Twintig straffe madammen en één sterke meneer strijden samen tegen kanker

‘Maar één woord nodig om elkaar te verstaan’

Print
Gent -

Toen de inloophuizen van de Vlaamse Liga tegen Kanker een klein jaar geleden de deuren sloten, richtte een groep vrouwen ‘De Straffe Madammen’ op. Elke twee weken komen zo’n twintig madammen, worstelend met kanker of de ziekte ondertussen overwonnen, en één straffe meneer samen in ‘Kunst(h)art’. Ze boetseren of schilderen er en ondertussen polsen ze hoe het met iedereen gaat. ‘Naar de buitenwereld zetten we vaak een masker op. Hier kunnen we tonen hoe het echt voelt.’

Iedereen krijgt in zijn leven te maken met kanker, zelf of in zijn omgeving. Maar toch bestaat er geen groter taboe dan het k-woord. Dat ondervonden ook de twintig vrouwen die elke twee weken samenkomen in Kunst(h)art in de Wolterslaan in Sint-Amandsberg. Allemaal kregen ze op een dag te horen dat ze kanker hadden en allemaal gingen ze de strijd aan. Sommigen met succes, anderen met nog steeds veel angst. Maar allemaal stuitten ze in die strijd op veel onbegrip.

‘Mensen hebben het snel gehad met verdriet’, zegt de benjamin van de groep Lut Beeckman (46), die eind 2009, een paar dagen voor kerst, te horen kreeg dat ze borstkanker had. ‘Zolang je ziek bent, begrijpen ze het wel, maar zodra je genezen bent, moet je weer presteren. Iemand die een half jaar na haar behandeling nog moe is, dat gaat er niet in.’

Annie De Backer (70) ervaarde het ook zo. ‘Bijna al mijn vrienden haakten af na een tijdje. Als we uitgingen, moest ik altijd vroeger naar huis omdat ik zo snel moe was. Op den duur werd ik niet meer gebeld. Ik heb nog maar één vriendin van voor mijn kanker’, vertelt Annie, die zeventien jaar geleden te horen kreeg dat ze borstkanker had. Ze genas maar na acht jaar herviel ze en twee jaar later kreeg ze er ook nog eens leukemie bij. ‘Ik kan niet meer genezen. Het enige wat de dokters nog kunnen doen, is het controleren.’

Toch ziet Annie De Backer er allerminst slecht uit. Ze straalt als ze het atelier van Kunst-(h)art binnenstapt, want sinds enkele jaren heeft ze nieuwe vriendinnen bij wie ze wél moe mag zijn. Bij De Straffe Madammen moet niemand een masker opzetten. ‘Hier mag je tonen dat je bang bent. En we hebben maar één woord van elkaar nodig om te weten hoe het gaat’, zegt voorzitster Roos Van Wassenhove (59).

Kunst als alibi

De meeste madammen vonden elkaar een paar jaar geleden in het Inloophuis aan de Coupure, waar kankerpatiënten terechtkonden met vragen en twijfels en waar ze creatieve workshops en lezingen konden bijwonen. Sommigen kwamen er voor de vriendschap en de gesprekken met lotgenoten. ‘Het Inloophuis gaf me weer een doel, een reden om buiten te komen’, zegt Carine Laroy (54) die herstelt van baarmoederhalskanker. Anderen, zoals voorzitster Roos, die drie jaar geleden huidkanker kreeg, kwamen voor de schilderlessen. ‘Leren schilderen, daar was het mij om te doen. Voor de rest deed ik mijn mond niet open, al dat emotionele gedoe was niet aan mij besteed.’ Maar na een jaar begon haar pantser dan toch af te brokkelen en begon ze te praten. ‘Misschien waren die schilderlessen toch een mooi alibi om bij lotgenoten te zijn’, glimlacht ze.

Vorig jaar besloot de Vlaamse Liga tegen Kanker om de Inloophuizen te sluiten. Woest waren de vrouwen, want ze waren hun veilig nest kwijt. Ze trokken zelfs naar Brussel om de grote directeur eens goed hun gedacht te zeggen. ‘Met een zakje zure muilentrekkers, als cadeautje’, zegt Rietje Billiet (73).

