Hij belde me en zei: “Geert, ik vind het leven niet meer leuk”

“Elk nevenpersonage uit Nero kan eigen reeks krijgen, en dat zal gebeuren ook”

“Elk nevenpersonage uit Nero kan eigen reeks krijgen, en dat zal gebeuren ook”

Foto: Marc Herremans - Corelio

Willy Vandersteen (Suske & Wiske), Jef Nys (Jommeke), Hergé (Kuifje), Morris (Lucky Luke) en nu ook Marc Sleen (Nero). Plots zijn alle Belgische stripiconen van ons heengegaan. “Zulke mannen komen nooit meer terug”, zegt stripkenner Geert De Weyer. “Hun stijl en manier van werken zal verdwijnen”, is hij realistisch. “Maar ze zullen op een andere manier blijven voortleven. Wat het ‘Amoras’ voor Suske & Wiske deed, zal ook met Nero gebeuren.”

Dat de dood van Marc Sleen een zeer groot verlies is, hoeft voor De Weyer geen betoog. “Sleen zag zichzelf als de Metusalem (bijbelfiguur die 969 zou zijn geworden, red) van de strip. Hij was de oudste en had de langste carrière. In 1989 kreeg hij een plaatsje in het Guinness Book of Records omdat hij in veertig jaar tijd 154 verhalen had geschreven. De man had een enorm rijk leven, en werkte aan een waanzinnig tempo.”

Sleen wordt vaak geroemd door zijn gedurfde verwijzingen naar de actualiteit. Maar hij onderscheidt zich ook door zijn scherpe humor en weelderige tekenstijl.

“Hij wilde eigenlijk kunstschilder worden. Dat is niet gelukt, maar in ruil daarvoor heeft hij heel wat andere dingen gekregen. Samen met de anderen van ‘de Grote Vijf’ werd hij groot door de krantenoorlog, waarin dagbladen elkaar de loef probeerden afsteken met hun strips. De striptekenaars deden de krantenoplages stijgen, en hun naam en faam is nooit meer weggegaan.”

“Vandersteen, Nys, Bob De Moor, Morris, Sleen... Van die grote vijf blijft niks meer over. Allemaal hadden ze hun eigen betekenis, en hun eigen genre. Sleen was de meest politieke van alle tekenaars. Het album ‘Planeet Egmont’ (in het gelijknamige paleis werd in ‘77 het Egmontpact gesloten over de omvorming van België tot een federale staat, red) uit 1978 zouden ze nu opnieuw moeten uitgeven. Sleen lacht er met het politieke bestel en toenmalig premier Leo Tindemans. Het hoofdpersonage is de leeuw Leo die niet kan brullen en geen tanden heeft. Hij wordt het leven zuur gemaakt door een stel groene havikken, waarin je de Franstaligen kan herkennen. Kinderen kunnen dat lezen als een grappig verhaaltje en volwassen zien de dubbele bodem.”

“Elk nevenpersonage uit Nero kan eigen reeks krijgen, en dat zal gebeuren ook”
Sleen legt de laatste hand aan de cover van ‘De Granaat Slikker’. Een album uit 1957. Foto: RR

“Vandersteen had in zijn vroege jaren ook heel wat politieke verwijzingen, maar hij was veel subtieler. Sleen is hard. “Ik ben Nero”, zei hij zelf altijd. “Koppig, trots en egoïstisch. Al ben ik niet zo’n vrijheidsstrijder als hij”, voegde hij daar later aan toe. Het was een heel fiere man. Hij heeft altijd geweigerd om zich aan te passen aan zijn publiek. Uitgevers vroegen hem soms om Nero eens wat fatsoenlijker te laten spreken, en wat minder dialect te gebruiken. Maar dat heeft hij altijd geweigerd. Zo krijg je persoonlijkheid.”

Nu zijn op korte tijd zijn plots al onze grootheden weg. Zijn ze op te volgen?

“De tijd waarin ze groot werden komt nooit meer terug, met kranten dievochten om striptekenaars bij elkaar weg te halen. Ook het tempo waaraan ze werkten: elke dag een strook in de krant, tot vier albums per jaar, dat gebeurt vandaag niet meer. De stripwereld evolueert. De stijl van de grote vijf is aan herziening toe. Suske en Wiske gaat dankzij Luc Morjaeu nog wel even door, maar de nieuwe generatie leunt veel meer aan bij graphic novels, en gaat voor een excentriekere stijl. Met één album per jaar in plaats van vier. Maar zo kunnen ook die oude meesters herleven. Kijk naar wat het “Amoras” voor Suske en Wiske heeft gedaan. Ook de Rode Ridder wordt in een nieuw kleedje gestoken, met een veel donkerder en ruiger hoofdpersonage Johan.”

Voor Nero ligt ook een nieuwe toekomst te wachten is De Weyer overtuigd. “De nevenfiguren zijn fantastisch. Rond Adhemar, Detective van Zwam, Madam Pheip of Geerard de Duivel kan je een geweldige reeks bouwen. En ik ben bijna zeker dat dit binnen de tien jaar gaat gebeuren. Sleen vond altijd dat de uitgeverij meer met Nero moest doen. Toen hij stopte met tekenen en de oplage daalde had hij het daar heel moeilijk mee."

Wat deed het met u persoonlijk toen u het nieuws vernam?

“Ik ben echt opgegroeid met zijn strips. Hij was een deel van mijn jeugd. En daarna mocht ik hem ook professioneel volgen en verschillende keren interviewen. Ik schrok enorm toen ik het nieuws vernam. Daarna kreeg ik bijna onmiddellijk telefoon van allerlei media, en dat is sindsdien niet meer gestopt. Ik heb nog geen tijd gehad om er echt over na te denken. Maar onverwacht was het niet. Hij belde me soms op en zei: Geert, ik vind het leven niet meer leuk. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt, en altijd gedacht dat ik na mijn pensioen safari’s ging maken. Maar nu ben ik op pensioen, en nu laat mijn gezondheid dat niet meer toe. En om op safari te gaan met een wandelstok en hulp van anderen, daar was hij te trots voor. Het was soms een moeilijke man, maar ook fantastische mens.”

“Elk nevenpersonage uit Nero kan eigen reeks krijgen, en dat zal gebeuren ook”
Sleen ontmoet een verpersoonlijking van Geeraard de Duivel tijdens een huldiging. Foto: fvv

Welke strips raad je ons aan om te herlezen?

De Hoed van Geeraard de Duivel: het negende album, waarin we voor het eerst de personages Geeraard de Duivel en Madame Pheip ontmoeten. En bij uitbreiding vind ik alle albums met Geeraard de Duivel aanraders.

Planeet Egmont: een parodie over Vlamingen en franstaligen

De Vierkante Mannen: Over buitenaardse wezens die het Belgische parlement binnenvallen

De Groene Steenbok: Waarin Sleen de groenen van Agalev door de mangel haalt.

De A-straal

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees