Peppe Giacomazza ontwerpt bordenset met Antonio Carluccio

‘Mijn ouders zijn nog bijna elke dag in de zaak’

Print
‘Mijn ouders zijn nog bijna elke dag in de zaak’

Peppe (links) en Gaspare Giacomazza: ‘Ik zou het niet over mijn hart kunnen krijgen om een dag niet in de keuken te staan.’ Foto: rs

Genk -

Peppe Giacomazza ontwierp een bordenset met Antonio Carluccio. De chef van het Genkse restaurant La Botte en het tv-programma Njamma Mia! leerde de Italiaanse keukengoeroe kennen tijdens een tv-opname. 'We zijn meer dan collega's', zegt hij.

Crisis in de horeca? Alleszins niet in restaurant La Botte, waar je je zelfs op een doodgewone weekdag moet reppen om een tafeltje te bemachtigen. De zaak van Peppe Giacomazza (35) liep al als een trein, maar sinds zijn tv-optredens in het programma Njamma Mia! is het helemaal te gek. ‘Ze komen zelfs uit West-Vlaanderen. De Genkse hotels zijn er niet slechter van geworden’, zegt de succesvolle kok, die al op jonge leeftijd in de voetsporen trad van zijn vader Vincenzo.

De inmiddels 58-jarige pater familias kwam meer dan dertig jaar geleden op huwelijksreis bij familie in Genk en opende op de Europalaan een eenvoudig eethuisje. La Botte kreeg steeds meer naamsbekendheid en werd vijf jaar geleden door de culinaire gids GaultMillau uitgeroepen tot het beste Italiaanse restaurant van ons land. Vandaag is Giacomazza senior alleen nog op de achtergrond aanwezig.

Peppe leidt de keukenequipe, zijn echtgenote Inez ontvangt de gasten. Gaspare (28) is de sommelier en geeft in Njamma Mia! wijntips bij de gerechten van zijn broer. Hij heeft een voor zijn leeftijd verbazende wijnkennis. ‘Mijn ouders hebben ons de vrijheid gegeven, maar zijn nog bijna elke dag in de zaak’, zegt Peppe. ‘Papa ziet alles, hij heeft ogen op zijn rug. Hij is onze Godfather, maar dan in de positieve betekenis. Mama is een bezige bij. Geen moeite is haar te veel om een handje toe te steken. Die familiale verbondenheid is een van onze troeven. Ik denk dat onze gasten dat voelen.’

Antonio Carluccio kon je grootvader zijn. Hoe kwam je met hem in contact?

Peppe Giacomazza: ‘Zowat een jaar geleden vroegen ze me bij Njam! om een reportage met hem te draaien. Ik werd bij hem thuis in Londen uitgenodigd en merkte snel dat hij geïnteresseerd was in wat ik deed. Onze Italiaanse roots en gemeenschappelijke belangstelling voor mooie, verse producten waren daar wellicht niet vreemd aan. Intussen zijn we - dat durf ik wel zeggen - goede vrienden geworden. Binnenkort komt hij ons zelfs bezoeken tijdens onze vakantie bij familie in Sicilië. We gaan samen naar de olijfgaard van mijn grootvader. Daarin staan zo'n tweehonderd bomen. De oogst is uitsluitend voor eigen gebruik.’

Hoe kwam je erbij om een bordenset te ontwerpen met Antonio Carluccio?

‘Het idee komt van Piet Stockmans, die al langer met ons wilde samenwerken. We gingen samen aan tafel zitten en maakten duidelijk wat we precies wilden. Het probleem was dat blauw het handelsmerk is van Stockmans, maar daar vonden we iets op. Op de volledig witte borden werd een rood en groen accentje aangebracht, een subtiele verwijzing naar Italië. Ik ben erg vereerd door die geste van Piet, want zijn servies staat op tafel in topzaken als Oud Sluis, Hof van Cleve, Hertog Jan en De Jonkman.’

