De zoekers

Eindredactrice Het Nieuwsblad Magazine

  • 36 jaar
  • is getrouwd en heeft twee zonen, Jules (7) en Theo (3)
  • Issue: wil niet consumeren op kap van anderen
  • Voornemen: eerlijke kleren kopen, lokaler eten, vaker stilstaan bij de herkomst van koopwaar

Food

COLUMN. Alleen Belgische ingrediënten op de barbecue, kan dat?

COLUMN. Alleen Belgische ingrediënten op de barbecue, kan dat?

Foto: *

Mooi weer, dat vraagt om een barbecue vanavond. Met alleen Belgische ingrediënten op de rooster, want dat is wat wij bij wijze van experiment thuis eten, deze maand. Gelukkig is barbecueën onze nationale sport: het blijkt helemaal niet zo moeilijk om meer dan een gegrilde worst en een patat in de pel te serveren. Dit staat op ons menu, inclusief ‘gebuur’ en ‘rabarbecue’.

Worst en aardappelen zijn natuurlijk wel constanten in onze gezinsbarbecuegewoonte. Worsten: oké, we kunnen er waarschijnlijk kopen die van dichterbij komen, maar die van de Ardeense biologische boerderij Ferme Mossoux in de buurt van Gouvy die we dankzij ons groentepakket bij Baarbeekhoeve hebben leren kennen, zijn de lekkerste die we in jaren gegeten hebben. Zegt mijn man, maar we zijn het er alledrie volmondig mee eens. Ze komen hier deze Belgische maand wekelijks op tafel. 

 

De aardappelen komen uit de supermarkt, waar het tussen de Spaanse zoeken is naar Belgische: alleen de krieltjes komen uit eigen land. En het hoeven niet altijd patatten te zijn. In de natuurvoedingswinkel gevonden en een welkome afwisseling na twee weken patatten: Belgische quinoa. Die wordt de basis van een slaatje met pijpajuin en tomaat, en als ze van de barbecue komen, snijden we er nog gegrilde courgettes bij. 

En qua kruiding? Een begripvolle collega bracht haar alternatief mee voor het niet-haalbare peper- en zoutloos eten: een portie zelfgekweekte, gedroogde en vermalen rode pepers. In een oranje Kindersurprise-eitje, als dat geen verrassing is. Wat nog ontbreekt: barbecuekruiden. De man van die collega – ja, ze weten hoe je barbecueën aanpakt – spreekt zo mooi over “Gooi nog eens wat gebuur op de kolen” als hij die bedoelt, maar wegens Provençaals en niet Belgisch getint kunnen we onze buren alleen laten meegenieten met onze eigen versie van “gebuur”: een paar takjes rozemarijn uit de tuin, en wat van de gedroogde pepertjes.

 

Olie voor op de courgettes en het slaatje vang ik op van rond de berloumi, een grillkaas uit Berlare die de Belgische variant van halloumi lijkt. Die bracht ik mee uit de verpakkingsvrije winkel Kabas, waar ik, voor de derde keer intussen, weer stond zonder potjes. Ik ben gewonnen voor het concept, maar ben er praktisch gezien blijkbaar toch niet zo klaar voor. Een tas had ik wel mee, iets om de in olie gedrenkte kaas in te draaien niet. Voor 5 cent wordt ie wel nog in een papiertje gewikkeld. Een papiertje waarin ik later ook de courgettes nog marineer, zo koop ik toch een beetje schuldgevoel af.

Als dessert twijfel ik nog tussen de laatste appels van ons fruitpakket – deze middag mogen we alweer een nieuw halen – halveren en op de rooster leggen, of toch die weelderige rabarberstruik nog eens te lijf gaan en de stukjes rabarber (toch al “rabarbecue” genoemd door de jongste) met stukjes appel en misschien wat aardbeien en wat honing erbij in zilverpapier op de kolen laten stoven. En vraagt dat allebei niet om een bol ijs?

 

 

 

En om een glas rosé natuurlijk. Ging de man al eerder op prospectie in een wijnwinkel, maar kwam ie met lege handen terug, de winkel Bel’Artisan, waar ik vroeger eerlijk gezegd altijd voorbijliep omdat ik dacht dat het een toeristenshop was, heeft een ruim aanbod Belgische wijnen. Het lijstje met aanraders van onze wijnkenner Alain Bloeykens (Domein Waes, Genoelselderen, Aldeneyck en Entre-Deux-Monts) heb ik helaas bij mijn potjes en verpakkingen laten liggen, maar ik laat me verleiden door een rosé van domein Pietershof uit Voeren. De kindjes krijgen een fles Pajottenlander met appel en perzik en we kunnen aan tafel. Nog wat zelfgeplukte ‘gebuur’ op de kolen, en smakelijk!

 

 

 

De Zoekers