Gaat ook jouw IT-job naar het Oosten?

Gaat ook jouw IT-job naar het Oosten?

Foto: Jobat.be

Ongeveer 8.000 buitenlandse IT’ers, van Polen tot Indiërs, werken voor Belgische bedrijven. Die trend zet zich door. Van vooraanstaande bedrijven als ING en BPost raakte onlangs bijvoorbeeld bekend dat zij aankloppen bij buitenlandse informatici. Heeft de Belgische IT’er nog een toekomst?

Enkele weken geleden dook het bericht op dat BPost tweehonderd IT-jobs gaat uitzetten in India. Het nieuws deed in de media wat stof opwaaien. Toch is BPost geen uitzonderlijk geval en misschien zelfs eerder aan de late kant. “De voorbije jaren hebben zowat alle grotere Belgische bedrijven de trek naar een offshore-bestemming als India gemaakt”, meent Jef Loos van Whitelane Research, dat als adviesbureau betrokken is bij internationale outsourcingprojecten. “Ik denk hierbij aan telecombedrijven als Proximus en Telenet, industriële groepen als UCB en Bekaert, en vooraanstaande banken als ING”, somt Loos op.

Kostenbesparing van veertig procent

Dat veel grote bedrijven met hun IT naar een land als India trekken, of Indiërs naar hier halen, heeft een logische verklaring. “Vandaag is kostreductie nog altijd een van de grootste doelstellingen in IT bij veel bedrijven. Die kostenreductie kun je realiseren door nog meer te automatiseren, wat je met je IT-infrastructuur kan doen. Maar bij softwareontwikkeling en -onderhoud draait het om mensen. En daar kun je dan eigenlijk vooral besparen door er goedkopere mensen op in te zetten. Wat dus ook gebeurt”, weet Jef Loos.

Hoe groot de besparing is om offshore te laten ontwikkelen, hangt af van project tot project. De algemene regel is dat je met een offshore-project gemiddeld veertig procent goedkoper af bent. “Al is dat verschillend, want sommige bedrijven en projecten besparen twintig procent, andere eerder zestig procent”, weet Loos.

De kostprijs kun je overigens makkelijk berekenen. Spreek je van een project met vijftien man in België, dan spreekt Loos over een gemiddelde kostprijs van anderhalf miljoen euro per jaar. Bij offhore zou dat dan 750.000 à 900.000 euro kunnen zijn. “Er komen nog kosten bij omdat je het project natuurlijk ook nog moet beheren en aansturen. Governance, zoals dat heet.”

Indiër verdient een kwart minder

Het is niet zo dat Indiase ontwikkelaars de helft verdienen van de Belgische. Eigenlijk is het loonverschil nog veel groter. “Je kunt gerust stellen dat een Indiase IT’er gemiddeld een derde of zelfs een kwart krijgt van het loon van een vergelijkbare Belgische IT’er. Maar een project kost geen kwart, omdat je enerzijds die hele governance er dus moet bijtellen. Anderzijds rekenen die Indiase dienstenleveranciers ook een marge die al snel naar 25 procent gaat.”

Zitten de lonen in India dan niet in de lift, waardoor het financiële voordeel snel verdwijnt? “Dat doen ze zeker. Maar voorlopig is het verschil tussen onze lonen en die bij hen zodanig groot dat enige loonopslag in India nog niet veel verschil maakt”, weet Loos.

Enkel voor grote projecten

Bij offshore-projecten gaat het per definitie om grote(re) projecten. Algemene regel is dat het moet gaan om een project van minstens vijftien tot twintig man die er bij betrokken zijn, en dan doorgaans in manjaren gerekend. “Kleiner is niet interessant, omdat de governance of het beheer van zo’n project in verhouding te zwaar en te duur wordt”, vindt Loos. “Projecten met tien personen, waarvan vijf in India en vijf hier, hebben geen zin.”

Het zijn de opkomende Indiase IT-leveranciers, als Tata Consulting Services (TCS), Wipro of Infosys, die met offshore worden vereenzelvigd. Maar klassieke IT-dienstverleners en -consultants uit Europa en de V.S. zijn intussen erg vertrouwd met het fenomeen. “Vergeet bijvoorbeeld niet dat een bedrijf als Accenture vandaag twee derde van zijn mensen in India heeft zitten. Bij een concurrent als Capgemini is dat vandaag de helft, terwijl dat tot voor enkele jaren bij hen slechts om een kwart ging”, weet hij. Anderzijds worden de Indiase spelers zelf ook internationaler. “Zij mikken op hun beurt op steeds meer vertegenwoordiging on-site, dus ook in Europa.”

Dichter bij huis

Vandaag werken al zowat 8.000 buitenlandse IT’ers voor Belgische bedrijven. Maar dat zijn zeker niet allemaal Indiërs. Kleinere en minder internationaal georiënteerde Belgische bedrijven hebben, volgens Loos, in vele gevallen, meer aan nearshore. Hierbij gaat het om IT-diensten dichter bij huis. Typische nearshore-bestemmingen zijn vandaag Spanje en landen in Oost-Europa, zoals Tsjechië, Bulgarije, Roemenië, Polen of Hongarije. “Franstalige bedrijven doen ook wel vaak een beroep op Noord-Afrika, met landen als Marokko en Tunesië, omdat die hun taal goed machtig zijn.”

Een Vlaamse kmo zal voor zijn IT vaak eerder samenwerken met Polen of Roemenen. “De zogenaamde cultural match is veel beter. Multinationals hebben geen problemen met Engels. Bij lokale bedrijven speelt dat wel. Naast cultuur en taal zitten ze met deze landen in een gelijkaardige tijdzone. Ook dat speelt een rol.”

>

>

>

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees