Rapport rond neef van broers El Bakraoui roept bijkomende vragen op

Rapport rond neef van broers El Bakraoui roept bijkomende vragen op

De onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart heeft woensdag achter gesloten deuren Guy Rapaille gehoord, de voorzitter van het Comité I dat de inlichtingendiensten controleert. Op de agenda stond een rapport over Oussama Atar, die door sommigen bestempeld werd als het brein achter de aanslagen. Bij de hoorzitting met Rapaille zijn extra vragen opgedoken waar de commissie nog antwoord op wil, luidt het.

Atar is een neef van de broers El Bakraoui, die zichzelf opbliezen bij de aanslagen. Hij vertrok in 2003 naar Irak, werd begin 2004 door de Amerikanen opgepakt en belandde in het strafkamp van Abu Graib. Daar zat toen ook Abu Bakr al-Baghdadi, intussen de leider van terreurgroep IS. In november vorig jaar werd Atar door een Algerijnse IS-strijder op foto herkend als de coördinator van de aanslagen in Parijs en Brussel.

De onderzoekscommissie naar de aanslagen ging de voorbije weken en maanden al uitvoerig in op de broers El Bakraoui en Abdeslam, maar nog niet specifiek op Atar. Daarom werd het Comité I gevraagd een rapport op te maken rond alles wat bij de Belgische inlichtingendiensten bekend was over Atar sinds hij begin jaren 2000 op de radar verscheen.

Beperkt gevaar

Concreet zou de Staatsveiligheid na een bezoek in 2006 in Irak besloten hebben dat Atar slechts een beperkt gevaar vormde. Al zou er wel sprake geweest zijn van contacten met al Qaida-kaderlid Abou Moussab Al Zarkaoui en met de latere topman van IS, Al Baghdadi. Allebei zaten ze net als hij een tijdlang vast in Abu Graib.

Zoals eerder al bekend raakte werd in 2010 vanuit ons land een campagne opgezet om Atar vrij te krijgen om gezondheidsredenen. Onder meer over het beperkte toezicht op Atar na zijn effectieve terugkeer zijn er nog vraagtekens die moeten worden uitgeklaard, aldus een lid van de commissie. Net als over het paspoort dat hij verkreeg en over het dreigingsniveau dat hij opgeplakt kreeg - niveau 3 volgens OCAD, niveau 2 volgens de Staatsveiligheid. Duidelijkheid over een eventuele rol van Atar als informant kreeg de onderzoekscommissie naar verluidt evenmin.

Niet afgerond

Vragen genoeg dus voor de onderzoekscommissie om het hoofdstuk-Atar nog niet als afgerond te beschouwen. Er zal dus extra informatie worden opgevraagd en mogelijk komen er ook nog bijkomende hoorzittingen, aldus de betrokkenen.

Eerder op de dag was trouwens ook politietopvrouw Catherine De Bolle nog opnieuw voor de commissie verschenen. De commissie wilde haar achter gesloten deuren opnieuw horen over de intussen veelbesproken vergadering op 23 maart op het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, waar ook N-VA-voorzitter Bart De Wever mee aanschoof.

Volgens commissieleden liet De Bolle verstaan dat de aanwezige politietoplui verbaasd waren dat ook De Wever mee aan tafel zat. Naar verluidt zou Claude Fontaine van de federale gerechtelijke politie zelfs in het geheel geweigerd hebben zijn mond open te doen.

Ontslag

De Bolle zou wel de uitleg bevestigd hebben dat Jambon er de tijdslijn heeft voorgelegd op basis waarvan hij ontslag wilde nemen. Die tijdslijn ging over wat er in de zomer van 2015 precies gebeurd was met Turkse informatie over Ibrahim El Bakraoui, één van de latere zelfmoordterroristen. Of de teneur toen ook was dat de verbindingsofficier iets te verwijten viel, wilde De Bolle niet kwijt aangezien er nog steeds een tuchtprocedure in de lucht hangt.

Een datum voor de aangekondigde nieuwe hoorzittingen met de verbindingsofficier en zijn chef is intussen nog niet geprikt. Volgende week zal de onderzoekscommissie vertegenwoordigers van de slachtoffers horen en zich buigen over de radicalisering in de gevangenissen. Het blijft de bedoeling om uiterlijk een jaar na de aanslagen helemaal klaar te zijn, luidt het nog.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees