De zoekers

Redacteur Het Nieuwsblad

  • 23 jaar
  • Single, woont in het ouderlijk huis
  • Issue: heeft nood aan eigen Lebensraum en wil het veilige nest verlaten
  • Voornemen: verhuizen naar een eigen plek, zelfstandig en onafhankelijk worden

Wonen

COLUMN. De grondregel van de was: hoe leuker de kleren, hoe lager de temperatuur

COLUMN. De grondregel van de was: hoe leuker de kleren, hoe lager de temperatuur

Foto: shutterstock

“Er zijn twee regels. De eerste: temperatuur is alles. De tweede: kleuren kunnen afgaan. Leer je die, dan gaat wassen supersimpel zijn.”

Mijn mama is een opvoed-Yoda. Geboren om te zorgen. Dus is ze in een paar dingen extra-professioneel: met isobetadine bloemetjes maken op ons vel toen mijn zus en ik nog klein en sportief waren, chocoladetaart bakken, boeken kaften, vlekken wegkrijgen. En ook: zulke volwassen vaardigheden doen klinken alsof het niks is. Alsof ik ze ooit ook op Level Mama ga kunnen. Dus is het eindelijk zover: vandaag leer ik de wasmachine besturen. Yihaa!

Ik wist al één van de twee belangrijkste grondregels: kleuren kunnen arrogant zijn. Hoe donkerder, hoe gemener. Als die lieflijk geel of braaf wit tegenkomen, dringen ze zich in elke plooi op tot ze heel hun kleur hebben afgestempeld. Gelukkig heb ik als emo een kleerkast met best wat pretentie – veel zwart, veel donker, veel bordeaux. Daar zit alles dus wel oké. Stop je ferme kleuren samen in de wasmachine, komen ze er met hetzelfde ego ongeschonden terug uit. Grote kleurenblunders zouden dus te vermijden moeten zijn.

Maar de temperatuur, oh, de temperatuur. Pure statistiek. En daar begint alles dus, met een volle wasmand te triëren op categorie.

De eerste: ‘stom wasgoed’. De wasjes die moeten gebeuren, maar waar je niet ongeduldig op staat te wachten voor het deurtje: sponsen handdoeken, keukenhanddoeken, zakdoekjes, sokken. Stomme was moet in een warme machine, op zestig graden.

Hoe leuker de was, hoe lager de temperatuur. Dus is er de categorie “witte leuke was”, “donkere leuke was”, “gestreepte leuke was” en “wol”. Bloesjes, truien, jeans, hemdjes, al die kleren was je blijkbaar koud en traag. Klinkt logisch, want de winter is ook koud en traag. En kleren zijn leuker in de winter dan in de zomer. Dat zou moeten lukken om te onthouden.

Que sera sera

Wel nog één belangrijke voetnoot: er bestaat een kinderliedje in onze familie, over de wasmachine. Het is een interpretatie van Que sera sera:

Toen ik een heel klein boeleke was, gooide ons mama mij in de was. Tussen de hemden, lakens en al, tot in den overal. In da wasmachien, da hadde gij moeten zien. En dan diene stoute javel, was me da een spel.

Ik heb het gevraagd aan mama de opvoed-Yoda: Javel mag dus nièt in de wasmachine, ook al heb ik het mijn complete kindertijd anders geleerd. Een geluk dat ik check.

De Zoekers