Commentaar

Het probleem Vanackere

Het probleem Vanackere

Foto:

Vicepremier Steven Vanackere (CD&V) zit stilaan met een probleem en dus zit ook de federale regering met een probleem-Vanackere. De ergernis, die toch al een tijdje aan het sluimeren was, neemt hand over hand toe nu Vanackere er maar niet in slaagt de storm rond Belfius te doen gaan liggen.

De vicepremier lijkt de hele tijd te twijfelen tussen twee rollen. Aan de ene kant is er Manuel. U weet wel, die van ‘ik weet niets, ik ben van Barcelona'. De deal tussen Belfius en het ACW? Ik weet het niet, ik moet het niet weten en ik wil het niet weten.

En dan is er af en toe die andere rol, die van ontketende vicepremier, een Verhofstadtje in de dop, zeg maar. Het probleem daar is dat die rol nooit lang vol te houden is. Even later blijkt toch weer dat Vanackere Manuel­gewijs van niets wist. Zo kwam hij met grote stelligheid in de Kamer de rentevoet van 6,25 procent verdedigen, om even later te moeten toegeven dat het toch 7,75 procent kon zijn. Of hij zegt staalhard dat iemand niet op zijn kabinet werkt, om even later te moeten preciseren dat diezelfde man een e-mailadres van het kabinet heeft, er ook wel over een bureau beschikt en vergeten is om zijn LinkedIn-profiel aan te passen.

En als de kritiek vervolgens opsteekt, sluit de vice­premier de ogen en zucht dat het toch wel barre tijden zijn voor iedereen die een genuanceerde uitleg geeft. De pers, de oppositie, iedereen die niet meer kan volgen, ze bezondigen zich in de ogen van Vanackere nogal snel aan populisme.

De kritiek op de steekvlampolitiek en -journalistiek mag op een intellectueel niveau wel van toepassing zijn op deze tijden, en de rol van N-VA mag misschien meer te maken hebben met politieke strategie dan met waarheidsvinding, in deze gaat het toch echt over iets anders. We vatten het voor de vicepremier kort samen. Met het geld van de belastingbetalers is onder andere Belfius overeind gehouden. Als er vervolgens onderhandelingen volgen met het ACW, een ooit machtige organisatie, met machtige vrienden en een sterke band met een regeringspartij, dan is het logisch dat dat van dichtbij opgevolgd worden. Dan moet een minister er voor zorgen dat er geen enkele schijn van belangenvermenging optreedt. En moet hij alle vragen daarover zorgvuldig beantwoorden. Klagen over het politieke klimaat kunnen we nog altijd een andere keer.