Bartel Van Riet leert je meer over minimoestuinen

Als koken de gevestigde hype is, dan is moestuinieren de nieuwe. Onze groenman Bartel Van Riet heeft goed nieuws voor iedereen, ook voor dummies en voor stadsmussen. Samen met zijn kompanen Gie, Tomas en Nander van tuinbedrijf De Tree Musketiers, doet hij voor hoe je in een middag een moestuin kan in elkaar zetten, op slechts een goeie vierkante meter.

Je kan een hoop redenen bedenken om níet te beginnen aan een moestuin. Kost veel te veel tijd, moeite en geld, neemt te veel plaats in, de grond in mijn tuin is niet vruchtbaar, ik woon in de stad en heb alleen een terras, enzovoort enzoverder. Maar eigenlijk is moestuinieren gewoon een toffe bezigheid én: met een vierkantemetertuin wordt plots alles anders. Vergeet uitgestrekte vlaaien van perken die je tuin er doen uitzien als een kmo in groenten en waar je de hele lente en zomer en herfst lang op je knieën moet in wieden. Je hebt niet meer dan een goeie, of zelfs maar een kleine vierkante meter nodig. In je tuin, op je terras, op je balkon, op de speelplaats op school…

Wat je terugkrijgt, is een hele belevenis. Eerst zelf zaaien, dan zelf zien groeien, vervolgens zelf plukken en oogsten, en tenslotte zelf klaarmaken en opeten. Er is maar één zorg bij het uitkiezen van de plek voor je nieuwe schepping: een moestuinbak verstop je niet in het donker. Er moet zes uur per dag zon kunnen komen.

288 liter grond
Om eraan te beginnen, heb je twee keuzes. Ofwel rij je naar het tuincentrum en koop je een kant-en-klaar pakket, ofwel rij je naar de doe-het-zelfzaak en haal je 4 planken van 120 cm lang en minstens, maar dan ook echt minstens, 20 cm breed. Die zet je als een vierkante bak in elkaar met een paar spijkers en wat hoekijzertjes. Een gronddoek erin –waterdoorlatend, of plastic met genoeg afwateringsgaatjes– en je bent vertrokken. Een vel van 2 op 2 meter is meer dan genoeg. Nadat je de bak vol aarde hebt gestort, snij je het overtollige zeil tot een aantal centimeters onder de randen gewoon af. Over welke grondmix je best kan gebruiken, bestaan nogal wat theorieën, maar eigenlijk is het nergens voor nodig om ingewikkeld te doen. Gebruik gewoon goeie potgrond, die je kan vermengen met compost. Rekenen is niet ons strafste stuk, maar het zal toch even moeten gebeuren: hoeveel grond moet er in onze bak? Heb je gekozen voor lengte 120 en hoogte 20 cm, dan gaat het zo: 12 x 12 x 2 = 288liter. Zie je het nog wat kleiner (90 x 90cm) of rechthoekig: het mag allemaal. Zaak is alleen om in een veelvoud van 3 te blijven, want we willen ons tuintje afwerken in vakjes van 30 op 30cm. Dat kan met latjes of met touwtjes en spijkers.

Het minituintje ligt best een beetje beschut en als je graag boontjes eet of andere hoge gewassen, voorzie dan een achterwand met een klimrooster, of fabriceer een wigwamconstructie.

Gouden regels
Nu resten nog maar drie gouden regels voor goede verstandhouding met je moestuin, namelijk:
1. Loop er niet in rond. Dat is niet nodig, want langs de zijkant kan je alle vakken goed bereiken. Dit is evident voor iedereen vanaf een meter vijftig, maar maak dit ook duidelijk aan jonge kinderen. En katten, of honden.
2. Hou de grond vochtig, los en luchtig.
3. Zaai met een strak zaaischema. Niet alleen volgens seizoen, maar ook volgens kwantiteit. Stop niet het hele zakje zaadjes meteen in de grond als er maar 9 plantjes in je zaaivakje passen. Als je ze netjes volgens een patroon zaait –één zaadje recht in het midden (broccoli), 4 zaadjes in een keurig vierkant (kropsla) enzovoorts– weet je ook meteen waar een plantje opkomt en waar ongewenst onkruid verschijnt, en bespaar je jezelf alweer een hoop tijd.

Wist je dat...
Lekker lui. De grond warmt in een vierkantemetertuin sneller op, waardoor de zaadjes sneller kiemen. In de afgesloten bak zal er bovendien minder onkruid groeien, dus moet je minder wieden. Je kan zelfs vermijden dat je je diep moet bukken, door de tuin op pootjes of een platform te zetten.

Penthouse. Voor sommige groenten is 20cm diepte niet voldoende, maar daarvoor kan je één of enkele plantvakjes ophogen. Met 4 latjes van 30cm meter lang geef je bijvoorbeeld je wortelen gewoon een individuele 'penthouse' die je vult met extra potgrond.

Vriendjes. Sommige groenten staan graag naast elkaar, anderen niet. Op je zaadpakjes of op groen.net vind je meer info. Net als over het principe van de rotatie: sommige planten –zoals peulgewassen– zet je beter geen twee seizoenen na elkaar in hetzelfde vak.

Formule 1? De zogenaamde hybride F1-zaadjes zijn rassen die met veredelings-technieken ontwikkeld zijn. Ze beloven een grotere oogst, mooi gevormde vruchten en een gelijkmatige groeisnelheid, maar ze zijn wel duur en je kan met hun zaad niet verderkweken. Bovendien houdt het voordeel ook nadelen in: als je hele oogst op hetzelfde moment rijp is, krijg je een indigestie als je alles zelf wil opeten. De grotere opbrengst en ziektebestendigheid maakt wel dat het voor sommige soorten –bijvoorbeeld tomaten– de moeite waard is.

Grondlegger. De Amerikaan Mel Bathelomew wordt gezien als de grondlegger van de vierkantemetertuin: hij publiceerde er in 1981 zijn eerste boek over. Hij maakt gebruik van een speciale grondmengeling voor zijn moestuinbak en verkoopt ook allerhande gerelateerde producten.

www.squarefootgardening.com

Niet te missen