Zure spekken of niet, het Inloophuis ging onverbiddelijk dicht. De vrouwen besloten dan maar om zelf bijeenkomsten te organiseren. Eerst bij hen thuis, later in een zaaltje in de Brugse Poort en de laatste maanden in de ateliers van de vzw Kunst(h)art, een sociaal-artistiek project waar iedereen met kunstige kriebels terechtkan. Ze doopten zichzelf De Straffe Madammen, een ideetje van Rietje ‘want we zijn toch wel écht straffe madammen’. Zij mag dat zeggen, want ze vocht al tegen borst-, spier- en darmkanker. Haar humor is ze er niet door kwijtgeraakt, haar grote mond en lef evenmin. ‘Ze is gewoon zot’, lachen haar vriendinnen. ‘Je zou haar eens met haar auto door Gent moeten zien zoeven. Als zij buitenkomt, kondigen ze dat aan op VRT, zodat iedereen op tijd kan vluchten.’ Hilariteit alom.

Enige haan in kiekenkot

Sinds kort is er ook één straffe meneer in het gezelschap. ‘Ge ziet er goed uit’, klinkt het vleiend als Michel Picha (66) binnenkomt. ‘Maar ge moet wel een beetje vermageren hé Michel’. Hart op de tong-Rietje kan het weer niet laten. Michel Picha heeft geen persoonlijke ervaring met kanker, maar hij had wel al een hartinfarct en een hersenbloeding. En zoals iedereen, ook mensen die niet ziek zijn en gezelschap zoeken, is hij meer dan welkom bij de madammen. ‘Ik voel me supergoed als enige haan in dit kiekenkot. Dit is veel leuker dan alleen thuis te zitten en ik leer hier ook nog eens knutselen. Trouwens, welke man kan zeggen dat hij elke twee weken met zoveel vrouwen mag samenzitten? Het is een beetje mijn harem’, zegt hij schalks in de richting van Rietje, die te druk in de weer is met haar zelf geknutseld masker om te reageren.

Mensen die een triestige bedoening verwachten bij De Straffe Madammen zijn er duidelijk aan voor de moeite, want er wordt veel meer gelachen dan gejankt. Alleen in de wandelgangen of bij het bijtanken van de koffie wordt er over de ziekte gepraat. Subtiel polsen de vriendinnen bij elkaar hoe het gaat en geven ze toe dat ze toch wel schrik hebben voor het onderzoek van later die dag.

Leven voor twee

‘Oh, ik ben zo blij dat ik je terugzie!’ Alle gezichten klaren op als Nadine Ketels (61) binnenstapt. Het is een aantal weken geleden dat ze Nadine gezien hebben, want ze was te ziek om buiten te komen. Nu voelt ze zich beter. Jarenlang stond Nadine aan de andere kant. Als vrijwilligster bij het Inloophuis luisterde ze naar de verhalen van kankerpatiënten. Tot ze drie jaar geleden te horen kreeg dat ook zij ziek was. Een melanoom dat dertien jaar eerder was weggehaald, was uitgezaaid naar de botten. ‘Ik dacht dat ik als vrijwilligster alles over kanker wist, maar toen ik het zelf kreeg, besefte ik dat ik eigenlijk niets wist. Die chemo bijvoorbeeld, ik dacht dat ik mij kon voorstellen hoe zwaar dat was. Maar in het echt voelde het nog veel erger.’

Na een reeks van zes chemo’s, zag alles er weer rooskleurig uit voor Nadine, tot er acht maand later ook uitzaaiïngen naar de lever werden ontdekt. ‘Ik ben, zoals de dokters het zeggen, palliatief. Ze kunnen niets meer voor mij doen, behalve ervoor zorgen dat ik geen pijn heb.’

Erbij horen

Toen ze het verdict te horen kreeg, plande ze de praktische kant. ‘Alles staat op papier, tot de liedjes die ze moeten spelen op mijn begrafenis toe. Ik heb mijn wilsbeschikking wel al drie keer aangepast, want ondertussen kreeg ik er een schoondochter en een derde kleinkind bij en ook mijn muziekkeuze is al een paar keer veranderd (lacht).’

Voor de rest is ze niet bezig met het einde en leeft ze - op de momenten dat ze het kan - voor twee. ‘Na het verdict heb ik eens goed Je m’en fous gezegd. Ik ga veel op reis met mijn dochter en met de man van mijn dromen, met wie ik amper twee maanden voor de diagnose ben gaan samenwonen. Binnenkort trek ik met mijn dochter voor een paar dagen naar Barcelona. Eigenlijk heb ik de laatste maanden al zo van het leven genoten, dat mijn spaargeld begint te slinken. Maar so what? Als ik blut ben, leen ik wel wat van mijn partner. Ik betaal het hem later wel terug (cynisch lachje). En ondertussen amuseer ik mij bij De Straffe Madammen. Want hoe ziek ik ook ben, zij geven mij het gevoel dat ik er nog altijd bijhoor.’

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio