Suikerpatiënt Kwinten Verbruggen werkte met straatkinderen in Lubumbashi

Met rugzak vol koeken en fruitsap naar Congo

Print

Kwinten in Lubumbashi. Foto:

Drongen/Zwijnaarde -

Samen met acht schoolgenoten van het Don Boscocollege Zwijnaarde trok de 17-jarige Kwinten Verbruggen begin juli voor drie weken naar Lubumbashi om er straatkinderen te helpen. Geladen met een rugzak vol koeken, chocolademelk en fruitsap, want Verbruggen heeft diabetes type 1. ‘Het was lastig om te eten voor de ogen van die hongerige kindjes.’

Vijftig leerlingen uit het vijfde en zesde middelbaar van het Don Boscocollege wilden graag naar Lubumbashi gaan om er te werken met straatkinderen, maar er konden er maar negen mee. Zij die de strafste motivatiebrief schreven. Een van hen was Kwinten Verbruggen, een 17-jarige leerling Latijn-Wiskunde uit Drongen. Al twijfelden de leerkrachten even of zijn deelname aan de reis niet te gevaarlijk was, want Verbruggen lijdt sinds zijn vijf jaar aan diabetes type 1, waardoor hij vier insulinespuiten per dag nodig heeft.

‘Ik heb me nooit laten tegenhouden door mijn ziekte om leuke dingen te doen’, zegt hij . ‘Zo heb ik al gletsjers beklommen en een tiendaagse fietstocht gemaakt. Dit moest dus ook lukken. Mijn leerkrachten hebben zich op voorhand goed geïnformeerd over de ziekte en wat ze moeten doen als ik flauwval.’ Naalden in bagage

Uitgerust met voldoende medicatie en massa’s eten in zijn rugzak vertrok hij op 2 juli naar de tweede grootste stad in Congo. ‘Al heb ik op de luchthaven heel wat koeken en fruitsapjes moeten overladen naar de koffers van mijn vrienden, want mijn bagage woog tien kilo te zwaar. En in Lubumbashi moest ik toch uitleggen wat al die naalden in mijn bagage deden.’

De eerste week kregen de scholieren wat tijd om te wennen aan de broeierige stad van contrasten en logeerden ze in een - naar Afrikaanse normen - chique college waar ze optrokken met leeftijdsgenoten. Maar vanaf de tweede week gingen ze aan de slag in het Bakanja Centre dat beheerd wordt door pater Eric Meert van het OMM. De leerlingen gaven er speelpleinwerking aan tachtig Congolese straatkinderen. ‘De verhalen van die kinderen waren hartverscheurend. Ze waren vaak verstoten door hun familie doordat ze zogezegd behekst waren en de familie ongeluk brachten. Zo was er een jongetje van een jaar of zeven wiens gezicht verbrand was. Om hem te verminken, had zijn familie een zak over zijn hoofd getrokken en die in brand gestoken.’

Ondanks de heftige verhalen, had Verbruggen de tijd van zijn leven in Lubumbashi. ‘Een dank u kan je van die kinderen niet verwachten, maar glimlachen doen ze voortdurend. Dat gaf zo’n zalig gevoel.’ Heimwee

Van zijn ziekte heeft hij niet zoveel last gehad. ‘Al schaamde ik me wel toen ik na een loodzware wandeling van drie uur met de kleinste kindjes verplicht moest eten en drinken, terwijl zij niets kregen. Ik heb dan maar al mijn spuiten bovengehaald om hen te tonen dat ik echt wel ziek ben en gelukkig begrepen de meesten dat.’

Sinds hij weer thuis is, wiegt hij constant tussen de uitgelaten euforie over zijn reis en stille heimwee. ‘De reis en de mensen daar - ze hebben niets, maar willen je toch alles geven - hebben zo’n grote indruk op mij gemaakt dat ik terugwil. Maar dan voor een langere periode. Ik zou er graag in slagen om een van de straatkinderen te herenigen met zijn familie.’

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio