COLUMN. Waarom Butelle in de topschutterslijst moet

COLUMN. Waarom Butelle in de topschutterslijst moet

Ludovic Butelle schreeuwt het uit: drie weken na de verloren bekerfinale is hij de held Foto: Isosport

Elke maandag maakt Sportwereld.be in een eigenzinnige terugblik de balans op van het voorbije voetbalweekend. Onze columnisten Wim Conings en Jef Van Hoofstat vertellen elkaar wat hen is bijgebleven, het staat u volkomen vrij het met hen (on)eens te zijn...

Jupiler Pro League op Sportwereld.be

Beste Wim,

ik wil het vandaag met je hebben over het meest eenzame beroep ter wereld. Neen, ik heb het niet over de man die tickets verkoopt voor Play-off 2-wedstrijden in Moeskroen, al komt dat aardig in de buurt. Ik wil het met je hebben over doelmannen.

Keren we even terug in de tijd: zondag 20 maart, Koning Boudewijnstadion, omstreeks kwart voor zes. Zit eenzaam voor zich uit te turen tegen een paal van hetzelfde doel waar Lior Refaelov twaalf maanden eerder nog voor complete blauw-zwarte euforie had gezorgd: Ludovic Butelle, de doelman van Club Brugge. De Fransman wist ook wel dat hij tekort was geschoten bij het winnende doelpunt van Standard in de bekerfinale. Als geheel onverdienstelijk doelman op een iéts lager niveau kon ik me zijn teleurstelling en schaamte - ja, schaamte! - voorstellen. Het voelt alsof de wereld onder je voeten wegzakt, je zou nog het liefst een kuil graven in je strafschopgebied om te ontsnappen aan de blikken van je ploegmaats.

Tot dan had Butelle enkel lof gekregen sinds zijn komst in januari: "présence", "boezemt zijn verdediging meer vertrouwen in" en nog enkele van die geheel onmeetbare loftuitingen. Eerlijk? Ik had er mijn twijfels bij. Butelle kwam met een karrevracht vertrouwen over uit Frankrijk, maar toonde in zijn eerste maanden in België (nog) niet waar al die lof op gebaseerd was. Hij pakte geen quasi-onhoudbare ballen, en vooral voetballend was het maar zozo.

Fast forward naar zaterdagavond, kwart voor acht. Exact twintig dagen na die pijnlijke avond in Brussel leidt Butelle de festiviteiten na de zege tegen AA Gent. Tien minuten eerder had hij een (weliswaar slecht getrapte) strafschop van Sven Kums uit zijn doel gehouden, de facto goed voor de drie punten tegen de titelconcurrent. De legendarische Russische doelman Lev Yashin wist het al: “Er gaat niets boven een goede penaltyredding.” Alleen dan heb je als keeper vrienden.

Ik heb nog altijd mijn twijfels bij het uitvoetballen van Butelle, maar je gunt iemand zijn gloriemoment na zo'n immense teleurstelling. De bekerfinale had evengoed het begin van het einde kunnen zijn van zijn carrière in Brugge, maar de man liet zich niet uit het lood slaan en rechtte de rug. Bewonderenswaardig.

Maar wat me nog het meest voor de sympathieke Fransman inneemt, is dat hij meteen na zijn redding niet alleen zichzelf op de borst klopte, maar dat hij ook oog had voor José Izquierdo. De frêle Colombiaanse flankspeler, ik gok droog aan de haak zo'n 50 kilogram minder dan Butelle, leek wel bijna in huilen uit te zullen barsten na zijn domme penaltyfout. Dat was buiten "grote Ludo" gerekend: penalty pakken, even het publiek bespelen, en dan meteen Izquierdo aanmanen niet bij de pakken te blijven zitten en weer geconcentreerd te zijn. Met resultaat, want "Joske" bezegelde vijf minuten later het Gentse lot met een doelpunt.

Izquierdo ging vieren met een Zuid-Amerikaans dansje aan de cornervlag, maar was beter het hele veld overgelopen om in de grote grijparmen van zijn doelman te springen. Eerlijk is eerlijk: 50 procent van dat doelpunt is van Butelle. Zouden de statistici van de Pro League hem nu alstublieft ook willen opnemen in de topschutterslijst?

Groet,
een miskende doelman

Corrigeer