“Ons klimaat evolueerde van tropisch warm naar een bijna ijstijd in amper 200 jaar”

“Ons klimaat evolueerde van tropisch warm naar een bijna ijstijd in amper 200 jaar”

Klimaat veranderde van tropisch naar ijskoud op ‘korte’ tijd. Foto: Belga / Shutterstock

Nieuw doctoraal onderzoek aan de VUB toont aan dat de overgang van de laatste tussenijstijd, gedateerd omstreeks 117.000 jaar geleden, geen geleidelijk proces was maar een kwestie van slechts twee eeuwen, een peulschil op de geologische schaal. De bevindingen kwamen aan het licht bij isotopenonderzoek van stalactieten en stalagmieten in de grotten van Han-sur-Lesse en Remouchamps.

VUB-vorser Stef Vansteenberge: “De groei van stalagmieten en de variaties van koolstof- en zuurstofisotopen in die stalagmieten zijn beide goede indicatoren voor de vegetatie op de plaats boven de onderzochte grotten op welbepaalde momenten in de geschiedenis van het Pleistoceen, de periode van de ijstijden.”

Klimatologische modellen wezen uit dat de gemiddelde temperatuur tijdens het laatste interglaciaal op aarde ongeveer 4 graden Celcius warmer was dan nu. Dat is erg veel. Nu wordt al groot alarm geslagen door klimatologen omdat we de temperatuursstijging door de CO2-uistoot waarschijnlijk niet onder de 2 graden celcius zullen kunnen houden.

“De gemiddelde jaartemperatuur in onze streken moet in de tussenijstijd rond 14 graden Celcius hebben geschommeld, nu ligt die tussen 10 en 11 graden”, aldus Vansteenberge. “De vegetatie bestond in die warme periode vooral uit oerbos met een dichte ondergroei. Op tweehonderd jaar zakte de temperatuur dusdanig, van superwarm naar veel kouder dan nu, dat het bos op korte termijn volledig verdween. We kwamen in die zeer korte tijd in permafrostomstandigheden terecht en de nieuwe ijstijd barstte in alle hevigheid los.”

De resultaten van Vansteenberges onderzoek worden bevestigd door onderzoek op stalen in de Eiffel. Bovendien nam Vansteenberge zowel op de stalen uit Remouchamps als op deze uit Han-Sur-Lesse eenzelfde temperatuurval waar op hetzelfde ogenblik. “Overal verandert op dat ogenblik de vegetatie van bos naar grasland. Daarna stoppen de druipstenen zelfs helemaal met groeien. Er dringt geen stromend water meer in de grotten binnen, omdat het door de bevroren ondergrond als gevolg van de permafrost niet meer door de bodem naar de grot kan geraken en er dus geen calciet meer kan worden afgezet.”

De Belgische stalen van Vansteenberge zijn uniek, zeker voor de periode tussen 127.000 en 94.000 jaar geleden, omdat ze een quasi volledig beeld geven van het klimaat in die tijd in continentaal Europa. Er was eerder al isotopenonderzoek gebeurd op marine sedimenten, zoals in de Eiffel. Maar meersedimenten zijn moeilijker precies te dateren en dus minder bruikbaar. Bovendien geven ze niet dezelfde soort hyperlokale informatie als de druipstenen in een grot. Stalagmieten worden gedateerd met de uranium-thoriummethode. Deze wordt gecombineerd met de overlaps die er bestaan in de groeiringen van druipsteen in de grotten, zodat dateringen mogelijk zijn met een foutenmargen van niet meer dan tweehonderd jaar.

“Het onderzoek is erg belangrijk in het kader naar de klimaatopwarming waar we op dit ogenblik mee te maken hebben”, vindt Vansteenberge. “Onze bevindingen wijzen er immers op dat in periodes met hogere temperaturen dan vandaag, op volledig natuurlijke wijze een drastische afkoeling heeft plaatsgevonden, iets wat misschien niet meteen verwacht wordt in de huidige context van de klimaatopwarming.”

Koude steppe

VUB-vorser Stef Vansteenberge: “De groei van stalagmieten en de variaties van koolstof- en zuurstofisotopen in die stalagmieten zijn beide goede indicatoren voor de vegetatie bovenop de onderzochte grotten op welbepaalde momenten in de geologische geschiedenis. Tijdens het laatste interglaciaal, een periode tussen twee ijstijden, was de globale temperatuur ongeveer 4 graden Celcius warmer dan nu.”

Dat is erg veel. Nu wordt al groot alarm geslagen door klimatologen omdat we de temperatuurstijging door de CO2-uistoot waarschijnlijk niet onder de 2 graden Celcius zullen kunnen houden. “De gemiddelde jaartemperatuur in onze streken moet in die periode rond 14 graden Celcius hebben geschommeld. De vegetatie bestond vooral uit bos met een dichte ondergroei. Op tweehonderd jaar tijd zakte de temperatuur dusdanig, van superwarm naar veel kouder dan nu, dat het bos verdween en de vegetatie heel snel degradeerde tot een koude steppe.”

De Belgische stalen van Vansteenberge zijn uniek, zeker voor de periode tussen 127.000 en 94.000 jaar geleden, omdat ze een quasi volledig beeld geven van het klimaat in continentaal Europa. Eerder onderzoek gebeurde op marine sedimenten. Die zijn moeilijker precies te dateren en geven niet zo’n lokaal beeld van vegetatie en klimaat.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees