Jarenlange actie en ultiem bezoek aan schip leveren niets op

Laatste Belgische Congoboot gaat onder de sloophamer

De Charlesville, de laatste Belgische Congoboot die voer tussen Antwerpen en Matadi, gaat onder de sloophamer. ‘Ondanks onze smeekbedes lijkt niemand dit laatste stukje maritiem erfgoed te willen redden', zegt Eric Van Hooydonk van Watererfgoed Vlaanderen. ‘Antwerpen en Vlaanderen laten een schat verloren gaan.'

‘We hebben vorige week het schip nog bezocht in Rostock. Het was in verrassend goeie staat, een schip met het silhouet van een sierlijke oude dame. Maar ik vrees dat alle hoop om het te redden verloren is. Doodzonde.' Geert De Vriese, rivierloods en één van de talloze actievoerders die zich de afgelopen jaren hebben beziggehouden met de redding van de laatste Congoboot, heeft geen hoop meer voor de Charlesville.

Drie verenigingen zetten zich al jaren in om het schip te redden. De afgelopen weken en maanden hebben ze de beleidsmakers, onder wie ook Antwerps burgemeester Bart De Wever, bestookt met mails. Maar zonder gehoor: het schip wordt de komende weken gesloopt op een scheepswerf in Litouwen.

‘Tot in het Vlaams Parlement toe hebben we al strijd geleverd', zegt professor Eric Van Hooydonk, voorzitter van Watererfgoed Vlaanderen. ‘Maar telkens hoor ik dezelfde flauwe excuses. Zowel administratief als financieel. De wil ontbreekt, zoveel is duidelijk. Zelfs voor een onderzoek naar de haalbaarheid van her restauratieproject zijn er nooit centen geweest.'

Pater en commerçanten

Van 1951 tot en met 1967 voer de Charlesville regelmatig van Antwerpen naar het Congolese Matadi en terug. Het 154 meter lange schip deed er ongeveer drie weken over om de oversteek te maken. Telkens konden 200 passagiers en 100 bemanningsleden mee: immigranten, emigranten, paters, missiezusters en gehaaide commerçanten. Allemaal vertrokken ze van de Compagnie Maritime Belge (CMB) aan het Churchilldok, in Hoboken, vlakbij de Scheldestad. De zogenaamde Villeboten waren niet weg te denken uit de Antwerpse haven.

Met de opkomst van de luchtvaart en de onafhankelijkheid van Congo, verdwenen ook de schepen. Al in 1967 werd de Charlesville verkocht aan een Oost-Duitse staatsrederij. De boot werd omgedoopt tot de MS Georg Büchner, deed dienst als cargo- en opleidingsschip en werd midden jaren negentig omgeturnd tot drijvende jeugdherberg in de noord-Duitse havenstad Rostock. Maar ook aan dat liedje is er nu een eind gekomen. De vzw die de boot uitbaat kan de onderhoudskosten niet meer ophoesten en stuurt de Charlesville op 10 januari naar een schroothandelaar in Litouwen.

Mysterieuze geldschieter

‘Het is verschrikkelijk dat we de laatste Congoboot zomaar laten gaan', zegt De Vriese. ‘Het is een mythisch schip, dat deel uitmaakt van ons koloniaal en maritiem erfgoed. Bovendien houdt het heel veel mensen bezig. Nog altijd hoor ik verhalen van mensen die de oversteek naar Afrika maakten.'

Het bezoek aan Rostock vorige week is waarschijnlijk het definitieve afscheid geweest aan het roemrijke schip. Al schermt de actiegroep nog met een mysterieuze geldschieter die 750.000 euro zou willen investeren in de reddingsoperatie.

‘We hebben de hoop stilaan opgegeven: het is te laat om nog iets te doen', zegt De Vriese. ‘Ik begrijp niet dat de haven van Antwerpen en Vlaanderen dit dossier nooit ernstig onderzocht hebben. Ze hebben talloze kansen laten liggen.'

De Antwerpse schepen van Cultuur Philip Heylen (CD&V) nuanceert. ‘We moeten realistisch zijn: het zou handenvol geld kosten om dit schip aan te kopen, om het naar hier te krijgen en er een museum van te maken. Dan kom je al snel aan een prijskaartje van ongeveer 15 miljoen euro, en daar hebben we het geld niet voor. Bovendien is er ook geen plaats in Antwerpen om het schip te leggen. Ik heb begrip voor de emotionele waarde die de Charlesville heeft, maar we krijgen hier in Antwerpen heel veel vragen. En bij sommige moet je dan zeggen: dit kan helaas niet.'

IN HET NIEUWS

Meest Gelezen

Meest Gedeeld

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees