Boek over beginperiode cinema Studio Skoop: “De Skoop was een familie en een huiskamer”

In Studio Skoop op het Sint-Annaplein is filmgeschiedenis geschreven. Foto: IF

Gent -

“Het afscheid van een generatie”, noemt Paya Germonprez (63) haar boek Skopiumschuivers, over de dolle jaren van Studio Skoop 1970-1982. Studio Skoop, nog altijd een charmante filmtempel, was in die jaren voor velen een artistieke leerschool, een broedplaats en een geliefde halte voor een drankje. Die pioniersjaren zinderen nog altijd na.

De Nederlander Ben ter Elst was na vele omzwervingen in Gent beland, waar hij met de hulp van André Posman in een lokaal van oud-strijders aan het toenmalige Arteveldeplein (nu Sint-Anna­­plein) zijn droom kon waarmaken. Hij opende op 16 september 1970 een bioscoop met café: Studio Skoop. De bezoekers waren Skopiumschuivers. Ter Elst draaide er buitengewone films. Een hele generatie raakte in de ban van regisseurs als Kurosawa, Herzog, Fassbinder, Tarkovsky en Bertolluci.

Uit de Skoop groeide in 1974 het Internationaal Filmgebeuren, nu Film Fest Gent. Tijdens de derde editie, in 1976, werd de film The history of the Blue Movie in beslag genomen. Openbare zedenschennis, luidde het in een nog preuts Vlaanderen.

In de Skoop vermengde het artistieke zich met de contestatie. Met grote film­foto’s, palmbomen, plaasteren beelden en houten lambriseringen hing er een uniek parfum. Ben ter Elst had smaak en drive, al waren er ook zijn donkere kanten. Uiteindelijk moest hij de Skoop en het Filmgebeuren loslaten.

Kleurrijk

Paya Germonprez was zijn partner tussen 1975 en 1995. Ze hebben twee kinderen. Met haar artwork gaf ze de Skoop mee zijn exotische uitstraling.

Haar rijk geïllustreerde boek over de Skoop is een mozaïek van vaak kleurrijke verhalen. Over hoe een woedende kunstenaar een plaasteren beeld naar het hoofd van vaste klant Jef ­Geeraerts gooide, over legendarische caféconcerten van Nico en Kevin Ayers en grotere met Michael Chapman en John Mayall in het verdwenen Coliseum op de Kuiperskaai, over ellendige bestelwagens, processen-verbaal en deurwaarders.

Wilde u al lang over die periode een boek maken ?

“Helemaal niet. In de nasleep van de Skoop heb ik de nodige financiële en emotionele problemen gehad. Ik had die tijd verdrongen als een onverwerkt verleden. Herwig De Weerdt (Gentse theatermaker, nvdr.) heeft me aangezet om die geschiedenis op te tekenen.”

Wanneer bent u eraan begonnen?

“Twee jaar geleden. Ik meteen enthousiaste reacties. Ik heb veel mensen geïnterviewd en anderen gevraagd om over de Skoop en zichzelf iets te schrijven. Ik kreeg van alle kanten dingen toegestopt: de eerste affiche, het eerste filmticket van 45 Belgische frank. Ik raakte in een soort roes en was er dag en nacht mee bezig. Gelukkig heeft ­Agnes Goyvaerts (oud-journaliste bij De Morgen, nvdr.) de redactie gedaan.”

Als je bepaalde getuigenissen leest, was de Skoop veel meer dan een bioscoop of een café?

“Ik was verbaasd over de impact die de Skoop heeft gehad, ook op mensen die later toonaangevend zijn geworden in hun domein. Dat ontroerde me. Bij het verhaal van Rik Pinxten (professor emeritus culturele antropologie UGent, nvdr.) zat ik bijna te bleiten. Schrijver Stefan Hertmans, professor Jean-Paul Van Bendegem, choreograaf Alain Platel, theatermaker Arne Sierens hebben een mooie getuigenis. Als ik dat allemaal lees, is het alsof ik weer in de Skoop zit. De Skoop was een familie en een huiskamer. Wonder boven wonder marcheerde dat.”

Guido De Leeuw van Trefpunt schrijft dat hij vergrotingen van de foto’s uit ‘De zeven Samoerai’ en ook die van Humbrey Bogart, die nog steeds in het café hangt, heeft gemaakt ...

“Jazeker. Ik was erbij. Hij fotografeerde die beelden uit fotoboeken. Ook van gravures van Gustave Doré. We bliezen die beelden op met primitieve middelen. Iedereen zei: wauw.”

Veel mensen uit die tijd zijn al met pensioen of zijn al gestorven?

“Ja, zoals Patrick Vermeulen, die altijd in de Skoop heeft gewerkt. Het boek is aan hem opgedragen. Ik ben blij dat de Skoop en het Filmfestival nog bestaan, maar vooral dat er zoveel jonge mensen met film bezig zijn. Met hun hulp en die van Edwin Carels (onderzoeker en docent met film als specialisatie, nvdr.) maken we het verhaal ook actueel. Het is niet alleen nostalgie.”

‘Skopiumschuivers. De ­dolle jaren van Studio Skoop 1970-1982 en het woelige culturele leven in Gent’, samenstelling Paya ­Germonprez, Uitgeverij Snoeck, 30 euro.

Tentoonstelling: van 29 september tot en met 22 oktober in de Zwarte Zaal KASK, Campus Bijloke, Louis Pasteurlaan 2, 9000 Gent

 

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio