Geboortemaand bepaalt aanleg voor allergieën

Print
Geboortemaand bepaalt aanleg voor allergieën

Foto: Shutterstock

Wanneer een kind voor of in de bloeiperiode van grassen (februari-juni) en bomen (januari-april) geboren wordt, heeft het 25 procent meer kans op een gras- of boompollenallergie. De geboortemaanden mei, juni en juli geven dan weer iets meer risico op huisstofallergie. Wie geboren is november, december, januari of februari heeft 20 procent meer kans op allergie voor huidschilfers van katten en/of honden. Dat staat te lezen in het tijdschrift Bodytalk.

 De eerste levensmaanden ontwikkelt en specialiseert het menselijk afweer- en immuunsysteem zich in de productie van antistoffen die indringers onschadelijk maken. Vooral in de eerste zes levensmaanden is het echter nog onvoldoende geoefend en is de kans op ontregeling en op allergische reacties door contacten met schadelijke substanties zoals virussen of bacteriën groter.

'Wanneer pollen of stuifmeelkorrels in grote getale door de lucht zweven, is de kans groter dat het onrijpe immuunsysteem van een pasgeborene op hol slaat. Op die manier ontstaat een pollenallergie. Kinderen die in de lente en de zomer op de wereld komen, worden vanzelf met meer pollen geconfronteerd dan winterkindjes. Het voortdurend inbeuken op een nog kwetsbaar immuunsysteem maakt dat ze vaker een pollenallergie ontwikkelen', aldus dokter Marleen Finoulst van Bodytalk.

Huisarts Patrik Vankrunkelsven toonde in de jaren '90 in zijn doctoraalscriptie het verband aan tussen geboortes tijdens de bloeiperiode van grassen en bomen en het risico op een gras- of boompollenallergie. 'Maar dat is niet spectaculair en preventieve maatregelen voor lentebaby's zouden overdreven zijn', aldus Vankrunkelsven. De grotere kans op allergie van huidschilders van katten en honden tijdens wintermaanden komt doordat deze dan meer binnenshuis vertoeven.

Niet te missen