Tour 2018 biedt voor elk wat wils: kasseien, ploegentijdrit, en drie aankomsten bergop

Tour 2018 biedt voor elk wat wils: kasseien, ploegentijdrit, en drie aankomsten bergop

Het parcours van de Ronde van Frankrijk 2018 Foto: ASO

De 105e editie van de Tour de France start op zaterdag 7 juli in Normoutier-en-l’Île en eindigt na 3.329 km in Parijs. Na een relatief vlakke aanloop in de Vendée en Bretagne, maar met enkele verraderlijke etappes in de eerste negen dagen, onder meer een lastige kasseirit, trekt het peloton naar de Alpen voor drie ritten. Daarna volgen er enkele overgangsritten om met een stevig slot te eindigen in de Pyreneeën. Daags voor de parade naar Parijs staat nog een geaccidenteerde tijdrit van 31 km op het programma. In totaal wacht de renners drie aankomsten bergop: twee in de Alpen met L’Alpe d’Huez, en La Rosière en één in de Pyreneeën met Col du Portet na een rit van slechts 65 km.

LEES OOK. Het volledige rittenschema van de Ronde van Frankrijk 2018

LEES OOK. De vier nieuwigheden in de Tour van 2018

Minder kilometers, meer cols

De Tour van 2018 telt weliswaar 211 kilometer minder dan de voorbije editie, wel zijn er meer cols dan in 2017: 23 tegenover 25 volgend jaar. De editie van deze Tour telt 3.329 km, tegenover 3.540 km in de voorbije editie. De voornaamste reden: minder lange etappes. De langste etappe telt 218 km, de kortste 65. Wel staat er dit jaar meer klimwerk op het programma met 25 cols van tweede, eerste of buitencategorie en is er een aantal etappes waar heel wat cols in één rit moeten bedwongen worden. Ter vergelijking, in 2016 stonden er 28 cols op het programma, in 2015 25.

Er komen ook heel wat mythische cols aan bod: Tourmalet, La Madeleine, Aubisque, Croiex de Fer, Menté, Alpe D'Huez, die er in 2016 en 2017 niet bij was, Col du Portillon, Montéé du Péyragudes en enkele nieuwe ontdekkingen: le Menez Quelec'h (drie km aan 6,2 procent) in de vijfde etappe, de Col du Pré (12,6 km aan 7,7 procent), in de Alpen in de 11de etappe, de beklimming en finish op La Rosière via een andere kant dan gewoonlijk (17,6 km aan 5,8 procent) in de elfde etappe en de Montée du Plateau des Glières, 6 km aan 11,2 procent gemiddeld, met twee km onverharde weg in de tiende etappe en dan ligt in Pyreneeën nog de grote verrassing met de Col de Portet, 16 km, aan gemiddeld 8,7 procent in de 17de etappe. Die aankomst ligt in het rijtje van tien hoogste aankomsten ooit in de geschiedenis van de Tour de France met 2.215 meter en verwelkomt de Tour de France voor het eerst ooit als finish.

In de voorbije edities deed de Tour de vijf grote Franse bergstreken aan, nu gaat het slechts om drie regio's: elf cols in de Alpen, vier in het Centraal Massief en tien in de Pyreneeën.

Start in West-Frankrijk

De Tour start in de Vendée, net zoals in 2011. Deze keer gaat de organisatie niet door Passage du Gois, maar wel langs de kustplaatsen Saint-Gilles-Croix-de-Vie en Les Sables-d’Olonne om uiteindelijk te finishen in Fontenay-le-Comte. Een eerste kans voor sprinters die er de gele trui kunnen pakken. Daags nadien is opnieuw een rit voor sprinters en vervolgens moeten op de derde dag de klassementsrenners een eerste keer aan de bak in een ploegentijdrit van 35 km waarin ze in het slot ook een klein klimmetje krijgen verwerkt.

Bezoekje aan UCI-voorzitter

De vierde etappe brengt het peloton van La Baule naar Sarzeau, waar de kersverse nieuwe voorzitter van de UCI, David Lappartient, burgemeester is. Vooral de spurters zullen aan het feest zijn in de eerste dagen. Daar komt verandering in tijdens de vijfde rit met de etappe door Bretagne van Lorient naar Quimper. “Dit is een etappe die enkele Belgische renners moet liggen, want wie goed is in de Ardennen, zal ook hier goed uit de voeten kunnen met onderweg een tiental typische Ardense hellingen en een hellende finish”, meent parcoursbouwer Thierry Gouvenou. “Het is een rit voor punchers zoals Peter Sagan, Julian Alaphilippe en Greg Van Avermaet.”

In de zesde rit trekt het peloton van Brest naar Mûr-de-Bretagne, die ze twee keer zullen aandoen in de laatste 16 km. Bij de vorige edities won Cadel Evans (2011) en Alexis Vuillermoz (2015). Ook nu wordt het uitkijken naar de finish van enkele punchers en moeten de renners voor het klassement waakzaam zijn. Vervolgens arriveren we volgens Gouvenou bij twee verraderlijke etappes, van Fougères naar Chartres en Dreux naar Amiens. “In principe voor de sprinters, maar de wind kan hier een rol spelen en de kans op waaiers is zeer groot. Ook de klassementsrenners zullen moeten oppassen.”

