Hallucinante verhalen over Tour 2007

Dekker doet boekje open over Boogerd en Rasmussen: “Doping en hoeren op kamer"

Dekker doet boekje open over Boogerd en Rasmussen: “Doping en hoeren op kamer"

Foto: BELGAIMAGE

Ex-dopingzondaar Thomas Dekker gaf eerder al uitgebreid tekst en uitleg over zijn dopinggebruik bij de Nederlandse ploeg Rabobank, waar doping “een manier van leven” was. Maar toen zijn maatje Michael Boogerd in 2013 eveneens gedwongen werd om schuld te bekennen, zweeg Dekker in alle talen. “Je kan alles vragen maar ik zeg niks”, klonk het toen. In het nieuwe boek ‘Thomas Dekker, mijn gevecht’ van Thijs Zonneveld neemt hij echter geen blad voor de mond en pakt hij uit met opvallende quotes over de bizarre Tour de France 2007. Het boek wordt dinsdag pas voorgesteld maar het Algemeen Dagblad kreeg een voorpublicatie.

In 2007 mocht de toen 22-jarige Thomas Dekker bij Rabobank debuteren in de Tour de France. Hij deelde de kamer met zijn jeugdidool, Michael Boogerd die zijn laatste Tour zou rijden.

“Bang om gepakt te worden ben ik niet”

Op de kamer wordt de jonge Dekker betrokken in het dopingverhaal van Boogerd.

“We ouwehoeren de hele dag met elkaar. Michael vertelt me dat hij de laatste paar jaar bloedzakken gebruikte bij een Oostenrijkse bloedbank en een atletenmanager die Stefan Matschiner heet. Die heeft simpelweg de inboedel van Humanplasma overgekocht en een cursusje bloed prikken gedaan. Michael Rasmussen is ook klant bij hem.”

“We gebruiken allebei Dynepo die Boogerd heeft geregeld via een Sloveense atleet, Bostjan Buc. Tijdens de Tour zetten Michael en ik acht keer een spuitje met 2000 eenheden. Bang om gepakt te worden ben ik niet; Dynepo is volgens Michael onvindbaar, en ik geloof het. We gebruiken ook om de dag cortisonen. De productnaam is Diprofos. Daar hebben we een medisch attest voor. Ik zou niet eens meer weten waarvoor: het is een wassen neus. Met de cortisonen kunnen we dieper gaan in de wedstrijd. En bovendien word je er lekker mager van: ik ben 68 kilo bij 1 meter 88 - zo dun ben ik later nooit meer geweest.”

“Oost-Europese hoeren voor de deur van onze kamer”

De start van die bewuste Tour de France is in Londen. De renners van Rabobank zijn er al een kleine week van tevoren.

“Op de donderdag voor de Tour is er een controle van de UCI. Mijn hematocriet is 45, dat van Michael 50. Hij zit op het randje van het randje. Hij is een risico; één puntje hoger en hij valt door de mand bij een dopingcontrole. De artsen van de ploeg stellen voor om elke morgen om zes uur, vóórdat de controleurs kunnen aankloppen, een infuus met water in zijn lichaam te laten lopen. Daar zakt je hematocriet twee à drie punten van.”

“Diezelfde avond zitten we ons op de kamer te vervelen. We hebben samen een fles wijn opengetrokken, maar dat is niet genoeg vermaak. Drank is leuk, maar vrouwen zijn leuker. En dus ga ik het internet op om een paar escorts te zoeken. Om één uur ‘s nachts staan er een paar Oost-Europese hoeren voor de deur van onze kamer. Michael en ik zijn een beetje teleurgesteld: ze zijn een stuk minder mooi dan op de foto’s van de site. Heel erg glamoureus is het niet, midden in de nacht op een kleine hotelkamer. We kiezen er allebei een uit. Om een uur of drie gaan we slapen. Om zes uur gaat de wekker alweer: Michael moet een baxter met water in zijn lichaam laten lopen. De eerste paar dagen legt Van Mantgem het infuus aan bij Michael, daarna zegt hij dat hij het zelf ook wel kan. In het begin word ik wakker van de wekker, maar na een paar dagen begint het al te wennen. Om zes uur gaat Michael aan de slag met baxters vol water, ik draai me nog een keer om. Als er zoiets bestaat als een normaal leven, dan zijn we er compleet van losgeslagen.”

