Is je man een wielerfan? Zo praat je mee over de Tour

Print
Is je man een wielerfan? Zo praat je mee over de Tour

Foto: shutterstock

Omdat het de komende weken van demarrages hier en koninginneritten daar zal zijn, krijgt de wielerleek het moeilijk om een woordje mee te praten. Tenzij je deze uitdrukkingen met geoefende kennersblik op tafel gooit.

'Uit de wind zetten'

De renners rijden tegen veertig kilometer per uur of sneller, waardoor ze urenlang worstelen met de natuurlijke weerstand van de lucht - zelfs wanneer er geen tegenwind is. Daarom is het minder vermoeiend om vlak achter een andere renner te rijden dan 'op de eerste rij': zijn lichaam werkt dan als een ijsbreker voor de wind. Resultaat: de renner voor je 'zet je uit de wind' en jijzelf 'zit uit de wind' waardoor je kostbare krachten kunt sparen voor de laatste kilometers.

'De bus is binnengekomen'

Niet te verwarren met 'de rennersbus', want het gaat hier niet om een bus met wielen en chauffeur, maar om een groep renners die in een bescheiden tempo de berg oprijdt. Het is een coalitie van vermoeide jongens die voor de beklimming al veel kopwerk hebben verzet, iets zwaarder gebouwde renners die fysiek niet voor het klimwerk in aanmerking komen en mannen die gewoon hun dagje niet hebben.

'Klimmers en sprinters'

Wielrennen is een ploegsport, waarbij de beste renners kopman van een ploeg zijn. De twee belangrijkste types renners in een grote ronde zijn de klimmers en de sprinters. Er zijn ook de tijdrijders, maar zij staan er altijd alleen voor. De sprinters zijn kopman in de vlakke etappes, en de klimmers, vanzelfsprekend, in de bergen. De rest van de ploeg probeert het deze kopman zo aangenaam mogelijk te maken tot aan de finale, waarna hij het alleen moet afmaken. Een sprinter komt pas een paar honderd meter voor de streep alleen te zitten. Voor een klimmer is dat meestal ergens op de laatste beklimming van de dag.

'Chasse Patate'

Een standaard wedstrijdsituatie is een ontsnapte kopgroep met een aantal minuten voorsprong op het peloton. Soms gebeurt het dat een renner vanuit het peloton -alleen of in een groepje- naar de kopgroep probeert te rijden. Knap als het lukt, maar soms geraakt zo'n renner weg uit het peloton maar nooit helemaal tot bij de koplopers. Zo'n inspanning die niets oplevert heet een 'chasse patate'.

'En danseuse'

Bij klimwerk zitten de renners soms een beetje door hun krachten heen. Ze komen uit het zadel en trappen een te zware versnelling waardoor ze wat van links naar rechts beginnen zwiepen. Het hoeft niet te betekenen dat de renner oververmoeid is: zo rijdt tourwinnaar Cadel Evans altijd en danseuse naar boven.

'De koninginnenrit'

Voor de wielerenners zijn dit de allerzwaarste dagen uit een grote ronde. De onmisbare ingrediënten zijn: verschillende loodzware beklimmingen in dezelfde etappe én een legendarische slotklim (categorie L'Alpe D'Huez). Traditioneel spreekt men van één koninginnenrit in de Alpen en één in de Pyreneeën.

'Het peloton begint te rijden'

Het kan best verwarrend zijn als een commentator plots beweert dat het peloton 'begint te rijden' terwijl je op de tv al duidelijk hebt kunnen zien dat er al gereden werd. Het gaat hier om een tempoverhoging die de finale van de etappe aankondigt.

'Beginnen rijden' is een fenomeen dat vaak aan 'de vroege vlucht' is verbonden. Het klassieke scenario in een vlakke rit: enkele jongens nemen vroeg op de dag een voorsprong, hopend op de waterkans om voorop te blijven, maar vooral op publiciteit voor de sponsors. Ondertussen in het peloton zitten de helpers van de sprinters klaar om de voorsprong onder controle houden. Als de timing juist zit 'beginnen ze te rijden' en zorgen ze ervoor dat de vroege vluchters netjes op tijd worden ingehaald. Niet te laat, want dan zijn de winstkansen voor hun sprinter weg, maar ook niet te vroeg, want dan komen er misschien nieuwe demarrages.

'Vals Plat'

Wanneer het lijkt alsof men op een vlakke weg rijdt, maar in werkelijkheid lichtjes stijgt of daalt. Een vorm van optisch bedrog dus.

'De trein'

Een metafoor die vaak wordt gebruikt voor een sprintersploeg die een massasprint aan het inleiden is (zie ook 'beginnen rijden'). Om elke late ontsnappingspoging te ontmoedigen jagen de sprintersploegen het tempo de hoogte in tijdens de laatste kilometers. Elke ploegmaat van de sprinter rijdt op kop tot hij helemaal leeg is en laat zich dan uitzakken. Zo worden alle ploegmaats opgesoupeerd en komt de sprinter -wanneer de trein zijn werk goed doet- pas de allerlaatste honderden meters op kop.

 

 

Niet te missen