Commentaar

GAS-probleem

Print
GAS-probleem

Peter Mijlemans Foto:

Dik zestig procent van de Vlamingen heeft er geen benul van voor welke vormen van ‘overlast’ hij of zij in de eigen gemeente een GAS-boete kan krijgen. Uit het tweede luik van de gemeente-enquête van deze krant blijkt dat de warboel rond de veelbesproken Gemeentelijke Administratieve Sanctie nog groter is dan gedacht. De onduidelijkheid die heerst, voedt het gevoel van willekeur. Het is een belangrijke reden waarom de reglementering voor het eerst openlijk in vraag wordt gesteld: vijfenveertig procent van de respondenten ziet de sanctie niet meer als de juiste manier om overlast aan te pakken. De wet kwam er nochtans als antwoord op een algemene klacht van de burger: kleine misdrijven bleven onbestraft en een aantal storende, asociale zaken werden nooit gesanctioneerd.

In theorie is de GAS-wet een twijfelachtige constructie. Overheden die de macht krijgen om te bestraffen, het is een inbreuk op de scheiding der machten. Het feit dat elke gemeente een ander reglement heeft, zondigt tegen het principe van de gelijkberechtiging. Maar in praktijk is de GAS-boete een noodzakelijk kwaad: justitie kan niet alle kleine zaken die tot grote ergernis leiden opvolgen. Als dat veel te luidruchtige café een tijdje wordt gesloten, de graffitispuiter die de huisgevel bekladt, wordt bestraft, of de vandaal die met bloembakken gooit het moet bekopen, dan vond de burger de GAS-boete een goede ingreep.

De hele GAS-wetgeving, zo blijkt intussen, houdt het midden tussen geklungel en kunst- en vliegwerk. Het resultaat is dat er een boetesysteem is ontstaan dat ondoorzichtig, onlogisch en niet gekaderd is. Als een pestboete, zo wordt het ervaren. Met als gevolg dat de Vlaming van mening aan het veranderen is over het nut ervan.

De GAS-boetes kunnen wel degelijk een aanvulling zijn op de werking van justitie, vraag dat maar aan de burgemeesters van de grote steden. In afwachting van een zoveelste federale aanpassing van de wet – al dan niet op bevel van het Grondwettelijk Hof – is het aan het lokale bestuur om de reglementering transparant, logisch en aanvaardbaar te maken. Te communiceren. En de beboeters van dienst – agenten en gemachtigde ambtenaren – op te leiden met de filosofie dat de GAS-boete een stok achter de deur is. Die gebruikt wordt om hardleerse overtreders verantwoordelijk te stellen voor hun ongepaste gedrag. Niet meer dan dat. De rest zouden politie en justitie moeten blijven oplossen.