Minister Milquet vraagt schorsing Glenn Audenaert voor 4maanden

Gsm's van topflik werden vijf maanden afgeluisterd

Print
Gsm's van topflik werden  vijf maanden afgeluisterd

Foto:

Topflik Glenn Audenaert geeft wel fouten toe, maar niet de fouten die het gerecht hem verwijt. Dat heeft de leiding van de federale politie gezegd. Zijn gsm-gesprekken, die gedurende vijf maanden werden afgeluisterd, hebben Audenaert de das omgedaan.

Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) heeft gisteren het voorstel ondertekend om politiedirecteur Glenn Audenaert voor vier maanden uit zijn ambt te schorsen. Ze heeft haar voorstel doorgespeeld aan haar collega van Justitie, Annemie Turtelboom (Open VLD). Uiterlijk maandag moet de kogel door de kerk zijn.

Milquet vindt dat Audenaert het best een tijdje wegblijft om de Brusselse federale gerechtelijke politie normaal te laten functioneren, nu hij in verdenking is gesteld voor schending van het beroepsgeheim en schriftvervalsing.

De politiedirecteur zelf heeft zijn overheid en zijn manschappen intussen laten weten dat hij inderdaad in de fout is gegaan. Audenaert vroeg zijn directeur-generaal Valère De Cloet om in zijn plaats excuses te maken. Maar tot dusver heeft hij zijn mandaat als politiedirecteur niet ter beschikking gesteld, bevestigt Binnenlandse Zaken.

De fouten die Audenaert bekent, stemmen volgens de federale politie niet overeen met de verdenkingen die het Dendermondse gerecht tegen Audenaert heeft overgehouden. Volgens onze informatie werd Glenn Audenaert tijdens zijn urenlange verhoor vooral geconfronteerd met de inhoud van de afgeluisterde gesprekken van zijn gsm's.

Uitzonderlijke maatregel

Audenaerts mobieltjes werden gedurende vijf maanden onder tap geplaatst, een hoogst uitzonderlijke maatregel. In die gesprekken zou Audenaert onder meer een speciale regeling hebben bedacht om de overuren van een inspecteur te vergoeden, zonder die uren op te tekenen. Dat gesjoemel leverde Audenaert de verdenking van schriftvervalsing op.

Daarnaast blijft de verdenking bestaan dat Audenaert in de politiedatabanken inlichtingen zou hebben laten opvragen over bepaalde personen om een bevriende zakenman een dienst te bewijzen. Schending van het beroepsgeheim, heet dat. Maar Audenaert spreekt dat tegen. De screening zou volgens hem gebeurd zijn binnen het kader van een politionele controle en zou dus volkomen gerechtvaardigd zijn.