50 jaar geleden eiste een brand in de Innovation liefst 323 doden

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende

Maandag 22 mei 1967, 13.20 uur. Een verkoopster in de Brusselse Nieuwstraat ziet op de eerste verdieping van de majestueuze Innovation rook op kringelen. Niemand kan dan vermoeden dat een van de grootste rampen uit onze geschiedenis zich gaat voltrekken. De vlammen zullen pas uitgaan wanneer 323 doden zijn gevallen. “Mensen sprongen wanhopig uit het brandende gebouw”, getuigt een van de brandweermannen die als eerste ter plaatse kwam in pas verschenen boek ‘INferNO’.

De Innovation was een begrip in de jaren ’60. Elke week kwamen duizenden mensen er rustig winkelen en gezellig eten in het restaurant van het gebouw. Die druilerige maandagmiddag liep het echter helemaal anders. “De Innovation bestond uit talloze balkons die uitkwamen op een enorm grote inkomsthal”, zo beschrijft de op dat moment 12-jarige Olivier Greindl de helse tocht vijftig jaar later terug, in het nieuwe, aangrijpende boek ‘INferNO’, van auteurs Frank Van Laeken en Geert De Vriese. “Door de drukte was het onmogelijk om langs de grote trappenzaal naar beneden te gaan. We vonden een deur langs de andere kant. Vandaag zou men dat een nooduitgang noemen, toen nog niet. Er waren zeker geen pictogrammen of zo. We daalden af langs een trap. Er waren al veel mensen voor ons en achter ons

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende
Tientallen mensen renden voor hun leven, toen het inferno in alle hevigheid los barstte. Foto: BELGAIMAGE

volgden er nog veel meer. “Ne me lâche pas! Laat me niet los!”, zei mijn moeder. Maar we waren nog maar pas vertrokken of ik moest haar hand al loslaten.”

De kleine Olivier daalde veel sneller dan de meeste mensen. “Wat ik me herinner: rook, duisternis, paniek, mensen die riepen en huilden. Ik wrong me overal tussendoor en bereikte al snel de uitgang in een van de zijstraten. Wat me altijd is bijgebleven: mensen haastten zich, wilden snel buiten geraken, duwden elkaar bijna omver, maar eens ze op straat stonden, bleven velen stokstijf staan, terwijl achter hen nog tientallen anderen aan het rennen waren voor hun leven. Je zag hen denken: “Et maintenant?” Er ontstond een opstopping die helemaal niet gehoeven had.”

Moeder spoorloos

Olivier zette zich opzij en wachtte op zijn moeder. “Ik had geen besef van tijd, weet niet hoe lang ik daar gestaan heb, maar het moet een hele poos geweest zijn. Ik was niet ongerust, ik was er zeker van dat mijn moeder zou buiten geraken. Maar het bleef maar duren. Er kwamen nog nauwelijks mensen naar buiten en zij was er nog steeds niet bij. Ik keek links, ik keek rechts, zocht in de menigte, maar nee, ze was niet te zien. Paniek? Nee, pas du tout. Ik realiseerde me de ernst van de toestand niet.”

“Mijn moeder is uiteindelijk door brandweermannen uit het gebouw gedragen. Haar kleren zaten onder het roet, ze had veel rook ingeademd. Ze hebben ons dan direct met een ziekenwagen naar de eerstehulpafdeling gebracht op de bovenste verdieping van de Bon Marché, honderd meter verderop. Veel konden ze daar niet doen. Misschien hebben ze haar een aspirine gegeven, dat weet ik niet meer. Ze was bevangen door de rook, maar niet heel erg. Van daar hebben ze ons naar het Sint-Pietersziekenhuis gebracht. Daar hebben we mijn vader kunnen verwittigen: hij is me komen ophalen en heeft de uitstekende beslissing genomen om me onmiddellijk naar het internaat te brengen. Daar kwam ik tot rust.”

Uit wanhoop gesprongen

Claude Richez ziet intussen het bedrijf waarvan hij adjunct van het studiebureau van is, in vlammen opgaan. “Ik heb me in de buurt geparkeerd en wou het gebouw binnengaan, maar de gendarmes hielden me tegen. “Stop! Het is daar tweeduizend graden. Als u nu binnengaat, zult u niet meer buitengaan.” Ik stond daar samen met de personeelsdirecteur. We zijn rond het gebouw gewandeld. De brandweer kon nauwelijks manoeuvreren in de Nieuwstraat. Pompiers en vrijwillige passanten hebben de geparkeerde auto’s opgepakt en letterlijk opzij gesmeten. Even later zagen we de eerste dertien kisten buitengedragen worden.”

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende
De vlammen sloegen met geweld uit het gebouw. Binnen was het gemakkelijk 2.000 graden heet. Foto: BELGAIMAGE

De toegesnelde brandweerman Henri ‘Rik’ Geens weet niet wat hem overkomt. Het is zijn eerste échte brand. Wanneer hij ter plaatse komt, ziet hij enkele wanhopige mensen uit de ramen springen. Het ene na het andere onwaarschijnlijke tafereel volgt.

“Plots hoorden we een stem. Door de stofwolk zagen we helemaal bovenaan een brandweerladder een collega die om zijn moeder stond te roepen. “Mama! Mama!” Die durfde niet meer naar beneden te komen. Angst omdat hij dacht dat het gebouw op hem zou neerstorten. Twee pompiers zijn dan naar boven geklommen om hem te bevrijden. Hij hield de stang van de ladder met twee handen vast, verkleumd als hij was van de schrik. Hoe zou je zelf zijn? Compleet in shock was die man. Ze hebben hem met veel moeite naar beneden geëscorteerd en meteen afgevoerd naar een ziekenhuis.”

