De zoekers

Redacteur Het Nieuwsblad Magazine

  • 52 jaar
  • Samenwonend
  • Issue: ergert zich aan het teveel aan onzin, oppervlakkigheid en passiviteit
  • Voornemen: meer diepgang, daadkracht en relevantie opzoeken

Life

COLUMN. "De misviering waarbij ik voor consternatie zorgde"

COLUMN. "De misviering waarbij ik voor consternatie zorgde"

Foto: *

“Die zijn zot!” Dat is de kreet die van achter op de tribune luid naar voren wordt geworpen, als antwoord op de vraag of er ook mensen in de zaal zitten die níét geloven. Ik ben in De Studio in Antwerpen, op een tweedaagse waarbij meer dan 700 jongeren uit de tweede en derde graad zich buigen over religie. Ze zoeken uit of er zoiets mogelijk is als een nieuwe religie, voor deze zo andere tijden, voor hún tijden. En als opmaat krijgt de bonte bende een speech over geloof van een professor levensbeschouwing.

Uit welke hoek de kreet kwam, wordt iets later duidelijk, als de grote, jolige meute opgesplitst wordt in kleinere groepjes. In de workshop waar ik meeluister, wordt aan de jongeren gevraagd wat ze goed vinden aan hun eigen religie en wat minder goed, en wat ze uit hun religie absoluut willen meenemen naar die eventuele nieuwe religie. Bij toeval bestaat haast heel de groep uit moslimjongeren en als weifelende zinzoeker verbaas ik me over de stelligheid waarmee deze tieners zich achter hun geloof scharen. Het overwicht van de vastbesloten moslimjongeren heeft als gevolg dat de moderator niet anders kan dan naast “respect voor de ander” ook “één keer in je leven naar Mekka gaan” op zijn bord schrijven bij de noodzakelijke elementen voor de nieuwe religie.

Juist of fout? Aan het begin van hun workshop kregen Antwerpse scholieren in De Studio een aantal stellingen over religie voorgelegd.”

Ik moet denken aan de persoon die ik was, toen ik zo oud was als zij. In die Vlaamse school waar “moslim” misschien wel eens een lesonderwerp kon zijn, maar zeker niet iemand die naast je op de schoolbank zat. Aan hoe naïef we toen waren. Ik moet denken aan de manier waarop wij op zoek gingen naar “onze” nieuwe religie, bij de bijeenkomsten van de “jongerenparochie” in het dorp waar ik opgroeide. Weliswaar binnen de werking van de kerk, maar toch: naar iets anders dan dat strenge katholieke geloof dat ons een jeugd lang op die jongensschool was voorgehouden.

Als ik ’s avonds thuiskom, duik ik in mijn oude tienerdagboeken en zie ik dat ik tussen mijn schrijfsels zowaar ook fragmenten heb geplakt uit de papieren jongerenparochiekrant van weleer. “Heer, bidden vind ik moeilijk”, lees ik. “Met offers en verstervingen weet ik geen raad en toch geloof ik in jou, maar ik zoek je meer in lieve mensen, in een bloem, in een fijn gesprek, dan voel en weet ik jou dichtbij. Ik ben er je heel dankbaar voor.” Het was duidelijk nog een heel andere wereld toen.

En plots schiet die ene misviering me te binnen waarbij ik geheel en al onbedoeld voor godslastering en consternatie zorgde. Of ik wel wist dat ik luid “GODVER!” door de kerk had laten klinken bij de tekst die ik had voorgelezen, als lid van de jongerenparochie? Zo vroegen vrienden lachend achteraf. Hoezo? Ik had toch gewoon “God vertelt” gezegd? Toch niet. Die laatste lettergreep had ik in mijn jeugdige zenuwachtigheid ingeslikt.

De Zoekers