaan, duurt het uren om ze op te laden. Wat betekent dat je meerdere dagen nodig hebt om van Londen naar Edinburgh te rijden. Dat alles brengt me bij de Ford Focus op de foto. EcoBoost is zijn naam en hij voldoet een de nieuwe groene wetgeving op de meest slimme, simpele en beste manier tot nu toe. Hij draait op een motor die zo klein is dat het cilinderblok met gemak op een vel A4 past. Zo klein is hij.

En voor je gaat denken dat een driecilindermotor van 999 cc vanzeleven niet genoeg vermogen kan ontwikkelen om een grote auto als een Focus voort te bewegen, kijk eens naar de cijfers. Hij levert 125 pk –exact zoveel als Fords oude 1.6 Focus. Maar verbazend genoeg krijg je meer koppel en, vanzelfsprekend, een aanzienlijk lager brandstofverbruik. Deze het-beste-van-alle-wereldenoplossing is te danken aan uiterst slim denkwerk. Het koppel komt van een zeer lange zuigerslag en een turbolader die tot 248.000 omwentelingen per minuut haalt. Dat is 16 keer sneller dan de schoepen van een straalmotor. Maar er is meer. Bij de meeste motoren bedraagt de druk op de zuigerkop ongeveer 150 psi. Met een gewone turbolader kan die oplopen tot 200 psi. Maar in de micromotor van de psi is dat meer dan 350 psi. Dan zijn er de details. De distributieriem loopt in olie zodat hij geen geluid maakt en eeuwig meegaat. Ford heeft zelfs het koelsysteem opgesplitst opdat het belangrijkste deel van de motor en de passagiers in de auto op koude ochtenden het zo snel mogelijk warm zouden krijgen. En het spruitstuk van de uitlaat is ook al watergekoeld. Het is waarschijnlijk niet overdreven te stellen dat er meer innovatie en technologie in deze motor schuilt dan in een V12 van Lamborghini.

Daarom was ik zo kwaad op die oudere Australische toerist die ik onlangs tegenkwam in Londens Kensington High Street. 'Waarom rijd je met dit stuk brol?', vroeg hij. Ik legde hem uit dat ik hem aan het testen was en dat hij eigenlijk best interessant was. Maar dat bracht hem niet in het minst tot bedaren. Hij was zo boos dat ik met zoiets reed dat hij er begon op te slaan met zijn winkeltassen. 'Het is brol!', riep hij. 'En je zou beter moeten weten.' Hij is echter geen brol. Hij is geweldig. Hij heeft zoveel koppel dat je de wielen kan laten doorslippen tot in tweede, en in een verkeerslichtenrace houdt hij gemakkelijk stand tegen Johnny De Bestelwagenchauffeur . En het mooiste van al is dat hij door het lichte gewicht van de motor een deel van de beweeglijkheid heeft hervonden die recente Focusmodellen waren kwijtgeraakt. Hij rijdt briljant en op een rauw maar eerder verleidelijk driecilindergeluid na is er geen enkele aanwijzing dat je wordt voortbewogen door een krachtbron die zo groot is als de linker testikel van Richard Hammond.

Binnenin? Wel, het is een Focus. Hij is ruim en mijn testauto was volgestouwd met elke denkbare extra. Het enige waar ik niet moest van weten is de rijstrookassistent. Als je van je rijvak afwijkt, volgt er een nauwelijks merkbare trilling in het stuur en licht er een klein rood lichtje op. Maar neem me niet kwalijk, als je niet merkt dat je op het punt staat tegen een brugpijler te smakken, lijkt het mij weinig waarschijnlijk dat je terug bij je zinnen zult worden gebracht door iets dat eruitziet als het standbylampje van een tv. Maar dat is het dan. Het enige echte mankement dat ik kon vinden aan wat zonder twijfel de belangrijkste Ford is sedert de Cortina. En nu komen we bij de afsluiter. Een Prius kost ongeveer 30.000 euro. Met de overheidssubsidie van 6.000 euro komt een volledig elektrische Nissan Leaf op 32.000 euro en een Vauxhall Impera op 40.000 euro. De prijzen voor een even grote, snellere en prettiger rijdende Focus EcoBoost beginnen bij 20.000 euro. Zo zou ik kunnen doorgaan. Maar dat lijkt weinig zin te hebben.

Onder de kap


Motor: 999 cc, 3 cilinders
Vermogen: 125 pk
Koppel: 150 Nm
Overbrenging: Manueel, 6 versnellingen
Topsnelheid: 189 km/u
Acceleratie: In 12,4 sec van 0 tot 100 km/u
Verbruik: 4,8 l/100 km
CO*-uitstoot: 114 g/km
Prijs: 22.200 euro

Clarksons verdict
Wie had dat kunnen denken? Een zinnige groene auto!