COLUMN. 'Straffe verhalen in plaats van een bruin kleurtje'

Print
COLUMN. 'Straffe verhalen in plaats van een bruin kleurtje'

Foto: Johan Jacobs

Annelies Rutten ziet de charme van Zweden. Of toch een beetje.

Ik moet me inhouden om het niet nog steeds te doen. Wegbermen afspeuren, op zoek naar donkere vlekken. Verslavend is het. Rotsblok of eland? Boomwortel of beer? Ze zítten er, naar het schijnt, daar in het hoge Zweedse noorden. Alleen blijken rotsblokken toch altijd weer hun eigen getrouwe zelf, en heb ik nooit geweten dat boomwortels zo goed op zittende beren kunnen lijken. Zo weinig resultaat leveren onze -- nochtans doelgerichte, 'in dat bos is er vorige week nog één gezien' -- zoektochten zelfs op, dat we beginnen te vermoeden dat de gevaarbordjes met 'bears' (uitgerekend bij het binnenrijden van óns dorp) er slechts bij wijze van lokmiddel zijn neergepoot.


De miserie is natuurlijk: in iedere brochure staan ze wél. En dan zet een mens (of toch een mens als ik) daar dus zijn zinnen op. Een kwestie van noodzaak ook. Als het weer al niet echt mee wil (fantastisch land hoor, Zweden, maar terwijl de rest van Europa kreunt onder een loden hitte, trekken wij trui en/of regenjas aan), kan voor ónze auto wel elk moment een beest opduiken. Ha! Straffe verhalen in plaats van een bruin kleurtje. Maar dan wil ik zo'n beest dus ook wel zíén. Liefst van zo dicht mogelijk. Tot ergernis van sommigen. Mijn kinderen bijvoorbeeld, die 'mamaaa', zuchten, als ik bij valavond -- zo ver zijn we al, dán komen ze buiten -- alweer de auto voorrijd (en alweer vruchteloos, zoals snel blijkt).


Plan B dan maar? Het kost me al de overtuigingskracht die ik in huis heb om mijn reisgenoten een fiks bedrag te doen neertellen voor een berensafari met gids. Maar mensen die daar al hun hele leven wonen, hebben er tenslotte meer verstand van. En ze gaan het niet doen toch, als er geen kans is op slagen? Mijn vertrouwen dat dat echt zo is, gaat pas wankelen als de gids in kwestie de man blijkt die daags tevoren de rendierschotel serveerde in het lokale restaurant. En de enige taxichauffeur van het dorp (multitasken heet dat volgens mij gewoon, maar ze zijn toch not amused, die reisgenoten).
Drie uur rondrijden. We hebben toch een berenhól gezien. En na afloop stopt hij ons -- too bad, we had no luck today -- een plastic potje berenvlees in de handen. We hebben het opgegeten. Natuurlijk. Ze verdienen niet beter, die beren. Die koe langs de E40 keek me vanochtend tenminste minzaam in de ogen.