"Saai? Dit zijn net de plezantste uren van het seizoen"

Hoe het peloton de eerste uren van Milaan-Sanremo beleeft

Hoe het peloton de eerste uren van Milaan-Sanremo beleeft

Foto: Photonews

Pontecurone, Basaluzzo, Bergeggi... Pittoreske Italiaanse stadjes, maar u heeft er wellicht nog nooit van gehoord. Ze liggen nochtans langs de route van Milaan-Sanremo. De eerste 230 km van de langste eendagskoers van het jaar zijn saai en onbemind. Maar hoe beleven onze renners de eerste wedstrijduren? “De plezantste tijd van het seizoen.”

Volg Milaan-Sanremo hier integraal LIVE vanaf 10u10!

De royale rosbief of – voor zij die volhouden met 40 dagen zonder vlees – de frisse lentesalade laten verteren tijdens een siësta om dan rond de klok van vier wakker te schieten wanneer de tv-commentator iets te enthousiast de namen van de Capo Berta of de Cipressa opdreunt. De kans is groot dat u de voorbije jaren zo de lange aanloop van Milaan-Sanremo hebt beleefd. Geen demarrages, weinig animo. Tenzij u kickt op slow TV en per se wakker wil blijven om te kijken naar een peloton dat tegen 45 km/u langs de verloederde Ligurische kustlijn dendert.

Er bestaan honderden leuke metaforen om de eerste 230 kilometer van Milaan-Sanremo te schetsen. Zo ook de omschrijving van de Nederlandse columnist Frank Heinen in magazine Bahamontes: “Milaan-Sanremo is een koers als een niet-ondertiteld Chinees plattelandsdrama met een spectaculaire ontknoping die je niet helemaal begrijpt, maar je schrikt er in elk geval wel wakker van.”

Maar nog nooit heeft iemand erbij stilgestaan hoe de renners die eerste vijf uur van La Primavera beleven. Welaan dan: “De start is altijd vrij nerveus en pittig. Het eerste wedstrijduur halen we gemakkelijk 50 km/u”, zegt Jan Bakelants. Nadien is het wachten tot de vlucht van de dag is weggereden. “Daarna laat het peloton het tempo even fors zakken, tot de koplopers een voorsprong van tien minuten hebben gekregen”, vult Jens Debusschere aan.

Terwijl de koplopers hun koers in de koers rijden, gaat in het peloton de riem eraf. “Je moet wel steeds attent blijven”, zegt Jens Debusschere. “Er gebeurt altijd wel iets tijdens die eerste vijf uren. Meestal een valpartij, vaak heel dom. Iemand die tijdens het eten van een energiereep even niet op het wegdek let en in een put rijdt. Maar ik vind het de plezantste uren van het wielerseizoen. Je praat wat bij met een renner die je al lang niet meer hebt gezien. Je gaat eens plassen en komt nadien een andere fijne collega tegen. Ik verzeker je: er wordt wat afgelachen en geroddeld in die eerste koersuren.”

Toeschouwers die rijendik langs de kant staan om de renners aan te moedigen. Het gebeurt in Sanremo enkel tijdens de beklimmingen van de vijf capi in de finale en tijdens de slotkilometer op de Via Roma. “Die eerste 200 kilometer moeten we inderdaad niet rekenen op veel vocale steun. Wanneer we een dorpje passeren, staan er wel altijd enkele mensen te applaudisseren. Het zijn de enkelingen die er wonen en weten dat de koers voor hun deur passeert, als ze daarvoor al willen thuisblijven natuurlijk”, zegt Bakelants.

Over de zwaarte van de tocht van 290 kilometer bestaan verschillende mythes. Vroeger werd na 260 kilometer het kaf van het koren gescheiden. “Vandaag heeft geen enkele WorldTour-renner een probleem met de lange afstand. Iedereen staat afgetraind aan de start”, meent Rik Van Slycke, ploegleider bij Quick Step Floors. Volgens Sep Vanmarcke zijn die eerste vijf uren de gemakkelijkste van het seizoen. “Maar het is zeker geen vakantie. Zeven uur aan een stuk op de fiets zitten zorgt hoe dan ook voor slijtage. Je moet voortdurend eten en drinken, niet in de wind rijden. Zo zuinig mogelijk rijden om in de finale nog zo fris mogelijk te zijn.” 

 Tom Boonen, met twaalf eerdere deelnames een absolute expert, houdt er een andere theorie op na. “Dat het van Milaan take it easy is tot aan de kust en dan de laatste twee uur vlammen wanneer de tv-uitzending begint, is zever. Het is die eerste vijf uur echt wel koersen. Anders haal je geen gemiddelde van 43 km/u.” 

Helse lente

Voor wie die eerste 200 km zeker geen plezierreisje is: de helpers. Bij Quick Step Floors zit er met Julien Vermote een landgenoot in dat schuitje. Hij of de Nieuw-Zeelander Jack Bauer mag vandaag 200 km vol aan de bak om de voorsprong van de koplopers niet té groot te laten worden. Eerst tien minuten cadeau doen en dan 200 km als een bezetene fietsen om die dicht te rijden. Het wrede lot van een helper. “Babbelen met de collega’s? Dat doe ik wel na de koers op een terrasje met een koffie. Tijdens de koers is het vol rijden en ondertussen de kilometers aftellen tot wanneer de finale begint en mijn werk er opzit”, zegt Vermote, die vandaag voor de derde keer vanuit de Dom van Milaan richting de Bloemenriviera zal fietsen. 

Zijn ploegmaat en tevens man van vele werk, Iljo Keisse reed Sanremo één keer. De regeneditie van 2014. Een wedstrijd die hij niet snel zal vergeten. “Regen, zijwind en het was berekoud. ‘De koers van de lente’, zeggen ze dan. Die eerste 200 kilometer waren echt hels. Het peloton bestond uit twintig treintjes die naast elkaar reden als was het een voorbereiding op een massaspurt. Elke ploeg op één lijn. En dan moest er iemand op kop rijden. Dat was mijn taak. Na 200 km moest de koers nog beginnen, maar was ze voor velen al gereden. Ik herinner mij die eerste vijf wedstrijduren zeker niet als gezapig en al zeker niet als saai.”

De weersomstandigheden in Milaan-Sanremo bepalen ook de gradatie van nervositeit van de wedstrijd. “Bij tegenwind zit 90 procent van het peloton verscholen. In de finale zijn ze nog allemaal fris. Bij meewind wordt er veel harder gekoerst en moet iedereen inspanningen leveren, niet enkel de tien renners op kop van het peloton”, zegt Vermote.

Uitzicht van in de volgauto

Niet alleen voor de renners, maar ook voor de ploegleiders duurt Milaan-Sanremo zeven uur. “Die eerste vijf uren zijn niet de meest spannende van het jaar. Je hebt geen beleving zoals in de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix. Maar het helpt dat het een eendagswedstrijd is”, zegt Dirk Demol van Trek-Segafredo. In een eendagskoersen is per ploeg maar één volgwagen toegelaten in de caravaan. In een rittenwedstrijd zijn dat er twee. “Als je in een vlakke etappe van de Tirreno-Adriatico aan het stuur van de volgwagen zit en er tussen het peloton en jouw positie nog 40 andere auto’s zitten, is dat veel saaier dan Milaan-Sanremo. En gebeurt er dan toch even niets, kan je nog altijd even genieten van het mooie landschap.”
 U kiest zelf: de azuurblauwe Tyrreense zee met daarnaast een keuvelend, maar zwoegend peloton of het Chinese plattelandsdrama zonder ondertiteling.

Corrigeer