'Incestueuze kinderen hebben recht op afstamming'

Print
Kinderen die geboren zijn uit een incestueuze relatie moeten het recht hebben om hun afstamming te laten vastleggen. Dat zegt het Grondwettelijk Hof. Nu is dat wettelijk onmogelijk.

 Het Grondwettelijk Hof deed zijn uitspraak naar aanleiding van een koppel met drie kinderen. Op het moment dat de vader en moeder een relatie begonnen, wisten ze niet dat ze dezelfde moeder hadden en dus eigenlijk halfbroer en halfzus waren. Het koppel kreeg samen drie kinderen en ging in 2008 wettelijk samenwonen.

Nadat de vader in 2010 was overleden, wilde de moeder diens vaderschap officieel laten vastleggen. Maar volgens artikel 325 van het Burgerlijk Wetboek kan zo'n afstammingsonderzoek niet gebeuren als er sprake is van een incestueuze relatie.

Als het kind op die manier te weten komt dat hij voortkomt uit een 'bloedschennige' relatie, zou dat wel eens nadelig kunnen zijn, zo oordeelde de wetgever. Maar volgens de moeder zou het net 'psychologische gevolgen' kunnen hebben als de kinderen de afstamming van hun vader niet kunnen laten erkennen.

Het Grondwettelijk Hof heeft wel oren naar die argumentatie. Kinderen uit incestueuze relaties moeten hun afstamming kunnen laten vastleggen, zeker als ze daar zelf om vragen.

De voordelen van die mogelijkheid (zoals bestaanszekerheid) kunnen volgens het Hof zwaarder doorwegen dan de eventuele nadelen van de bevestiging van de onwettelijke relatie tussen hun ouders.

Volgens het Grondwettelijk Hof mag de wetgever gerust trachten om incestueuze relaties te voorkomen, maar aan kinderen uit zo'n relatie verbieden om hun dubbele afstammingsband te laten erkennen 'is geen pertinente maatregel om die doelstelling te bereiken'.