“Maar geen andere doping”

Dekker: “Cortisone met valse voorschriften bij Silence-Lotto”

Dekker: “Cortisone met valse voorschriften bij Silence-Lotto”

Foto: Photo News

In ‘Mijn gevecht’ schrijft Thomas Dekker ook dat ploegarts Jan Mathieu hem in zijn periode bij Silence-Lotto behandelde met cortisone-injecties op basis van valse voorschriften. Mathieu zelf ontkent dat: “Cortisone-infiltraties gebeurden alleen bij medische noodzaak en volgens de WADA-voorschriften.”

Thomas Dekker reed in 2009 zes maanden voor het Belgische Silence-Lotto, tot hij bij een heranalyse van een staal uit zijn Rabobank-periode (24 december 2007) positief testte op Dynepo. In zijn boek schrijft Dekker dat cortisone­gebruik (een cortico-steroïde) bij de Lotto-ploeg schering en inslag was: “Wel krijg ik van de ploegarts, Jan Mathieu, cortisone-injecties met een vervalst medisch attest. (…) Mathieu verzint elke keer een nieuwe blessure: de ene keer heb ik last van mijn linkerknie, de andere keer doet mijn schouder of mijn zitvlak zeer.”

Dekker preciseert dat Mathieu – momenteel niet meer actief bij Lotto-Soudal – bij injecties werkte met een systeem van streepjes: “Als hij het heeft over hoeveelheden, dan spreekt hij in streepjes – de streepjes op de injectienaald. Elk streepje is een tiende milliliter. Op de donderdag voor de Amstel Gold Race krijg ik vijf streepjes, op zaterdag nog tweeënhalf. Hij zet de injecties met de deur dicht, zodat de anderen niks zien. Maar tegelijkertijd spreekt hij wel over de injecties bij andere renners. Het wordt me duidelijk dat het een vast gebruik is in de ploeg.”

Gevraagd om een reactie ontkent Mathieu dat er sprake was van misbruik: “Lokale cortisone-infiltraties gebeurden alleen in geval van medische noodzaak en volgens de voorschriften van WADA. Daar wil ik het bij laten.”

Ploegmanager Marc Sergeant is momenteel op reis en was niet bereikbaar voor commentaar. Feit is wel dat Dekker bij een vraag om toelichting bij de omstreden passage opvallend mild is voor de Lotto-ploeg: “Ik kon geen boek schrijven en mijn passage bij Silence-Lotto onvermeld laten. Maar verder vind ik Jan Mathieu een heel lieve man. Hij had een hart voor de sport, wilde zijn renners zo goed mogelijk bijstaan, in de tijdgeest van toen. Ik denk niet dat hij vandaag nog hetzelfde zou doen.”

Nette ploeg

Dekker kwam in 2008 in moeilijke omstandigheden bij Silence-Lotto. Hij was eerder bij Rabobank op straat gezet omdat zij op basis van zijn bloedprofielen niet langer geloofden dat hij een cleane renner was. Om dezelfde reden kreeg Dekker nadien geen contract bij de Garmin-ploeg van Jonathan Vaughters. Is Silence-Lotto destijds niet nalatig geweest in de screening van zijn nieuwe renner? “Het bloedpaspoort is geïntroduceerd in 2008”, nuanceert Dekker. “Precies toen ik mijn contract tekende. Het was een overgangsperiode. Vandaag zal Lotto zijn nieuwe renners waarschijnlijk wel screenen op bloedwaarden.”

In het boek beschrijft Dekker het intakegesprek dat hij destijds had met Marc Sergeant: “Aan het einde zegt hij: We zijn een nette ploeg. Wij doen geen rare dingen. Ik vat het op als een waarschuwing. Maar tegelijkertijd snap ik niet goed waarom hij dan mij én Bernhard Kohl (later ook betrapt, nvdr.) heeft aangetrokken.”

Vandaag zwakt Dekker ook dat af: “Neen, de boodschap was zeker niet: Doe wat je wil, zolang wij het maar niet weten. Marc Sergeant had naar mijn gevoel echt het beste voor met de wielersport. Behalve het cortisonegebruik heb ik nooit weet gehad van andere dopingpraktijken bij Silence-Lotto.”

In een plastische passage in het boek schetst Dekker dat ook de niet-doping gerelateerde excessen van bij Rabobank veel minder aan de orde waren bij het Belgische team: “Tijdens trainingskampen gaan we met een klein groepje nog wel stiekem uit, ’s avonds, maar het loopt niet zo uit de hand als in mijn jaren bij Rabobank. We drinken wel in clubs waar vrouwen zijn met te weinig kleren aan, maar we pissen niet in de gordijnen.”

Corrigeer