Een andere collega van Henri Geens passeerde toevallig en schoot zijn collega’s ter hulp. “Hij is in burgerkleren op een ladder geklauterd en heeft op het dak twee of drie mensen bevrijd. Maar toen hij weer naar beneden wilde komen, was de ijzeren ladder gloeiend heet geworden. Zonder handschoenen gleed hij eraf. Zijn handpezen zagen wit, die waren helemaal doorgebrand. Hij kon zijn handen niet meer normaal bewegen en was dus niet meer geschikt om brandweerman te zijn. De verzekering weigerde achteraf zelfs om hem uit te betalen, omdat hij ‘in fout’ was: geen handschoenen aan. We zijn in staking gegaan tegen zijn ontslag. (...) Gelukkig is het toch nog in orde gekomen.”

Verkeerde kind meegenomen

Brandweerman Georges Swinnen maakte een hartverscheurend moment mee. “Een moeder was met haar kind heelhuids uit het helemaal met rook gevulde gebouw geraakt”, zegt hij veertig jaar later in Gazet van Antwerpen. “Maar toen ze eenmaal buiten was, zag ze dat het kind dat ze aan haar hand hield niet haar zoontje was, maar een meisje dat ze helemaal niet kende. Haar eigen kind was overleden, zo bleek later.

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende
Vrijwilligers van het Rode Kruis dragen de lichamen van slachtoffers weg. Foto: BELGAIMAGE

Iets voor tweeën wordt het schrikbeeld voor Rode Kruisvrijwilliger Jacques A. Van Camp plots tastbaar. “Op het trottoir lagen de gewonden tussen de doden. Overal lichamen. Wie dood was, was niet eens bedekt met een laken. Daar was geen tijd voor. We konden niet te dicht bij het gebouw gaan staan, de hitte was ondraaglijk. We hadden ook geen beschermende kledij aan. Brandweermannen gooiden de lijken in de ziekenwagens, alsof het zakken met aardappelen waren. Twee gewonden die rechtop zaten, een paar die neerlagen, daartussen een lijk, daarmee reden we zo snel mogelijk naar het Sint-Pietersziekenhuis.”

“Er werden geen medische zorgen toegediend onderweg, wij zaten gewoon met z’n tweeën vooraan. Achterin was trouwens toch geen plaats meer.” Van Camp vertelt het met trillende stem. De doden zijn geen mannen, vrouwen of kinderen meer, het zijn ‘lijken’ geworden. Ontmenselijkt.

Diepe rouw

Uiteindelijk stort de Innovation helemaal in. Tussen 17 en 18 uur hebben de brandweerlui het vuur min of meer onder controle. Wat overblijft, is puin en smeulend as, moet een verbouwereerde koning Boudewijn vaststellen wanneer hij ter plaatse slachtoffers en hulpverleners een hart onder de riem wil steken. De vorst schrikt als hij de eindbalans voor ogen krijgt: 323 doden en vermisten en 150 gewonden. Wanneer dat nieuws doorsijpelt, raakt het land in diepe rouw ondergedompeld.

“In de dagen daarop zwol de kritiek fors aan”, weet journalist Frank Van Laeken. “Vooral de oppositie

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende
De ravage deed de ogen van de overheid openen, die besliste om winkelcentra strenge veiligheidsvoorschriften op te leggen. Foto: BELGAIMAGE

klaagt het povere veiligheidsbeleid van de Innovation aan. Enkele warenhuizen hadden al sprinklers geïnstalleerd. Innovation had dat ook gedaan in haar nieuwe vestigingen in Mechelen en Luik. Maar in Brussel niet. Eén van de redenen was de kostprijs.”

Wanneer de doden begraven zijn en hun families met groot verdriet achterblijven, neemt de regering actie. “In de maanden daarop zijn een aantal Koninklijke Besluiten verschenen die winkelcentra verplichtten een aantal veiligheidsmaatregelen te nemen, waaronder de installatie van sprinklers”, aldus nog Van Laeken. “Die brand heeft iedereen de ogen geopend. Het is, naar mijn bescheiden mening, een typisch Belgisch fenomeen: reageren in plaats van ageren. Je hebt het later nog gezien, onder meer na het zinken van de ‘Herald of Free Enterprise’ en het Heizeldrama.”

Voorspeld door architect

In het opzoekingswerk dat collega Geert De Vriese verrichtte, valt nog iets heel bijzonders op. Victor Horta, architect van het Innovation-gebouw in Brussel, voorspelde de ramp in 1939 al. “Bijna dértig jaar eerder”, aldus Van Laeken. “Horta verwittigde in een document dat zulke constructies (het gebouw was een labyrint aan gangen en ruimtes, red.) als het ware ‘muizenvallen’ waren. Doordat je klanten voortdurend dwong om langs andere winkels te passeren, bleven ze langer en gaven ze meer uit. Maar bij het uitbreken van een brand, zou dat een ramp betekenen bij een evacuatie.”

De oorzaak van de brand is nooit achterhaald.

“Het was één grote muizenval.” Reconstructie van de brand die iedereen in België de ogen opende
‘INferNO’ ligt vanaf zaterdag in de boekenwinkels, verkoopprijs: 21,99 euro. Foto: Hautekiet
Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees