Vondsten uit het Jolleveld van Wilfried Hoste tentoongesteld

Kralensnoer blikvanger op tentoonstelling archeologische opgravingen

Print

Wilfried Hoste en zijn vrouw Marie-Jeanne Potvin. Foto: gpp

Gavere/Oudenaarde -

Wilfried Hoste (65) uit Asper krijgt eindelijk de waardering die hij verdient voor zijn schenkingen van archeologische vondsten uit het Jolleveld in Asper, zowel aan de gemeente Gavere als aan het Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke.

In het Regionaal Toeristisch Onthaalpunt De Poort in Gavere loopt tot 15 september de tentoonstelling ‘Opgegraven in de Vlaamse Ardennen'.

Enkele pronkstukken, zoals een kralensnoer uit glas en barnsteen (foutief ook wel ‘amber' genoemd), twee koppen van oorringen in brons en een fragment van een schijffibula (ijzeren draagplaatje), alles uit de Merovingische periode (481-751), werden in de jaren 1976-1978 gevonden door Wilfried Hoste, zijn vrouw Marie-Jeanne Potvin(61) en Wilfrieds neef, Jacques Bosschem, nabij de Tragelstraat in het Jolleveld in Asper.

Wilfried vertelt: ‘Toen mijn vrouw aardappelen aan het rooien was in het aardappelveld bij Jacques, vond ze scherven in de grond. We waren toen al een hele tijd als amateurs bezig met antiek, oude geldstukken en archeologische vondsten. Met de gevonden scherven trokken we naar een vriend, Daniël Beyaert uit Kruishoutem die als amateur-archeooloog in de streek al geruime tijd actief is. Hij bevestigde ons dat het ging om archeologische vondsten.'

‘We hebben dan verder gegraven op de plaats waar de scherven lagen. We vonden nog een een speer van 30centimeter lang. Ze leek op een bajonet. Maar het bleek wel degelijk een stuk van meer dan 1.500 jaar oud. In dezelfde put lag iets dieper ook een metalen knobbel. Die zag er uit als een hoedje, maar achteraf werd duidelijk dat het een stuk van een wapenschild was. Na wat verder wroeten in de aarde kwamen nog twee potjes naar boven die mogelijks uit vroegere begraafplaatsen kwamen.'

‘Ik begon vanaf dan alles op te tekenen op ruitjespapier. Ik noteerde op een grondplan de plaats waar ik welke stukken had gevonden. Daarbij gaf ik ook aan hoe groot de stukken waren, welke vorm ze hadden en de kleur. Zo was alles terug te lokaliseren achteraf. Alle gevonden archeologische stukken bewaarde ik in een kast om ze te vrijwaren van verdere destructie. Hoe meer we vonden, hoe meer we tewerk gingen als echte archeologen. We hebben grachten afgegraven, centimeter per centimeter. Zo zijn we op een dag op het kralensnoer gebotst dat in de aarde lag zoals het nu in De Poort tentoongesteld wordt.'

Pas in 1978 is Wilfried ernstig genomen door archeologen en de Gentse universiteit, die nog een aantal graven zelf blootgelegd hebben. Van de 28 begraafplaatsen zijn er 25 door Wilfried gelokaliseerd.

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio