Vijftig doden door etnisch geweld in Myanmar

Print
Bij het recente geweld tussen boeddhisten en moslims in het westen van Myanmar, het voormalige Birma, zijn volgens officiële cijfers al zeker vijftig mensen om het leven gekomen. Tienduizenden mensen zijn voor het geweld op de vlucht geslagen.

Volgens de krant The New Light of Myanmar zijn er tussen eind vorige maand en afgelopen donderdag 78 rellen uitgebroken en zijn er meer dan 2.200 gebouwen door brand verwoest. Naast de vijftig doden vielen er in de afgelopen 18 dagen ook 54 gewonden.

Het geweld van de afgelopen weken vloeide voort uit de langlopende spanningen in de westelijke deelstaat Rakhine tussen de inheemse boeddhistische bevolking en de Rohingya, een islamitische minderheid afkomstig uit Bangladesh. Myanmar beschouwt de Rohingya als illegale migranten uit Bangladesh en weigert hun het staatsburgerschap toe te kennen.

Bangladesh meent dat aangezien de Rohingya al honderden jaren in Myanmar wonen, ze daar als staatsburgers moeten worden erkend.

De regering stuurde eerder het leger al naar Rakhine om het geweld de kop in te drukken. President Thein Sein riep afgelopen zondag de noodtoestand af in de staat.

Hoewel het geweld grotendeels is beëindigd is er volgens de autoriteiten in Rakhine nog altijd sprake van een humanitaire crisis. Kloosters en scholen bieden momenteel onderdak aan meer dan 31.000 mensen. Een onbekend aantal Rohingya is uitgeweken naar Bangladesh, maar de autoriteiten daar weigeren ze toe te laten.

President Thein Sein stuurde afgelopen weekend het leger naar de westelijke deelstaat Rakhine met de opdracht de rust in de regio te herstellen. Hij riep de noodtoestand uit. Volgens de laatste berichten lijkt het intussen rustiger te zijn in het westen van het land.

Vandaag neemt oppositieleider Aung San Suu Kyi in Noorwegen de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst. In 1991 mocht ze van de junta haar huis niet verlaten.