‘Een bord is ondergeschikt aan het gerecht, maar de details kunnen het verschil maken. Dat is ook de reden waarom we een praline van limoncello en basilicum lieten ontwerpen door Dominique Persoone van The Chocolate Line. We overwegen zelfs om de kleding van het personeel te laten ontwerpen door Martin Margiela. Zijn broer Luc is een goede vriend van me, vandaar.’

Je werkt nu ongeveer een jaar voor de culinaire zender Njam! Heeft dat jouw leven veranderd?

‘Enorm. Ik heb de impact van de media onderschat. Vorige week ging ik even met Inez en onze twee zonen naar de kust. Ik wist niet wat er gebeurde, zo vaak werd ik herkend. Ik heb daar geen enkel probleem mee. Je moet respect hebben voor iedereen. Ik sta er allang niet meer van te kijken als mensen me aanspreken of een handtekening vragen, maar ik heb het ook al meegemaakt dat vrouwen me vroegen om hun bovenkleding te signeren. (lacht) Dat vond ik een tikkeltje te ver gaan.’

Vaak hoor je dat tv-koks niet altijd in hun zaak staan. Hoe ga jij daarmee om?

‘Ik zou het niet over mijn hart kunnen krijgen om een dag niet in de keuken te staan. De meeste gasten willen de chef zien. Trouwens, wij kunnen ons geen slechte dag meer permitteren. Wij spelen elke dag een Champions League-match. De verwachtingen liggen enorm hoog, soms te hoog. Enkele chefs van Njam! hebben een Michelinster. Veel mensen leggen de lat voor ons op dezelfde hoogte. Daarom wil ik er altijd bij zijn. Als er fouten worden gemaakt, kan ik helpen om een oplossing te zoeken. De tv-opnames in de studio's van Studio 100 in Schelle worden gemaakt op dinsdag en woensdag, onze sluitingsdagen. Op dat vlak is er geen probleem.’

Is het na zo'n opnamedag niet moeilijk om jezelf motiveren voor een drukke dag in het restaurant?

‘Nee, nooit. Als ik aan een werkdag begin, heb ik nog altijd de adrenaline van een jonge voetballer die voor het eerst in het A-team mag spelen. Wat ik doe, beschouw ik niet als werken. Dat probeer ik mee te geven aan de jonge generatie. Sinds Njam! krijg ik enorm veel aanvragen voor een stageplaats. Ik kan er maar een beperkt aantal aannemen, maar ik probeer die jonge gasten wel een goede leerschool te geven. Vaak wordt van stagiairs geprofiteerd. Daar doe ik niet aan mee. Je moet ze met respect behandelen. Ik ben niet het type chef dat zijn personeel afblaft. Daar bereik je niets mee. Ik zeg wat fout is, maar daar heb ik geen harde woorden voor nodig.’

Kun je je drukke culinaire activiteiten combineren met je gezinsleven?

‘Dat is niet altijd makkelijk, want mijn zoontjes hebben ook recht op hun papa. Vincenzo is negen, Cristiano vier. Ik probeer er zoveel mogelijk voor hen te zijn, maar ik besef heel goed dat het zonder Inez nooit zou lukken om goed voor hen te zorgen. Ik steek nu veel energie in mijn werk. Dit kan ik nog maximaal tien jaar volhouden, maar ik geniet met volle teugen. Njam! is voor mij op alle vlakken een verrijking. Het is zowat mijn tweede familie geworden. Ik heb een superband met Gert Verhulst en Hans Bourlon en ook met mijn collega's schiet ik enorm goed op. Ik bel minstens één keer per week met Roger van Damme, Peter Goossens, Dominique Persoone en Thierry Theys.’

De Italiaanse keuken is wereldwijd heel populair, maar eigenaardig genoeg zie je daar weinig van terug in de mondiale top tien. Daarin is na nummer één Noma de Spaanse keuken toonaangevend.

‘Juist, maar die top tien betekent voor mij niet alles. Het klinkt misschien chauvinistisch, maar in Italië kun je werkelijk in het kleinste stadje overal lekker eten. Dat zit gewoon in de cultuur van het land. De Italianen zijn levenskunstenaars en dat merk je in de gastronomie.’

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio