Vanackere wil roerende voorheffing hervormen

Print
Vanackere wil roerende voorheffing hervormen

Foto: Herman Ricour

Minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V) is voorstander om de roerende voorheffing opnieuw te bekijken. De regeling is volgens hem te complex.

"Mijn voorkeur gaat uit naar een veralgemeende 25% voorheffing op roerende inkomsten, met de mogelijkheid voor bescheiden beleggers om eventueel 4% terug te vorderen via de aangifte in de personenbelasting", zegt hij in een interview met het blad van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB).

De federale regering hervormde bij haar aantreden de roerende voorheffing. Voor de fiscale vrijstelling op spaargeld veranderde er niets, de roerende voorheffing op renteproducten werd verhoogd van 15% naar 21%.

Voor roerende inkomsten boven 20.020 euro kwam er een solidariteitsbijdrage van 4% op het deel van de roerende inkomsten boven dat plafond. De 4% wordt ofwel aan de bron, door de bank, afgehouden, ofwel via de personenbelasting, gebaseerd op de verplichte fiscale aangifte. Dividenden blijven belast aan 25%.

Vanackere erkent in de "Beste Belegger" de complexiteit. "Het klopt dat ik niet gelukkig ben met het weerhouden compromis", verwijst hij naar de '21+4%'-regeling. Die vergt een "dure administratieve opvolging met allicht ook veel betwistingen".

"Ik heb in februari al een andere regeling voorgesteld", waarop hij naar zijn voorkeur verwijst. "Het is mij in februari niet gelukt en zopas in juli ook niet", luidt het. "Maar ik zal op de zaak terugkomen en ik hoop dat er dan een politieke meerderheid ontstaat."

Vanackere zegt nog dat de regeling de verdere vereenvoudiging van de belastingaangiften doorkruist. "En ik heb ook wel begrip voor de waarde die sommige vermogenden hechten aan de discretie."