"Doping is overal. In onze ploeg, in andere ploegen"

Michael Rasmussen is de kopman van de ploeg. Als hij in de eerste echte bergetappe meteen de gele trui pakt, zijn de ploegmaats van Rasmussen overtuigd. En hoewel er renners van andere ploegen op doping worden betrapt, maakt Dekker zich geen zorgen.

“Bij ons aan tafel gaat het niet over doping. Ook niet als er verhalen in de media verschijnen dat Rasmussen gelogen heeft dat hij in Mexico was vóór de Tour. We vragen Rasmussen er niet naar. Eigenlijk hebben we wel respect voor hem. Hij heeft het slim gedaan, vinden Boogerd en ik. Hij heeft een systeem voor zichzelf bedacht en blijkbaar werkt het, want hij rijdt in de gele trui. Simpel zat. Doping is overal. In onze ploeg, in andere ploegen. Dynepo, cortisonen, bloedzakken, baxters met water en slaappillen - als je overal om je heen absurditeit ziet, ga je op den duur denken dat het normaal is.”

“Dat Rasmussen heeft gelogen: nou en?”

Na de laatste bergetappe over de Pyreneeën, met een beresterke Dekker, heerst er euforie in de ploegbus van Rabobank. Rasmussen zit nog in het geel en de eindzege lijkt binnen. Maar in de bus verandert de sfeer. Algemeen Directeur Theo de Rooij krijgt een  telefoontje van Rabobank waarin hij te horen krijgt dat bekend is geraakt dat Rasmussen heeft gelogen over zijn trainingslocatie en zo onaangekondigde dopingcontroles heeft ontweken. Hij zat in juni voor de Tour immers niet in Mexico zoals hij op zijn whereabouts had ingevuld maar in Italië, waar hij door oud-renner Davide Cassani was betrapt. Pas als Rasmussen op de kamer van Boogerd en Dekker in tranen vertelt dat Theo de Rooij hem daarvoor uit de Tour zet, barst de bom. Maar ook Dekker en Boogerd kunnen de De Rooij niet op andere gedachten brengen, tot hun grote frustratie.

“Boogerd en ik voelen ons genaaid. Ik heb het gevoel dat ik weken op kop heb gereden voor Jan Lul. Het is niet eens de overwinningspremie die me door de neus geboord wordt, maar vooral de Touroverwinning waar we als ploeg voor rijden. Ik zit in een cocon waar andere regels en andere mores gelden. Dat Rasmussen heeft gelogen: nou en? We hebben toch allemaal dingen gedaan die niet mogen? De ploegartsen werken nota bene gewoon mee aan doping. Ik heb het met De Rooij nog nooit over doping gehad, maar ik kan me niet voorstellen dat hij denkt dat Rasmussen de Tour wint zonder dope. Hij is toch niet achterlijk? Het beleid dat hij en Erik Breukink voeren is op z’n best een soort gedoogbeleid. Ze eisen dat we goed zijn in de wedstrijden, maar ze hoeven niet te weten hoe. Ze vragen er niet naar zodat ze de feiten niet precies kennen.”

(...)

“In de weken, maanden en jaren die volgen, is er geen evaluatie van die Tour. Het is alsof ze niet willen weten wat er gebeurt in de ploeg. Niemand vraagt ons iets. De Rooij niet, Breukink niet, de bank niet. Er wordt nooit meer over gepraat.”

Lees hier het volledige hoofdstuk over de Tour van 2007 uit ‘Thomas Dekker, mijn gevecht’

Corrigeer