2018 gaat ‘hert’ van start voor Tom Boonen: ook als autopiloot start hij… in het Midden-Oosten

Boonen rijdt de 24 Uur van Dubai in een BMW M235i. “Eén van de tien traagste wagens op de piste.” Foto: trr

In de 24 Uur van Dubai is Tom Boonen (37) gisteren begonnen aan zijn nieuwe raceseizoen, zijn eerste volledige in de autosport. Dat hij zijn tweede carrière serieus neemt, blijkt uit zijn drukke programma: meer dan 15 raceweekends, gespreid over vier kampioenschappen en minstens acht landen. Het zal dus ‘hert’ gaan in 2018.

Tradities zijn er om in ere te houden. Als wielrenner begon Tom Boonen zijn seizoen dikwijls in de zandbak van Qatar. Als autosporter loopt hij warm in de Verenigde Arabische Emiraten, een eindje verderop aan de Perzische Golf. “Dat is een goeie gewoonte, hé”, zegt Boonen op de Dubai Autodrome. “De familie is meegekomen en we blijven na de 24 Uur nog een week hier. Dit is een mooie wedstrijd en als je wat zon kan meepikken in deze tijd van het jaar, is dat mooi meegenomen.”

Vroeger was Qatar zijn voorbereiding op de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Maar wat zijn nu zijn doelen van het seizoen? “Ik kijk heel erg uit naar Valencia. Dat wordt mijn eerste race in de Nascar en mijn allereerste sprintrace. Daar krijg ik het nu al warm van. Voorts wil ik Hockenheim en Zolder noemen. Dat zijn de halve finale en finale van het kampioenschap. Tegen die tijd wil ik op snelheid zitten.”

In november maakte Boonen bekend dat hij de 24 Hour Series zou rijden, pure uithoudingswedstrijden. Later kwam er ook nog de Nascar Euro Series bij. “Dat wordt zelfs het belangrijkste deel van mijn seizoen. Ik heb op Zolder getest met de Ford Mustang waarmee Marc Goossens de slotrace gewonnen heeft en die kennismaking is enorm meegevallen. Dit wordt het begin van een twee- of driejarenplan dat ik in mijn hoofd heb. Zo’n Nascar-wagen is een pure raceauto: heel basic, geen elektrische hulpmiddelen, alleen een stuur, pedalen en een schakelpook. Dat is precies wat ik nodig heb, omdat ik zo alles kan leren over het afstellen van een auto.”

“Marc Goossens rijdt het hele seizoen in Elite 1 (het hoogste niveau, nvdr.), ik kom met dezelfde wagen uit in Elite 2. Het is de bedoeling dat hij me ook gaat coachen. Om snel vooruitgang te boeken is het heel belangrijk dat ik me door de juiste mensen omring. Eén van de belangrijke dingen die ik moet leren, is samenwerken met een ingenieur. Marc is de geschikte man om me daarbij te begeleiden. De Nascar spreekt me wel aan en ik zou er graag eens van proeven in Amerika. Eén of twee koersen, hé. Zeg nu niet dat ik in Amerika ga racen.”

Zeven uithoudingsraces, zes Nascarmeetings en zes keer Belcar: het wordt dus heel druk. “De uithoudingsraces heb ik teruggebracht tot vier: Dubai, Barcelona, Texas en wellicht Spa. Zo’n Mercedes GT4 is een heel dure auto, te duur om de hele kalender af te werken. De Nascar werk ik wel volledig af. Van de Belcar moet ik één manche missen door agendaproblemen. Daarnaast rij ik nog een paar Fun Cup-wedstrijden omdat ik dat gewoon een heel leuke competitie vind. Zo kom ik algauw aan vijftien raceweekends en dat is absoluut de limiet.”

Cowboys in 90 auto’s

“Hier in Dubai, met negentig auto’s op een vrij kleine omloop mag je heel veel accidenten verwachten, want er zitten nogal wat cowboys tussen. Onze nieuwe Mercedes is te laat aangekomen en daarom hebben we teruggegrepen naar de BMW M235i van vorig jaar. Ik zit dus in één van de tien of vijftien traagste wagens op de piste. Ik zal meer in mijn spiegels moeten kijken dan door de voorruit. De toppers zijn twintig seconden per ronde sneller en schieten je links en rechts tegelijk voorbij.”

“Ik neem me gewoon voor om altijd duidelijk te zijn naar de anderen. Ik zie in mijn spiegels alleen een lichtbak aankomen. Wie inhaalt, heeft een beter zicht op de situatie. Ik kan alleen maar zorgen dat zij duidelijk zien welke lijn ik ga nemen. Finishen zou in deze omstandigheden al goed zijn. Als dat lukt, eindigen we vanzelf hoog in onze klasse.”

Corrigeer