Vooral in beroeps- en technisch onderwijs is kloof met meisjes groot

Bevestigd: jongens hebben écht minder zin om te studeren

Bevestigd: jongens hebben écht minder zin om te studeren

Foto: ss

Meisjes zijn vlijtig en jongens zijn lui. Het is een cliché, maar er zit een grond van waarheid in. Uit nieuw onderzoek blijkt dat jongens veel minder gemotiveerd zijn om te studeren. Dat is zo in het aso, maar vooral in het technisch en beroepsonderwijs is de kloof groot. “Jongens zetten zich er af tegen het systeem omdat ze het gevoel hebben dat ze gefaald zijn”, zegt onderwijssociologe Mieke Van Houtte (UGent).

Ze moeten vaker een jaartje overdoen en hebben meer kans om het middelbaar te verlaten zonder diploma. Eén blik op de cijfers van het departement onderwijs leert meteen dat jongens minder goed presteren in ons onderwijs dan meisjes.

Onderwijssociologe Mieke Van Houtte (UGent) onderzocht nu welke mechanismen daarvoor verantwoordelijk zijn. Ze bevroeg twaalfduizend leerlingen uit het derde en vijfde middelbaar, die scores moesten geven op stellingen als ‘Iemand die alle lessen leert, is een uitslover’ of ‘Ik begrijp niet waarom studeren belangrijk is voor mijn verdere leven’. De studie verscheen in het gezaghebbende vaktijdschrift Sociology of Education.

Positiever

Daaruit blijkt dat meisjes beduidend positiever staan tegenover studeren dan jongens. “Dat heeft te maken met de groepsdruk”, zegt Van Houtte. “Onder jongens is het simpelweg niet cool om hard te werken voor school. Dat weegt op hun resultaten.”

Opvallend: in het beroeps- en technisch onderwijs is de kloof tussen jongens en meisjes nog groter. “Jongeren komen daar vaak ­terecht na een negatieve ervaring in het aso”, zegt Van Houtte. “In de perceptie van veel mensen is het tso en bso een tweede keuze. Jongeren weten dat ook. Ze voelen zich gefaald en zetten zich af tegen het systeem.”

Wangedrag

Uit het onderzoek blijkt dat ze daardoor meer wangedrag vertonen. Ze gaan meer spijbelen, spieken, alcohol drinken of drugs gebruiken. “Ze zoeken alternatieve manieren om zich populair te maken”, zegt Van Houtte. “Ze hebben ook het gevoel dat het weinig zin heeft om hard te werken. Ze denken dat ze toch geen (goede) job gaan vinden. Het zijn mechanismen die voor beide geslachten gelden, maar jongens vertonen dat wangedrag en gevoel van zinloosheid meer dan meisjes.”

Volgens Van Houtte toont haar onderzoek nog maar eens aan dat de structuur van ons onderwijs nefast is voor jongens. “Je ziet heel duidelijk dat jongens in het bso een heel kwetsbare groep vormen”, zegt ze. “We zouden al een heel eind geraken mocht die hiërarchische opdeling tussen aso, bso en tso verdwijnen.”

Opwaarderen

Het is een eis die de voorbije jaren meermaals klonk in de discussie over de hervorming van het middelbaar. Die treedt volgend schooljaar in werking, maar de Vlaamse regering besliste de opdeling tussen de verschillende onderwijsvormen te behouden.

Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) wil het bso en tso wel opwaarderen door in te zetten op duaal leren, waarbij leerlingen veel meer in bedrijven leren. Er komt ook een mogelijkheid om vanuit het beroeps ‘op te zalmen’ naar het aso, de omgekeerde beweging van het ‘waterval­systeem’ dus.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees