COMMENTAAR. "Een kind is geen target"

De FN 303 waarmee het 14-jarige meisje werd "geneutraliseerd". Foto: *

Met veel machtsvertoon is op 1 november een team van ­gedrilde politiemannen de Antwerpse jeugdinstelling ­Jacob Jordaens binnengevallen. Hun opdracht was om het target, een 14-jarig Syrisch meisje met psychische pro­blemen, uit te schakelen. Het kind was door het lint aan het gaan en dreigde zich met gebroken glas te verwonden.

De inzet van de negen politiemensen bleek zeer efficiënt. Ze slaagden in hun opdracht en schakelden het target uit. Meer nog, dankzij een nieuw type wapen hield het meisje aan hun geweerschot niet meer dan een blauwe plek over. “Deze politiemensen hebben hun job goed gedaan”, zei een tevreden burgemeester Bart De Wever achteraf.

Het klopt dat deze agenten hun job goed gedaan hebben: ze hebben zich aan de procedures ge­houden. Maar dan wel alleen aan de procedures voor “hoe omgaan met criminelen die een gevaar vormen”. Ze hebben zich niks aangetrokken van de afspraken en protocollen die hulpverleners al jaren in jeugdinstellingen volgen om met zulke ­situaties om te gaan. Ze hebben zonder overleg of afspraken hun wapen op het Syrische kind gericht.

Deze interventie gaat nu als een schokgolf door de jeugdzorg. Want deze ­botte aanpak van de politie botst met de omzichtigheid waarmee hulp­verleners hun jongeren in nood altijd proberen te helpen. Deze jeugdwerkers zijn als de dood voor lichtzinnige beslissingen die misschien meer trauma’s veroorzaken dan dat ze goed doen. De eenzijdige beslissing van de politie om het Syrische meisje neer te leggen, strookt daar niet mee.

De verdediging van de politie klinkt logisch: we hebben voorkomen dat dit kind zichzelf zou verwonden. Maar de zorg van de hulpverleners is minstens even belangrijk. Zij zijn de mensen die heel dicht bij die jongeren staan, die vanuit een positief verhaal de gekwetste jongeren aan boord proberen te houden, die keihard werken om een normaal leven te geven aan kinderen die geen normale kansen krijgen. Zij vragen terecht dat ­iedereen, ook de politie in haar repressieve logica, daar rekening mee houdt en omzichtig te werk gaat.

Een kind mag nooit een target zijn. Het is een kwetsbare mens die hulp nodig heeft. Als de ­politie zo’n kind echt wil helpen, moet ze het op die manier benaderen, niet als een gevaar dat ­‘uitgeschakeld’ moet worden.

Corrigeer