'Van Noord-Koreaanse films moet je huilen'

Print
'Van Noord-Koreaanse films moet je huilen'

Op de begrafenis van Kim Jong Il vloeiden er veel tranen. Benieuwd of dat tijdens het filmfestival ook het geval zal zijn. Foto: AP

In het communistische Noord-Korea begint donderdag de vijfde editie van het tweejaarlijkse Pyongyang International Film Festival. Het is de enige kans die Noord-Koreanen krijgen om een brede selectie van buitenlandse films te bekijken, met uitzondering van Amerikaanse films.

Het festival wordt gehouden in de hoofdstad Pyongyang en is vooral in het leven geroepen voor propaganda, evenals de films die in het dictatoriale Noord-Korea worden gemaakt. De woordvoerder van de Noord-Koreaanse Film Studio geeft dat ook ruiterlijk toe. 'Wij maken films voor de ideologische opvoeding.'

Daarbij blijken Noord-Koreaanse films ook een aardige meetlat te zijn voor de gevoeligheid van mensen. 'Als je veel Noord-Koreaanse films ziet, dan zul je veel moeten huilen', weet woordvoerder Choe. 'Als je niet huilt, dan ben je duidelijk een persoon zonder emoties.'

Wél fan van Disney

De filmminnende familie Kim is sinds 1946 aan de macht in Noord-Korea. De overleden Kim Jung Il bezat duizenden films en schreef in 1978 het essay Over de Filmkunst. Zijn vader Kim Il Sung maakte zelf ooit een film en zijn kleinzoon Kim Jung Un, de huidige leider, is een Disneyfan. Disneyfilms zijn dan ook de enige Amerikaanse films die Noord-Koreanen op dvd kunnen aanschaffen.

Tijdens het Internationale filmfestival wordt onder meer de Britse komedie The Decoy Bride vertoond, een Sherlock Holmes-film, de Franse komedie Les Femmes Du 6eme Etage en twee liefdesverhalen uit Iran.

Ook zijn twee films te zien die in Noord-Korea zijn opgenomen en in het buitenland zijn gemonteerd: Meet in Pyongyang die is gemaakt in China en Comrade Kim Goes Flying, die in België werd geproduceerd. Het duurde drie jaar voordat het scenario politiek correct werd bevonden en toch nog entertainmentwaarde had.

Het festival in Pyongyang duurt een week. Het is tevens de enige week in twee jaar dat buitenlanders naar Noord-Koreaanse bioscopen mogen komen om films te bekijken met de lokale bevolking.