Roger De Vlaeminck

Roger De Vlaeminck: “Ik kon op Eriks begrafenis toch geen ruzie gaan maken?”

Roger De Vlaeminck: “Ik kon op Eriks begrafenis toch geen ruzie gaan maken?”

Roger De Vlaeminck eert zijn overleden broer. “Had hij zich altijd goed gesoigneerd, hij was vijftien keer wereldkampioen geworden.” Foto: Marc Herremans

Als Roger De Vlaeminck over zijn broer Erik praat, is hij alles wat hij doorgaans niet is. Bescheiden: “Erik was meer acrobaat dan ik.” Verbitterd: “Dat ik niet naar zijn begrafenis mocht gaan, dat is toch erg.” Diplomatisch: “Ik zou veel over hem kunnen vertellen, maar ik ga dat niet doen. We gaan hem in vrede laten rusten.” Jan-Pieter de Vlieger

Café De Kring is de juiste omgeving om Roger te laten vertellen over zijn overleden broer Erik. Het is volks, ongepolijst, authentiek, gezellig, zoals de De Vlaemincks het leven altijd hebben geleefd. “Erik en ik hebben altijd in hetzelfde bed geslapen”, zegt Roger. “Met alleen dakpannen boven onze kop. We lagen onder acht dekens, maar met onze neus bloot, die bleef ijskoud. Tot aan onze trouw sliepen we in datzelfde bed. Erik kon scheten laten, dat was niet te doen.” (lacht)

En nu is den oudsten er niet meer. Erik De Vlaeminck, zevenvoudig wereldkampioen veldrijden, overleed begin december. Hij leed al bijna drie jaar aan alzheimer en parkinson. Het zit Roger hoog dat hij geen afscheid heeft kunnen nemen zoals hij het had gewild. “Ik heb het van een journalist van VTM moeten horen. Klopt het dat uw broer is overleden? Ik wist van niks. Zijn dochter Brigitte heeft het ook op de rolkrant moeten lezen. Ik mocht van zijn vrouw ook niet naar de begrafenis gaan. Allez, dat is toch erg? Ik ben thuis gebleven, ja. Ik kon daar toch moeilijk ruzie gaan maken?”