COLUMN. En kunnen we dan nu eens ophouden met trainers te ontslaan?

COLUMN. En kunnen we dan nu eens ophouden met trainers te ontslaan?

Foto: BELGA

Elke maandag maakt Sportwereld.be in een eigenzinnige terugblik de balans op van het voorbije voetbalweekend. Onze columnisten Wim Conings en Jef Van Hoofstat vertellen elkaar wat hen is bijgebleven, het staat u volkomen vrij het met hen (on)eens te zijn...

Beste Jef,

De competitie is nog niet eens twee maanden ver of we staan al op een 4-0 voorsprong tegen Nederland. Voor je uitbarst in wild gejuich: ik heb het over trainersontslagen op het hoogste niveau.

Dat is op zich al een record, en de kans is niet gering dat de balans nog oploopt. Gelet op de enige maatstaf waarop trainers in België beoordeeld lijken te worden – tip: het begint met een ‘r’ en eindigt op ‘esultaten’ – zitten er immers nog drie in de schietstoel: Hein Vanhaezebrouck, Ricardo Sa Pinto en Yannick Ferrera. Gelukkig voor de trainers van Standard en KV Mechelen konden zij hun match wel winnen.

Is er dan helemaal geen bestuurlijke moed meer? Wat zou ik graag eens een bestuur zien dat gewoon lekker voortdoet met de trainer die met zijn team zo verschrikkelijk op de sukkel is en dan afwacht of de spelers de boodschap snappen. Dat eens inziet dat de trainer die enkele maanden voorheen je club nog Europees voetbal bezorgde, niet zomaar ineens een lamlendeling geworden kan zijn.

Analyses van trainerswissels over verschillende jaren komen tot één duidelijke conclusie: ze lossen op de lange termijn helemaal niets op. De structurele problemen van een club – een onevenwichtig uitgebouwde spelerskern, om maar wat te zeggen – blijven immers onopgelost.

Helaas werkt het voetbal zo niet.

Zo werkt het wel: fans beginnen te morren, de media stellen de positie van de coach in vraag, bankzitters worden kregelig, de ticketverkoop loopt terug, clubs dreigen inkomsten te missen door een slechtere eindranking en de daaraan gekoppelde tv-gelden. En al dat verliezen is ook gewoon niet plezant, en al zeker niet als je toevallig ook veel geld in de club pompt.

En dus regeert emotie boven ratio in de Raden van Bestuur, korte termijn boven lange termijn. En betaalt de trainer het gelag. Heel eventjes is er de psychologische impact, de korte opleving. En dan verzandt die weer, blijkt de trainerswissel niets meer dan een nieuwe destabiliserende factor voor de spelersgroep te zijn geweest.

Vanhaezebrouck kan een voorbeeld nemen aan Dury

Het spijtige aan de zaak is dat de enige club die voorlopig nadrukkelijk weigert toe te geven aan de druk van de resultaten, AA Gent, een trainer heeft die zondag liet uitschijnen dat hij de eer wel eens aan zichzelf zou kunnen houden. Daarmee zou hij zich aansluiten bij het heersende kortetermijndenken in ons voetbal. Als meest succesvolle coach in de geschiedenis van de club zal Vanhaezebrouck nergens op zoveel krediet kunnen rekenen als bij AA Gent. Hij heeft er ook steeds de tijd en de middelen gekregen die hij elders niet kon of zal kunnen krijgen.

Vanhaezebrouck kan een voorbeeld nemen aan Francky Dury, de trainer die gisteren kwam winnen in de Ghelamco Arena. Drie jaar geleden stond die allerlaatste met 6 op 30. Het bestuur twijfelde niet aan hem en hij twijfelde niet aan het bestuur. Het tij keerde en het seizoen erna deed Zulte Waregem weer bovenin mee. Gisterenmiddag verliet Dury fluitend de persconferentie terwijl Vanhaezebrouck nog volop zijn doemsriedeltje speelde. Geduld kan een mooie deugd zijn.

Onze voetbalclubs leven als verslaafden, van kick tot kick. Erg gezond kan dat niet zijn.

Groet,

Wim

Corrigeer