Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival

Foto: Inge Kinnet

Brugge -

Het Cactusfestival is dit weekend aan haar 36ste editie toe. Onze festivalreporter Dennis Van Goethem slaat drie dagen lang zijn tent op in het Minnewaterpark van Brugge. Een overzicht van de tweede festivaldag.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Tom Barman en zijn TaxiWars. Foto: Inge Kinnet

TaxiWars: Barman in het daglicht

“Back to work”, kreunde Tom Barman. Zijn zijsprong in de jazz TaxiWars schudde gisteren vroeg in de middag het slaapzand uit de ogen, nog geen veertien uur na hun vorige show in Slovakije. “Ik had nochtans gezworen hier nooit in het daglicht te spelen.” Barman plaagde maar wat. De opper-dEUS had zijn kater doorgespoeld met een fikse karaf Peruviaanse koffie en stond geen seconde stil. Gejaagd ijsberen, zelf achter de synths kruipen, we hebben hem al statischer gezien.

Warmlopen deden Barman en saxofonist par excellence Robin Verheyen met de eponieme song van hun al even eponieme debuutplaat, Soul Repair opende het blik van het recente Fever. Die klonk live zo mogelijk nog zenuwachtiger, maar kreeg tegelijk een dosis speelsheid mee. Barman maakte bokkensprongen rond de kit van drummer Antoinne Pierre en experimenteerde lustig met zijn stemeffecten, bassist Nicolas Thys jivede zich een weg door het rokerige Egyptian Nights.

“De foute afslag genomen naar Gent Jazz”, klonk het aan de randen van het planché. Neen, radiovriendelijk zal TaxiWars nooit zijn, easy on the ear nog minder. Maar toch, Fever was even punk als groovy, en met Death Ride Through Wet Snow schudde Barman een verscholen hit uit de korte mouwen. Bridges hintte zelfs even naar dEUS’ Nothing Really Ends. Een broeierige start van dag twee, na het ietwat bizarre eerste bedrijf van Kelsey Lu.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Coely. Foto: Inge Kinnet

Coely: Rihanna, eat your heart out

Pittige dame, die Coely Mbueno. Wij kunnen het weten: bij de release van haar eerste plaat Different Waters gingen wij met haar in discussie over de nieuwe van Kanye West. We verloren. Om maar te zeggen, er zit vuur in de Antwerpse.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Coely. Foto: Inge Kinnet

Datzelfde vuur stak Coely gisteren in haar set. Hiphop is een te enge term voor de soul-overgoten tracks die zij en haar straight outta Antwerp-liveband op Brugge loslieten. Different Waters - met goedgebekte makker Yann Gaudeuille aan Coely’s zijde - opende sterk met een snuif gospel, My Tomorrow liep over van funkgitaren en zelfvertrouwen. Dat de vergelijking met de Amerikaanse urban-diva’s niet uit de lucht gegrepen is, bewees Can’t Get Away: Rihanna en Beyoncé, eat your hearts out.

Werchter gaf Coely vorige week een half uur, van Cactus kreeg ze het dubbele. Een cadeau dat ze met twee handen en tien tenen greep. No Way trok wél de kaart van Californische hiphop - had iemand zon besteld? -, even later schreeuwde Coely in een streep streetrap “get the fuck up”. Met een snelcursus beatbox toonde ze bovendien dat interactie niet altijd klef moet zijn. Hier en daar zakte de bezieling weg - Ain’t Chasing Pavements deed het jammer genoeg zonder band, Wake Up Call moest het hebben van een straffe gitaarsolo à la Tom Morello -, The Rise en publieksfavoriet Don’t Care trokken die misstapjes recht. En een Belg die ‘s middags al ieder paar handen op een volgelopen plein omhoog krijgt? Zelden gezien.

Coely eindigde met Celebrate, een ode aan haar mama. Als de appel niet ver van de boom valt, denken wij twee keer na voor we ook met haar in discussie gaan.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Millionaire. Foto: Inge Kinnet

Millionaire: Aanbid de cactus!

Het hoeft niet altijd moeilijk te zijn. Tim Vanhamel kwam op met - jawel - een cactus in de handen, die hij dan maar de volle twee minuten op de knieën adoreerde. Noteer het maar: de beste entree die we hier ooit zagen. We willen het Vanhamel wel eens op het Spar-in-potgrond Festival zien doen.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Tim Vanhamel. Foto: Inge Kinnet

Te veel geloofsbelijdenis is nooit goed, dus sommeerde Vanhamel zijn amigo’s de planken op en zette hij het al vertrouwde maar briljante openingsduo Visa Running/Street Life Cherry in. Waar oud en nieuw elkaar ontmoeten, dat is geliefkoosde stek van Millionaire deze festivalzomer. Single I’m Not Who You Think You Are en Love Has Eyes snelden geprikkeld voorbij, een langerekte Champagne was de eerste song die dit weekend voor bloedende keelgaten zorgde. Wereldschijven, voor moest u het nog niet weten, bestaan ook in Vlaanderen.

