LETTERLIJK. De mededeling van Steven Vanackere

Print
Ik heb zonet gesproken met de Eerste Minister. Ik heb hem gezegd dat ik mijn partijvoorzitter heb gevraagd om een vervanger voor mij te zoeken in de federale regering, en die persoon zo snel mogelijk via de geijkte weg voor te laten stellen aan het Staatshoofd.

In de haast 7 jaar dat ik als minister mocht dienen, heb ik me totaal ingezet om mijn mandaat zorgvuldig en plichtsgetrouw te vervullen, met respect voor de regels die eigen zijn aan dit hoge ambt.

Ook in de afgelopen maanden ben ik in geen enkel opzicht van die koers afgeweken. Toch moest ik meer en meer ondervinden dat deze houding geen bescherming biedt voor onterechte insinuaties en verdachtmakingen. Door mijn politieke inspiratie, die geworteld is in de christendemocratie en in de christelijke arbeidersbeweging, kunnen sommigen zich blijkbaar niet indenken dat ik het ambt van minister van Financiën op onpartijdige manier zou waarnemen, ook al kan men deze verdenking op geen enkele manier hard maken.

Als het stof zal zijn gaan liggen, zal ook blijken dat mij niets kan verweten worden. Dat neemt niet weg dat ik vandaag een te groot deel van mijn energie moet aanwenden om te reageren op onterechte beschuldigingen.

Er is geen kunst aan om iemand ongeloofwaardig te maken. Om één voorbeeld te geven: het volstaat om iemand verkeerd te citeren, en dan zogenaamd vast te stellen dat hij daarna iets helemaal anders zegt. Wie schrijft dat ik op welk ogenblik ook zou ontkend hebben dat iemand 'medewerker' van de minister van Financiën is, zegt gewoon de waarheid niet. De door mij zeer gewaardeerde meneer Devriendt is geen kabinetslid van mij, dàt heb ik van in het begin gezegd en niets anders, en ik verwijs naar de opname van 'De Zevende Dag' als illustratie daarvan. Het is verdraaid moeilijk om 'elegant' te communiceren als men zijn woorden verdraait.

Ik wil dat dit stopt. Dit klimaat van wantrouwen hindert mij in mijn werk, hetgeen niet in het belang van het land is. Het is ook niet in het belang van mijn partij. En ik wil ook erkennen dat het persoonlijk mijn incasseringsvermogen te boven gaat. Twijfels over mijn deontologie, omwille van mijn politieke overtuigingen, ervaar ik als zeer onrechtvaardig. Dat verklaart waarom ik deze beslissing zelf heb genomen, en dit ondanks de aanmoediging en steun die ik in mijn eigen partij van de leiding, de collega’s en de militanten ben blijven krijgen.

Ik ben er zeker van dat CD&V snel zal zorgen voor een waardige vervanging, in een opdracht die van groot belang is voor al onze landgenoten. Mijn opvolger mag op mijn volle steun rekenen. Ikzelf zal me nu inzetten als volksvertegenwoordiger.

Ik heb hier verder niets aan toe te voegen, tenzij een uitdrukkelijk woord van intense dank aan al mijn medewerkers. Zij hebben vanuit het kabinet en de administraties het beste van zichzelf gegeven. Dat laat me toe als minister een bilan te tonen waarop ik altijd bijzonder fier zal zijn. Ik dank hen van ganser harte, en wens hen goede vaart.