21 kilometer kasseien

Het spektakelslot van die eerste negen dagen ligt in de zondagsrit van Arras naar Roubaix, 154 km slechts (want er is de finale van het WK voetbal), maar wel met onderweg 15 kasseistroken, goed voor 21,7 km kasseien. De eerste volgt na 47 km met een strook van 1600 m, van d’Escaudoeuvres naar Thun om te eindigen met de kasseien van Hem op zo’n 8 km van de finish, die niet op de Velodroom ligt. Geen Carrefour de l’Arbre onderweg, wel onder meer Mons-en-Pévèle (slechts 900 meter in plaats van 3 km in Parijs-Roubaix) en ook Camphin-en-Pévèle, een viersterrenstrook over 1800 meter als voorlaatste strook.

Terugkeer L’Alpe d’Huez

Op zondagavond maken de renners met het vliegtuig de oversteek naar de Alpen, in Annecy, voor de eerste rustdag van de Tour. In deze Tour de France liggen drie aankomsten bergop, waarvan twee in de Alpen. De eerste rit van Annecy naar Le Grand Bornand brengt het peloton voor het eerst over de Montée du Plateau des Glières, een col van 6 km, maar zeer steil, gemiddeld 11,2 procent en op het eind een deel over onverharde stroken (2 km). Daarna gaat het nog over Col de Romme en de Col de la Colombière waarna het met een afdaling naar Le Grand Bornand gaat.

De tweede en derde Alpenrit eindigt bergop met eerst etappe elf van Albertville naar La Rosière (over 108 km), een klim van 17,6 km aan 5,8 procent gemiddeld. Etappe 12 finisht op l’Alpe d’Huez, net daarvoor krijgen de renners ook nog de Col de la Madeleine, les Lacets de Montvernier en de Col de la Croix de Fer voorgeschoteld.

Na het geweld in de Alpen zijn de sprinters weer aan zet in etappe 13 van Bourg d’Oisans naar Valence. Aanvallers krijgen hun kans op 21 juli in de rit van Saint-Paul-Trois-Châteaux naar Mende. “Het gaat over een geaccidenteerd parcours”, stelt Gouvenou, “dit is geen etappe voor sprinters, maar voor aanvallers. Herinner u 2015 toen Thibaut Pinot en Romain Bardet te veel naar elkaar keken en Stephen Cummings aan de haal ging met de zege in Mende. De laatste vier km leent zich voor een beslissende punch.” Op zondag 22 juli trekt het peloton van Millau naar Carcassone, een overgangsrit voor aanvallers.

Pyreneeënetappe van 65km

De rustdag zal welkom zijn op 23 juli, want daarna wacht een stevig luik in de Pyreneeën. De eerste rit trekt naar Bagnères-de-Luchon met in de laatste 60 km de Col de Portet-d’Aspet, de Col de Menté en de Col du Portillon waarna een afdaling wacht naar Bagnères-du-Luchon. In 2016 verraste Froome met een aanval in de afdaling naar die finish (na de Peyresourde) en pakte hij er toen de gele trui. Het is ook de enige etappe in deze Tour waarin we enkele kilometers (15 km) buiten de landsgrenzen gaan en in Spanje vertoeven.

In de tweede rit door de Pyreneeën trekt het peloton naar de Col de Portet, de derde aankomst bergop in een superkorte etappe van 65 km. “Dit zal de kortste etappe zijn in de laatste 30 jaar van de Tour”, meent Prudhomme, “een goede zaak om er een gebald spektakelstuk van te maken met een aankomst op de Col de Portet, 2.215 meter hoog, één van de hoogste in de geschiedenis van de Tour, 16 km aan 8,7 procent.”

In de 18e etappe ligt de aankomst in Pau, na enkele dagen zonder sprint komen de snelle mannen hier weer aan de bak om vervolgens daags nadien de laatste rit in de Pyreneeën aan te vangen, van Lourdes naar Laruns, met onderweg onder meer de Col d’Aspin, de Col du Tourmalet, de Col d’Aubisque en finish na een afdaling in Laruns. “Het is een laatste kans om nog een en ander in het klassement te veranderen voor de klimmers”, aldus Gouvenou.

Al houdt het peloton misschien ook wel de benen stil omdat op de voorlaatste dag nog een zware tijdrit volgt over 31 km door de Baskische regio. “Het is de enige individuele tijdrit in de Tour maar wel een lastige, over een glooiend parcours met onderweg vier klimmetjes, waarvan vooral de laatste tot de verbeelding spreekt: de Côte du Pinodieta, 900 meter, gemiddeld 10,2 procent, maar met stukken tot 21 procent waarna een afdaling van 3 km volgt.”

De Tourorganisatie hoopt dat die tijdrit nog voor spanning kan zorgen. Op 29 juli, op de Champs-Elysées weten we wie zich de eindwinnaar van de 105de editie mag noemen.

Corrigeer