Vakantie

Trier, oude stad met jonge uitstraling

Trier, oude stad met jonge uitstraling
Wie nog met het vooroordeel zit dat Duitsland niet meer is dan bier en braadworst, moet dringend naar Trier. Duitslands oudste stad wijst je meteen de weg naar de roots van onze West-Europese beschaving: de Romeinen. Koppel die culturele erfenis aan de jonge en dynamische uitstraling van de stad en je zit goed voor een veelzijdige vakantie.

Trier, op zo'n drie uur rijden van Brussel, kan aardig uitpakken met zijn verleden. Dit was ooit de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Karl Marx werd er geboren, zijn universiteit gaat terug tot de 15de eeuw en de talloze abdijen en kloosters zijn vele honderden jaren oud. Het Trier van vandaag heeft dan weer een levendig centrum waar het elke dag markt is en waar kroegen en wijnkelders uitnodigen tot een rustige babbel. Bovendien is Trier een stad op mensenmaat. Voor wie een beetje wil stappen, liggen de meeste bezienswaardigheden binnen wandelbereik. Door de historische ommuring van ruim zes kilometer is de kans klein dat je verloren loopt.

,,Mijn meesteres zou lachen als ze die ommuring nu kon zien'', zegt onze vrouwelijke gids. Ze heeft zich, zoals veel van haar collega's, in de kledij gestopt van een Romeinse slavin. Ze spreekt dan ook vanuit die rol. ,,In mijn tijd waren die muren tweemaal zo hoog maar de middeleeuwers hebben in een vlaag van recuperatiedrang alle loszittende stenen weggehaald en gebruikt voor hun eigen bouwsels.''

Zelden vallen de Trierse gidsen uit hun Romeinse rol. Ze laten de toerist dromen en soms zelfs hunkeren naar de tijd toen fraaie bouwsels werden opgetrokken die alleen maar macht en welstand moesten uitstralen. De jaren van bloeiende handel en ambachten, toen burgers konden verpozen in geurige badhuizen, mét vloerverwarming en met zeemvelletjes in stromend water die ons ordinair toiletpapier voorafgingen.

Een van Triers machtige bouwwerken is de Porta Nigra (de Zwarte Poort). Het grootste Romeinse bouwwerk ten noorden van de Alpen, kwam tot stand omstreeks 180 na Christus en had geen ander doel dan te tonen hoe rijk en machtig de Romeinen wel waren. IJzeren beugels en loden omhulsels hielden toen de witte zandstenen bij elkaar. Het metaal werd in de loop der tijden geroofd en de witte stenen kregen door inwerking van micro-organismen een gitzwarte kleur. Pas honderd jaar na zijn ontstaan zou de Porta Nigra deel uitmaken van een aaneensluitende vesting rond een stad die toen tien keer groter was dan nu. Op een steen hoog in de Porta Nigra wijst de gids ons op een zelfportret dat een Romeins soldaat ooit in de muur kraste. Uit pure verveling of wou de man zichzelf vereeuwigen? Graffiti avant la lettre.

Gladiatoren in de arena

Het oudste monumentale overblijfsel uit de Romeinse tijd is het amfitheater (1ste eeuw na Chr). Net buiten het centrum, op de helling van de Petrisberg, vochten gladiatoren er tegen wilde dieren die wekenlang werden uitgehongerd in het nabijgelegen dal. De stenen zitplaatsen voor de ruim twintigduizend bezoekers zijn in de Middeleeuwen als bouwmateriaal gebruikt voor de stadskern maar in de kelders zie je nog restanten van een ingenieus vijzelsysteem dat gladiatoren als een deus ex machina op het strijdtoneel tevoorschijn toverde.

Achter het amfitheater liggen de stoffelijke resten van mensen met afgeslagen benen begraven. Het zijn getuigen van de genadeloze repressie van de Romeinen tegen de eerste christenen. Toch mag die repressiedrift niet veralgemeend worden. Keizer Constantinus liet onder zijn beheer de eerste kerk bouwen in Trier als symbool van verdraagzaamheid. In die tijd kwam ook de indrukwekkende 'Konstantin Basilika' tot stand: een lang en smal keizerlijk paleis waar de machtshebbers gasten en gezanten ontvingen. Na een schier eindeloze tocht door steeds luxueuzer wordende ruimten vielen de genodigden totaal overbluft als vanzelf op hun knieën voor de voeten van de keizer. Psychologische trucjes hebben vaak meer effect dan wapengekletter, wisten sommige machtshebbers toen al.

'Appelwoi' drinken

Hoewel de Trierenaren bekend zijn om hun bescheidenheid, rekenen ze hun Hauptmarkt (hoofdmarktplaats) tot een van de mooiste pleinen van Duitsland. Met een harmonieuze mengeling van bouwstijlen en gevelkleuren, het middeleeuws Marktkruis, de 16de eeuwse marktfontein en een apotheek uit de 13de eeuw is hun trots nauwelijks overdreven. Bovendien is het er alle dagen markt, zodat het plein altijd gezellig aandoet.

'Appelwoi' (appelcider), Kesten (tamme kastanjes) en Riezelzopp (vleessoep met opgeklopt eiwit) verschaffen de bezoeker de nodige energie voor de rest van zijn tocht. Die leidt langs de Sint-Mattheus Apostelabdij, eeuwenlang een obligate tussenstop voor pelgrims naar Compostela, de grote Dom met onder meer een Antwerps altaar uit de 15de eeuw, de rococo Sint-Paulinuskerk en het Forum op de Viehmarkt (Veemarkt) waar geregeld feesten plaats vinden tussen de restanten van Romeinse badhuizen.

,,Die badhuizen werden in 1987 ontdekt toen men een ondergrondse parkeergarage wou uitgraven'', zegt onze gids. ,,De garage kwam er niet en sindsdien durft men in het stadscentrum geen spade meer in de grond te steken. Er komen altijd maar nieuwe dingen aan de oppervlakte.''

Het beste van Enkel voor abonnees