“Spijtig van die db-limiet tegenwoordig”, zei Vanhamel. “Staat het luid genoeg?” Hij antwoordde eigenhandig met een verscheurende I’m On A High. Vanhamel danste, bezweerde en vree met zijn gitaar, bassist Bas Remans zat door evenwichtsstoornissen – ziekjes opgestaan - gekluisterd aan een stoel. Met de nodige ‘je m’en fou’ stampte ie dan maar Petty Thug in gang, “voor de connaisseurs”. Het tribale, zelfdestructieve Little Boy Blue – wàt een aanwinst – volgde. Eén gemis: het botergeile Busy Man, alweer niet in de set. Who cares? Hier met die trofee voor show van het weekend, ze is voor Millionaire.

Steve Winwood: Worstelen met de tand des tijds

Geen overvolle weide voor ouderdomsdeken van het weekend Steve Winwood. De Brit van The Spencer Davis Group, Blind Faith en Traffic (één van enkele supergroepen rond Eric Clapton) bracht nochtans een amusante doorsnede van zijn lange carrière op Cactus. Amusant, maar daar stopt het. I’m A Man was een goede maar voorspelbare start, Fly een eerste opvullertje. De vraag was of Winwood de tand des tijds weerwerk kon bieden. Als je het ons vraagt, niet. Winwood - nog steeds het gros van z’n set gekluisterd aan een Hammond-orgel - speelde met ziel en overtuiging, maar deed niet meer dan achtergronddeuntjes spelen bij een ondergaande zon. Pearl Queen, de eerste Traffic-song, spon nog lekker uit, twee songs later was die truc al voorbijgestreefd. Can’t Find My Way Home had nog een knappe gitaarsolo van Winwood in huis, Higher Love swingde een lekker eind verder op een baslijn van Nile Rodgers. Maar dan was het vooral wachten op klassieker Gimme Some Lovin’. Goeie afsluiter, degelijk concert zonder meer. Maar te braaf, te katholiek.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Jamie Lidell. Foto: Inge Kinnet

Jamie Lidell: Bijna de passage te veel

Hopelijk hebben ze een kingsize besteld, want Jamie Lidell was in hetzelfde bedje ziek als Steve Winwood. De funk-god deed een meer dan verdienstelijke poging om een show te brengen die opfokte van kruin tot teen, maar slaagde daar nipt de helft van de tijd in. Met een set die al sinds de herfst van vorig jaar in rotatie is, staken Lidell en zijn Royal Pharaohs van wal met Multiply, een warme flashback naar de eighties van Marvin Gaye maar zonder diens intrige. “Three times is a charm”, beloofde Lidell. Na twee eerdere passages op Cactus voelt hij intussen een band met het Minnewaterpark. Maar ogen doen uitstaren zoals bij de vorige rondes lukte minder. Een danspartij? Zeker, maar uitschieters bleven schaars. Little Bit of Feel Good ging in overdrive en draafde twee keer zo snel voorbij als op plaat, Walk Right Back deed eindelijk eens brullen. Maar telkens het tempo omlaag ging (Find It Hard To Say, Me and You), zakte ook de interesse.

Een slechte show? Dat is cru. Another Day blijft een leuke song, de instrumental in de bis haalde heerlijk Hendrix’ Purple Haze door de mangel. Maar Lidells podiumattitude voelde ietwat fake, een beetje zoals de Cuba Libre die we kregen toegeschoven aan de cocktailbar. En afsluiter When I Come Back Around stapelde de platitudes op. Een dubbeltje op zijn kant.

Van Millionaire tot Kaiser Chiefs: dit vond onze festivalreporter van de tweede dag Cactusfestival
Archiefbeeld. Foto: Geert Van de Velde

Kaiser Chiefs: De circusclown loert om de hoek

Ja, Kaiser Chiefs weet hoe een feestje te bouwen. En ja, Ricky Wilson is best een charismatische frontman. Maar lieve mensen, mogen we het ook even over intellect hebben? Laatste plaat Stay Together balanceerde met z’n plotse synthpop op een slappe koord, het oude werk heeft de vervaldatum al even bereikt. Toch kwamen de Britten nog meer eens met een kopie van hun laatste – kan u het nog bijhouden? – passages in ons land op de proppen. Op zaterdagavond slikt een publiek songs als Everyday I Love You Less and Less en rottitel Na Na Na Naa gemakkelijker dan tijdens de matinée, wij knarsten toch even met de tanden. Still Waiting – “mijn favoriete nummer”, klopte Wilson zichzelf op de borst – zat compleet naast de toonaard, een lied later betrapten we de zanger op een weinig subtiel spiekbriefje.

Maar we leven in een democratie, de meerderheid heeft veelal gelijk. Ruffians On Parade was wel degelijk een aanstekelijk intermezzo, Misery Company kreeg in de bissen zelfs ons aan het dansen. Wilson blijft dan ook een entertainer, al was de circusclown nooit veraf. Vraag dat maar aan het meisje in papa’s nek, die plots gedwongen werd om voor een volle wei in haar eentje mee te klappen. ‘t Is zonde.

Soit, we sommen ze op. Modern Way, Angry Mob, Ruby en Oh My God, het volk kreeg wat het wilde. Mogen we de boel samenvatten met een veelzeggende songtitel? Everything Is Average Nowadays.

IN HET NIEUWS

Meest Gelezen

ENKEL VOOR ABONNEES

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees